Paling­vis­serij Lauwersmeer­gebied


Indiendatum: aug. 2014

Statenvragen van de Partij voor de Dieren Statenfractie Groningen aan het college van GS op grond van artikel 46 van het Reglement van Orde.

Geacht college,

Eind juli kwam de beroepsvisserij in het Lauwersmeer (opnieuw) in het nieuws. Palingvissers vissen in juli en augustus met honderden fuiken. Zi j hebben hiervoor een vergunning van het Ministerie van EZ. Een kilo paling uit de fuik levert vele kilo’s bijvangst op. Volgens de berichtgeving wordt ook bijvangst van niet vergunde vissoorten meegenomen, hetgeen wij overigens niet zonder meer voor waar aannemen. Eén van de vissers is in het verleden wel beboet voor stroperij op niet vergunde vissoorten . Staatsbosbeheer heeft bij de grootste visser aangedrongen op het verplaatsen van de fuiken omdat de fuiken in de trekroutes staan van vissen zoals karpers en snoeken, echter vooralsnog zonder resultaat. De huidige palingvergunning dateert al van enige jaren geleden en is sindsdien niet herbeoordeeld.

Zeldzame diersoorten zoals de otter (sinds vorig jaar terug in het Lauwersmeergebied) en de zeearend kunnen door overbevissing steeds moeilijker aan voedsel komen. Deze diersoorten zijn tevens iconen van het Nationaal Park en trekken veel bezoekers die hopen op mooie waarnemingen. Ook andere soorten zoals de aalscholver, fuut, nonnetje en reuzenstern zijn afhankelijk van een gezond visbestand. Natuurgidsen vrezen dat minder mensen het Nationaal Park zullen bezoeken als de zeearend, otter en andere ‘bezienswaardige’ diersoorten minder of in het geheel niet meer waargenomen zullen worden.

Uit het concept N2000 beheerplan Lauwersmeer blijkt dat de beroepsvisserij leidt tot verstoring, verdrinking en voedselconcurrentie voor met name vogels. In het Lauwersmeer komt een tiental vogelsoorten voor die in zeer gunstige staat van instandhouding verkeren. Bescherming van deze soorten heeft dus hoge prioriteit.

Wij stellen u graag de volgende vragen.

  1. Acht u het wenselijk dat intensieve beroepsvisserij het natuurlijk evenwicht in een Nationaal Park verstoort en kunt u dit toelichten?
  2. Heeft u naar aanleiding van eerdere en de huidige onrust over palingvisserij actie ondernomen richting de betrokken partijen, met name het Ministerie van Economische Zaken? Zo nee, waarom niet? Zo ja, met welke insteek en wat was daarvan de uitkomst?
  3. Acht u het wenselijk dat de (eco)toeristische sector mogelijk te lijden heeft onder de gevolgen van beroepsvisserij, ten gevolge van het teruglopen van het aantal bijzondere diersoorten? Kunt u dit toelichten?
  4. Wat is er inhoudelijk door de provincie Groningen gecommuniceerd naar de Dienst Landelijk Gebied m.b.t. het (concept) N2000 beheerplan inzake het belang van de natuurwaarden en de rol van (beroeps)visserij in het gebied?
  5. Bent u bereid om bij het Ministerie van EZ aan te dringen op een herbeoordeling van de verleende vergunning, gezien de impact van de visserij op de natuur? Zo nee, waarom niet?

Met vriendelijke groet,

Kirsten de Wrede

Partij voor de Dieren

Indiendatum: aug. 2014
Antwoorddatum: 7 okt. 2014

Geachte mevrouw De Wrede,

Hierbij sturen wij u de beantwoording op de door u gestelde vragen over de beroepsvisserij in relatie tot de natuur in het Lauwersmeergebied.

Vraag 1.

Acht u het wenselijk dat intensieve beroepsvisserij het natuurlijk evenwicht in een Nationaal Park verstoort en kunt u dit toelichten?

Antwoord:

Voor zover ons bekend is in het Lauwersmeergebied nooit gericht onderzoek gedaan naar de invloed van de beroepsvisserij op de visstand en de daarvan afhankelijke diersoorten. In het concept Natura 2000-beheerplan, waarmee wij onder voorwaarden hebben ingestemd, is opgenomen dat de beroepsvisserij mogelijk negatieve effecten heeft op vogelsoorten en andere beschermde diersoorten door verstoring, verdrinking en voedselconcurrentie. Deze voorwaarschuwing moet er in onze ogen toe leiden dat er een vorm van monitoring plaatsvindt, zodat het bevoegd gezag de vinger aan de pols kan houden.

Vraag 2.

Heeft u naar aanleiding van eerdere en de huidige onrust over palingvisserij actie ondernomen richting de betrokken partijen, met name het Ministerie van Economische Zaken? Zo nee, waarom niet? Zo ja, met welke insteek en wat was daarvan de uitkomst?

Antwoord:

In het kader van de totstandkoming van het concept Natura 2000-beheerplan is met alle betrokken partijen om tafel gezeten en Is dit onderwerp aan de orde geweest. Er is in dat kader in 2013 een visplan opgesteld, waarin onder meer wordt geregeld dat niet In ondiepe wateren mag worden gevist. Twee van de drie beroepsvissers hebben inmiddels op vrijwillige basis dit visplan ondertekend. Wanneer het Natura 2000-beheerplan wordt vastgesteld zijn de maatregelen in dit visplan verplicht. Het Ministerie van Economische Zaken is echter nog niet gestart met de vaststellingsprocedure van het Natura 2000-beheerplan. Wel heeft de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit afgelopen zomer een onverwachtse controle uitgevoerd bij een van de beroepsvissers. Er werden geen onregelmatigheden aangetroffen. Ook moeten de beroepsvissers zich houden aan het nationale Bel Management Plan (EU-regelgeving) dat er sinds 2008 is. Dit houdt onder meer in dat in de maanden september, oktober en november niet op aal mag worden gevist (wel op Chinese wolhandkrab).

Vraag 3.

Acht u het wenselijk dat de (eco)toeristische sector mogelijk te lijden heeft onder de gevolgen van beroepsvisserij, ten gevolge van het teruglopen van het aantal bijzondere diersoorten? Kunt u dit toelichten?

Antwoord:

Wij zien momenteel geen direct causaal verband tussen de gevolgen van beroepsvisserij en recreatie en toerisme.

Vraag 4.

Wat is er inhoudelijk door de provincie Groningen gecommuniceerd naar de Dienst Landelijk Gebied m.b.t. het (concept) N2000 beheerplan inzake het belang van de natuurwaarden en de rol van (beroeps)visserij in het gebied?

Antwoord:

Zie antwoorden vraag 1 en 2.

Vraag 5.

Bent u bereid om bij het Ministerie van EZ aan te dringen op een herbeoordeling van de verleende vergunning, gezien de impact van de visserij op de natuur? Zo nee, waarom niet?

Antwoord:

Het Ministerie van Economische Zaken heeft aan de drie beroepsvissers visrechten verleend via huurovereenkomsten die lopen tot en met 2015. Wij hebben het Ministerie van Economische Zaken verzocht om de overeenkomsten zodanig aan te passen dat er geen significant negatieve effecten op de beschermde diersoorten kunnen optreden. Wij denken hierbij bijvoorbeeld aan het voorschrijven van de zonering uit het visplan en het gebruik van otterstopgrids.

Wij vertrouwen erop u hiermee voldoende te hebben geïnformeerd.

Help mee aan een betere wereld

    Word lid Doneer