Partij voor de Dieren: meer bos in open land­schappen


Klimaat­ver­an­dering vraagt om aanpassing visie op ‘het lege land’

9 maart 2021

In het noorden van Groningen is het landschap leeg, soms is er geen boom te zien aan de horizon. In de gemeente Oldambt is in het bestemmingsplan zelfs een verbod op het aanplanten van bomen opgenomen. Maar is strikt bewaken van deze open landschappen nog wel overal houdbaar, nu er bos moet worden aangeplant om klimaatverandering tegen te gaan, en om de soortenrijkdom te herstellen? De Statenfractie van de Partij voor de Dieren stelt hier vandaag vragen over aan het College van GS, en pleit voor een minder starre houding.

Aanleiding voor de vragen is de wens van een inwoner van de gemeente Oldambt om een walnotenbos aan te leggen. Dit plan wordt door de gemeente geblokkeerd, omdat de bomen de openheid van het landschap zouden aantasten en dus ‘onwenselijke beplanting’ zijn. Ook is, met een subsidie van het Waddenfonds, een ontbossingsproject uitgevoerd waarbij tientallen hectares aan houtwallen en bosjes werden weggehaald. Ondertussen werkt de provincie aan plannen om honderden hectares nieuw bos en bomenrijen aan te planten voor haar klimaatbeleid.

Statenlid Ankie Voerman vindt dat de visie over hoe Groningen er uit zou moeten zien toe is aan een herziening: “We moeten een urgente klimaatcrisis aanpakken en meer leefruimte creëren voor dier- en plantensoorten. Dan moeten die rigide ideeën over het belang van openheid overboord, mensen moeten gaan wennen aan een veranderend landschap. In elk buitengebied zou tenminste in een deel ervan bosaanplant toegestaan moeten worden, en de aanplant van voedsel- en dorpsbossen moet worden toegejuicht. Dan bouw je ook aan gezonde, veerkrachtige landschappen, in plaats van de doodse velden en akkers die je nu in Noordoost-Groningen ziet.”

Het in onze provincie zo geroemde open landschap is eigenlijk een kunstmatig landschap, gevormd door ontginning, ruilverkaveling en (grootschalige) akkerbouw. Als men de natuur wat meer ruimte zou geven, zou overal hogere begroeiing ontstaan, óók in het zeekleigebied en de moerasgebieden. Vroeger stonden in Noord- en Oost Groningen bijvoorbeeld overal bosjes rondom de heerden. Voerman: “Het is vreemd dat een prachtig plan voor een voedselbos bij een boerderij geweigerd wordt. Agroforestry en permacultuur leveren bovendien een grote bijdrage aan het herstel van een gezonde bodem, en zouden daarom moeten worden gestimuleerd in plaats van beperkt.”