Schrif­te­lijke vragen inzake aanplant bossen in open land­schappen


Indiendatum: 9 mrt. 2021

Betreft: Statenvragen van de Partij voor de Dieren Statenfractie Groningen aan het college van GS ex artikel 67 RvO betreffende aanplant (voedsel)bossen in open landschappen

Geacht College,

In de gemeente Oldambt wordt een inwoner belemmerd in zijn plannen voor de aanleg van een walnotenbos, gecombineerd met akkerbouw (agroforestry).[1] De gemeente wil niet meewerken aan de plannen, omdat de openheid van het landschap zou worden aangetast.

Het in onze provincie zo geroemde open landschap is eigenlijk een kunstmatig landschap, gevormd door ontginning, ruilverkaveling en (grootschalige) akkerbouw. Als men de natuur wat meer ruimte zou geven, zou overal hogere begroeiing ontstaan, óók in het zeekleigebied en de moerasgebieden.

Wij stellen u graag de volgende vragen:

  1. Heeft u overleg gehad met de gemeente Oldambt over deze kwestie, en wat was daarvan de uitkomst? Zo nee, bent u bereid dit alsnog te doen?
  2. De gemeente Oldambt (en mogelijk nog meer gemeenten?) heeft in haar bestemmingsplan expliciet een verbod op het planten van bomen opgenomen. De Partij voor de Dieren vindt dit schokkend. In élk landschap of buitengebied zou tenminste in een deel van het gebied bosaanplant toegestaan moeten worden, en voedsel- en dorpsbossen moeten worden gestimuleerd. Bent u bereid om u in te spannen voor het verwijderen van dergelijke restrictieve regels in gemeentelijke bestemmingsplannen, c.q. doorwerkende regels op te stellen in de Verordening Ruimte? Zo nee, waarom niet?
  3. In antwoord op vragen van een aantal lokale partijen over de kwestie stelt de gemeente dat bebouwing de openheid niet aantast, want dat heeft ‘het karakter van ‘eilanden in de wiede leegte’ [2]. Vroeger werden bijvoorbeeld juist de heerden in Oldambt omgeven door flink wat bomen[3]. Kunnen bosjes en agroforestry percelen volgens u óók beschouwd worden als dergelijke eilanden? Waarom niet?
  4. Denkt u dat de Groninger gemeenten het belang van bosaanplant en agroforestry voldoende onderkennen, en dus ook voldoende ruimte geven in hun beleid? Zo ja, waarop baseert u dit?
  5. Bent u bereid om formeel het gesprek met álle gemeenten aan te gaan (juist i.h.k.v. de Bos & Hout nota), zodat gemeentelijk beleid niet langer obstakels opwerpt maar juist kansen biedt voor dit soort initiatieven? Dit is des te urgenter met de komst van de nieuwe Omgevingsvisie, waarbij gemeenten meer zeggenschap krijgen over de inrichting van het landschap. Zo nee, waarom niet?
  6. Welke aanpassingen bent u voornemens te maken in de nieuwe Verordening Ruimte, zodat aanplant van (voedsel)bossen de ruimte krijgt, ook (in delen van) de zgn. ‘open landschappen’? En bent u voornemens om ook expliciet de aanleg van voedsel- en permacultuurbossen en andere vormen van agroforestry op te nemen in de regels over functieverandering van agrarische bedrijven?
  7. In de nota Bos & Hout is de kaart die aangeeft waar ruimte is voor bos, houtwallen en lijnbeplanting in de gemeenten Hogeland, Eemsdelta en Oldambt akelig wit. Elders stelt u dat juist kansen zijn voor meer bomen in het Waddengebied (p. 40), en dat agroforestry en dorpsbossen ontwikkelingskansen zijn. Geldt dit dan niet voor de gemeenten die ‘open landschap’ als een karakteristiek beschouwen? Volgens de PvdD is hier sprake van een veel te rechtlijnige benadering. Graag uw reactie.
  8. Bent u het met ons eens dat het tijd wordt voor een herziening van onze aannames en visie over hoe het (open) Groninger landschap er uit hoort te zien, gegeven de urgente opgaven t.a.v. klimaatadaptatie, het tegengaan van klimaatverandering en herstel van de soortenrijkdom? En dat mensen kunnen en moeten wennen aan een veranderend landschap? Zo nee, waarom niet? Zo ja, hoe gaat u hier werk van maken?
  9. Kunnen de waarden en karakteristieken van ‘behoud open landschap’ volgens u zwaarwegender zijn dan de belangen van klimaatverandering en biodiversiteitsherstel? Zo ja, wanneer is dit het geval?

Voor ‘herstel van het open landschap’ ontvingen de gemeenten Oldambt en Delfzijl € 700.000 uit het Waddenfonds. [4] Dhr. Waalkens van Stichting Landschap Oldambt (SLO) hangt de volgende overtuiging aan: ‘Het probleem van de steeds meer onder druk staande openheid en ongewenste beplantingen speelt niet alleen in deze regio, maar ook elders op het platteland. Vooral door oprukkende bebouwing en nieuwe aanplant van bomen.’ In 2016 werd aangekondigd dat vrijwilligers van SLO bosjes en houtwallen gingen verwijderen.

10. Onderschrijft u de uitspraak van Dhr. Waalkens dat aantasting van de openheid een “probleem” is, en dat beplanting “ongewenst” is?

11. Is bij u bekend hoeveel hectare bosjes en houtwallen zijn verdwenen in de gemeenten Delfzijl en Oldambt sinds de start van bovengenoemde ontbossingsoperatie? Zo nee, waarom is dat niet bekend?

12. Bent u het met ons eens dat het discutabel is dat het Waddenfonds een dergelijke subsidie verleent, die lijnrecht ingaat tegen de doelstelling om de ecologie van het Waddengebied te versterken? Zo nee, waarom niet? Wat is volgens u de ecologische waarde van een leeg landschap?

13. Bent u het met ons eens dat ‘ontbossingsprojecten’ absoluut geen bestaansrecht meer hebben gezien de noodzaak tot méér bos en méér habitats voor diverse diersoorten? Zo nee, waarom niet?

14. Voedselbossen, permacultuur en agroforestry leveren een grote bijdrage aan het herstel van een gezonde bodem. Bent u van mening dat deze vormen van grondgebruik daarom ook extra stimulering verdienen? Zo nee, waarom niet?

Met vriendelijke groet,

Ankie Voerman

Partij voor de Dieren


[1] https://www.dvhn.nl/groningen/...

[2] https://ris2.ibabs.eu/Reports/...

[3] https://www.gemeente-oldambt.n...

[4] https://www.dvhn.nl/groningen/...

Indiendatum: 9 mrt. 2021
Antwoorddatum: 11 mei 2021

U kunt de antwoorden hier inzien.