Opinie: Megastallen: meet Groningen met twee maten?


6 februari 2013

Enkele weken geleden werd vanuit het Groningse provinciehuis een brief naar Duitsland gestuurd. Het College van Gedeputeerde Staten vroeg aan onze oosterburen om in een brede strook langs de grens geen megastallen meer te bouwen. Deze bufferzone van 2 tot 5 kilometer breed is volgens de provincienodig om de gezondheid en de leefomgeving van de grensbewoners te beschermen.

Gaat het provinciebestuur de wens voor een megastalvrije zone ook binnen de eigen provinciegrenzen in vervulling laten gaan? Het tegendeel lijkt het geval te zijn.
In Groningen zelf staan immers tientallen megastallen en liggen er aanvragen voor minstens tien verdere uitbreidingen van veefabrieken op de plank. Zo liggen er plannen voor schuren met bijna 15.000 varkens in Mussel en 240.000 kippen in Spijk. En in Vlagtwedde wil een Brabantse ondernemer één van de grootste melkveestallen van ons land bouwen waar 2000 koeien gehouden worden. Voor de omwonenden van déze veecomplexen wordt geen bufferzone geregeld. Zijn zij minder beschermenswaardig dan de grensbewoners? Is hun gezondheid minder belangrijk of is hun landschap minder mooi? Waarom binnen de eigen grenzen wel toestaan wat men Duitsland vraagt te verbieden? Waarom meten met twee maten?

Er zijn nog meer onbegrijpelijke maatverschillen in de provinciale gedachtegang. Een stal met duizenden varkens of kippen is wél een intensief bedrijf, een stal met duizend koeien niet. De aanvragen voor enorme koeienstallen stromen dan ook binnen, omdat zij zo goed als vrij spel krijgen. Ook een stal met duizenden geiten valt niet onder de strengere regelgeving. Als er ergens een bufferzone op zijn plaats zou zijn dan wel rondom een intensief melkgeitenbedrijf, gezien de steeds opnieuw oplaaiende Q-koorts, waar nog ieder jaar tientallen mensen ziek van worden. Waarom dan toch meten met twee maten?

Zelfs ten aanzien van burgers wordt met verschillende maten gemeten. In het buitengebied mag het vele malen meer stinken dan in de bebouwde kom. In het buitengebied mag een veebedrijf zo goed als naast iemands woning gebouwd worden. Waarom zo’n verschillende behandeling? Waarom met twee maten meten?

Op 6 februari beslist Provinciale Staten over aanpassingen van de Provinciale Omgevingsverordening. Het College van Gedeputeerde Staten biedt met de nieuwe Provinciale Omgevingsverordening nog méér ruimte aan megastallen. Gemeenten krijgen ruimere bevoegdheid over het al dan niet toestaan van megastallen, waardoor een wildgroei dreigt.
Als deze nieuwe verordening wordt aangenomen wordt de positie van de inwoners buiten de dorpskernen verder verzwakt: er wordt voorgesteld om ook de plaatsing van mestopslag aan minder regels te onderwerpen. Waar een mestbassin eerst nog op het perceel van het veebedrijf moest staan, mag het als het aan het provinciebestuur ligt straks ook op een veldkavel gebouwd worden, ook als die vlak bij een woning, toeristische trekpleister of kwetsbare natuur ligt.

De besluitvorming over de omgevingsverordening biedt een uitgelezen kans om de grootschalige veehouderij in Groningen aan banden te leggen. De Partij voor de Dieren ziet alleen toekomst voor kleinschalige, diervriendelijke en duurzame veehouderij, en kiest daarmee voor een gezonde toekomst voor Groningen. Middels een wijs besluit kan Provinciale Staten vastleggen dat álle inwoners van Groningen beschermd dienen te worden tegen overlast en gezondheidsrisico’s van de intensieve veehouderij.

Anja Hazekamp
Statenlid Partij voor de Dieren

Blijf op de hoogte van het laatste nieuws

    Abonneer op de nieuwsbrief