Opinie: Ganzen, laat ze niet schieten!


14 november 2011

De winter komt eraan. Grote groepen ganzen trekken in V-formaties door de lucht. Een prachtig gezicht waar veel mensen in verwondering van genieten. Een mooi plaatje met een bloedige keerzijde.

Ganzen zijn hun leven in Nederland vrijwel nooit zeker geweest. En dat zijn ze ook nu niet. Ganzen vormen namelijk een zeer gewaardeerde jachtbuit. Bovendien zijn de dieren bij boeren en tuinders niet geliefd, omdat ze schade aan koolzaad, wintertarwe en andere gewassen kunnen veroorzaken. En hoewel de omvang van de schade die in de provincie Groningen wordt veroorzaakt gering is, worden ook hier jaarlijks duizenden ganzen doodgeschoten. Kennelijk wordt nog steeds geloofd dat het doodschieten van ganzen leidt tot kleinere aantallen of tot minder landbouwschade. Niets is minder waar. Even de feiten op een rij.

Sinds 2005 worden jaarlijks zo’n honderdduizend ganzen gedood, terwijl de schade aan de landbouw alleen maar groeit en de populatie niet afneemt. Het doodschieten van ganzen is daarmee een volstrekt nutteloze maatregel bij het bestrijden van ganzenoverlast. Wetenschappelijk onderzoek (onder meer van SOVON en van de RuG) laat zien dat niet het doden van ganzen maatgevend is voor de omvang van de populatie, maar dat dit bepaald wordt door het voedselaanbod. En dat zal onverminderd groot blijven in het overbemeste Nederland. Door het afschot zullen de ganzen zich sterker gaan voortplanten en hun verliezen in snel tempo compenseren. Een ander gevolg van het bejagen is dat de ganzen steeds opgeschrikt worden, wegvliegen en daardoor meer energie verbruiken. En daar krijgen ze weer honger van…

Dat er hier zoveel ganzen zijn komt door de inrichting van ons land en het grote voedselaanbod. Met de toename van waterrijke natuurgebieden en de vele waterpartijen in nieuwe woonwijken is ons land veranderd in een ganzenparadijs. Ook Groningen wordt steeds aantrekkelijker voor ganzen. Ze overnachten en broeden in de natuurgebieden, lekker beschut en veilig voor vossen. Het enige wat er ontbreekt is sappig groen en eiwitrijk voedsel, maar in de omringende weilanden en akkers vinden ze een goed gedekte tafel.

De schade die ze veroorzaken wordt door de overheid volledig vergoed. Desondanks worden de ganzen massaal doodgeschoten. “Verjaging met behulp van het geweer” of “flankerend afschot” wordt dat eufemistisch genoemd.

Ondertussen is het leed voor de dieren enorm. Ganzen zijn sociale familiedieren. Ze vormen paartjes voor het leven, maar door de jacht moeten velen hun partner missen. Ze zijn erg aan elkaar gehecht: als er één ziek of gewond is, blijven twee anderen bij hem achter om voor hem te zorgen. En dat is vaak nodig tegenwoordig: een derde van de ganzen heeft jachthagel in zijn lichaam. Ooit aangeschoten en verwond achtergelaten door een jager. Niet dodelijk gewond, maar wel met alle pijn en ellende van dien. Soms kunnen deze ganzen nooit meer vliegen.

Het is merkwaardig – om niet te zeggen verbijsterend - dat er door velen zo hardnekkig wordt vastgehouden aan de schijnoplossing van het afschieten. Het leidt alleen tot verliezers; de boeren, de natuurbeschermers, de belastingbetalers en de dieren. Dat is jammer, omdat een win-win-situatie ook te realiseren is. Door goed te kijken naar het gedrag van ganzen kunnen we daar ook op inspelen en diervriendelijke oplossingen bedenken die wél effectief zijn. Een willekeurige greep uit de mogelijkheden.

- Richt natuurgebieden anders in, waardoor de ganzen het er niet graag overnachten of nestelen en zorg voor voldoende voedselaanbod in de natuurgebieden.
- Lok ganzen naar gebieden waar zij geen schade kunnen aanrichten, door deze terreinen in te zaaien met witte klaver. Ganzen zijn er dol op. Ze blijken dit vijf maal zo lekker te vinden dan bemest grasland. Witte klaver zorgt bovendien voor een rijk bodemleven (Louis Bolk Instituut), wat ook weer goed is voor andere weidevogels.
- Stop met het afschieten van vossen, zoals nu op grote schaal gebeurt in Groningen. De aanwezigheid van een vos is bedreigend voor ganzen, die het hazenpad zullen kiezen.
- Verminder bemesting van productievelden, zodat er minder van het eiwitrijke gras groeit waar ganzen zo dol op zijn.
- Verjaag ganzen van de akkers en weilanden, door diervriendelijke verjaagmethoden.
- Ganzen houden van een open landschap, waar ze alle ruimte hebben om te landen en op te stijgen. Leg daarom natuurlijke barrières aan, zoals heggen en houtwallen, waardoor akkers en weilanden minder aantrekkelijk worden voor ganzen. Laat koeien weer grazen in de wei, zodat ganzen minder ruimte krijgen. Dit effect kan ook op een kunstmatige manier bereikt worden door het zogenaamde ‘bewegende ganzenafweerdraad’.
- Stimuleer de ontwikkeling van deze en andere innovatieve verjaagmethoden.

Gelukkig zien steeds meer beleidsmakers in dat we niet zo door kunnen gaan. Ook in Groningen wil Gedeputeerde Staten landbouwschade voorkomen zonder ganzen te doden. GS erkent dat afschot contraproductief is en dat jaar in jaar uit opnieuw duizenden ganzen moeten worden gedood: “er zal een repeterende exercitie nodig zijn want als de populatie kleiner is geworden zal dit leiden tot een versneld herstel.” Daarom worden enkele alternatieven methoden om schade te voorkomen ingezet in Groningen. Tegelijkertijd mag de jacht op ganzen gewoon doorgaan. Onbegrijpelijk. Waarom blijft men vasthouden aan juist die methode die bewezen níét effectief is? De Partij voor de Dieren doet een beroep op het gezonde verstand van GroenLinks gedeputeerde Wiebe van der Ploeg. Van een gedeputeerde Dierenwelzijn mag uiterste terughoudendheid verwacht worden ten aanzien van het verstoren, verwonden of doden van dieren. Als we waarde hechten aan natuur en respectvol met dieren om willen gaan, dan moeten we ruimte geven aan natuurlijke processen en de nutteloze grootschalige doding van weerloze dieren niet langer gedogen.

Anja Hazekamp, Statenlid voor de Partij voor de Dieren in Groningen
Mariken Jongman, Bestuurslid Partij voor Dieren afdeling Groningen

Blijf op de hoogte van het laatste nieuws

    Abonneer op de nieuwsbrief