Drijvend zonnepark Sellin­ger­beetse: gevolgen natuur te weinig onder­zocht


Partij voor de Dieren vraagt om nulmeting en effect­mo­ni­toring

24 april 2020

De Statenfractie van de Partij voor de Dieren stelt opnieuw vragen aan het College van GS over het drijvende zonnepark op de Zuidplas bij Sellingerbeetse. De provincie verleende al toestemming voor de aanleg van het park. De gemeente dreigt nu onder druk van aflopende subsidietermijnen overhaast een omgevingsvergunning te verlenen, terwijl bindende afspraken over bescherming van de natuur ontbreken.

De Statenfractie zocht contact met specialisten op het gebied van drijvende zonneparken. Zij stellen dat kennis over het effect op waterkwaliteit, waterflora en -fauna van drijvende zonneparken beperkt is, en dat negatieve effecten niet uitgesloten kunnen worden. Praktijkmetingen onder diverse omstandigheden zijn nodig. De provincie heeft met de gemeente Westerwolde een maatwerkmethode doorlopen zodat kan worden voldaan aan de voorwaarden voor een bestemmingsplanwijziging. De PvdD vindt de gevolgde procedure ontoereikend, omdat er te weinig rekening is gehouden met mogelijk negatieve gevolgen voor de waterkwaliteit, flora en fauna in en op de plas. Bindende voorschriften over het inventariseren van de aanwezige natuurwaarden ontbreken in het ruimtelijke plan. Een ecologische nulmeting hoeft pas te worden uitgevoerd nadat de vergunning al is verleend. De plas grenst aan een natuurgebied, maar heeft zelf geen beschermde status. Een ontheffing op de Wet Natuurbescherming is volgens de provincie dan ook niet nodig. De Partij voor de Dieren en organisaties zoals de Vogelbescherming, de Groninger Natuur- en Milieufederatie, Natuurmonumenten en Staatsbosbeheer stellen dat de plas wel degelijk een leefgebied is of kan zijn voor allerlei diersoorten en waterflora, en dat nader onderzoek nodig is.

Als het zonnepark er dan toch komt, is het een uitgelezen kans om onderzoek te doen. De Partij voor de Dieren vraagt het College dan ook of ze bereid is een uitgebreide nulmeting en langdurige effectmonitoring te arrangeren. Ook vraagt de fractie om een toezegging dat watervogels en andere fauna niet verjaagd gaan worden indien zij de werking van de panelen beïnvloeden door bijvoorbeeld uitwerpselen of nestbouw.

De Partij voor de Dieren vindt dat allereerst de ruimte op daken en langs infrastructuur volledig gebruikt moet worden, voordat zonneparken op land of water worden aangelegd. Daarnaast moet energiebesparing de hoogste prioriteit hebben, zodat er minder stroomvraag is. Zonneparkontwikkelaars kiezen steeds vaker voor panelen op water. Deze zijn soms goedkoper te realiseren dan parken op land. Statenlid Ankie Voerman: “Juist in deze transitieperiode naar duurzame energie is grote zorgvuldigheid nodig. Energieprojecten over de rug van dieren en natuur gaan ons een stap te ver. Wij willen dat de provincie gemeenten oproept om zon-op-dak te faciliteren, in plaats van het buitengebied op te offeren. Daarnaast moeten strenge richtlijnen worden opgesteld om de belangen van de natuur te bewaken als er toch zonneparken op land en water worden geplaatst.”