Besluit­vorming mega­stallen wordt aange­houden


21 maart 2012

Provinciale Staten van Groningen spraken vandaag over de gigakoeienstal die in Vlagtwedde moet verrijzen. Het debat werd op enige punten breder gevoerd dan alleen de stal van Buijs, er werd ook gediscussieerd over de wenselijkheid van megastallen in het algemeen. Overal klinken luid protesten tegen mega- en gigastallen, van burgers, boeren en politici. Bovendien zijn er drie lopende processen die niet zomaar genegeerd kunnen worden. In het najaar komt de Gezondheidsraad met uitkomsten van een onderzoek naar de invloed van intensieve veehouderij op omwonenden. Staatssecretaris Bleker komt voor de zomer met een wetsvoorstel om het aantal dieren per bedrijf te beperken. En in Groningen is de 'Groninger dialoog' net begonnen, een proces van een half jaar waarin gezocht wordt naar de gewenste toekomst van de Groninger landbouw, en hoe Groningen koploper kan worden in duurzame landbouw. In dit licht riepen vele partijen op om een pas op de plaats te maken in afwachting van de nog komende ontwikkelingen. Bovendien werd uitgesproken dat Groningen juist op zoek zou moeten gaan naar een voorhoedepositie, door in te zetten op nieuwe dierhouderijconcepten waar dierenwelzijn en duurzaamheid centraal staan, in plaats van op de oude voet door te gaan. Er werd een motie aangenomen waardoor alle lopende en nieuwe aanvragen worden aangehouden totdat de uitkomsten van de Gezondheidsraad en de strekking van het wetsvoorstel van Bleker bekend zijn.


De Partij voor de Dieren sprak opnieuw uit dat de koeienfabriek van Buijs een onacceptabele ontwikkeling is die de dieren nog verder onderwerpt aan maximale produktie onder tegennatuurlijke leefomstandigheden. Statenlid Wynanda van der Land riep het college dan ook op om een pas op de plaats te maken. Echter in tegenstelling tot de door de coalitie ingediende motie die slechts vroeg om een pas op de plaats voor bedrijven die groter willen groeien dan 250 koeien, 7.500 varkens of 220.000 kippen, diende de Partij voor de Dieren een motie in die opriep om alle uitbreidingen aan te houden. De Partij voor de Dieren is van mening dat de schaalvergroting gestopt moet worden en dat dierenwelzijn en toekomstbestendigheid leidinggevend moeten zijn. Alleen veranderingen aan bedrijven die voortkomen uit een omschakeling naar biologische bedrijfsvoering of andere expliciet diervriendelijke maatregelen zijn bespreekbaar. Ook riep zij Gedeputeerde Staten op om in overleg te treden met veehouders die nu al met uitbreidingen bezig zijn, om te bekijken hoe hun plannen kunnen worden aangepast aan huidige en toekomstige maatschappelijke eisen van dierenwelzijn en duurzaamheid.


Nog voor de zomer wordt in de Staten weer gesproken over megastallen, de Partij voor de Dieren zal bij die gelegenheid onder andere ingaan op de status van de melkveehouderij en weidegang voor koeien.
Melkveehouderij valt op dit moment niet onder de definitie voor intensieve veehouderij. Dit heeft als resultaat dat een gigastal als die van Buijs zonder al te veel problemen gerealiseerd kan worden, terwijl er wel beperkingen kunnen worden opgelegd aan de grootte van varkens- en kippenbedrijven. Echter de aanvragen voor melkveehouderijen worden steeds megalomaner, naast de 1990 koeien van Buijs lopen er ook al aanvragen voor soortgelijke bedrijven in Bellingwedde en staat in Blijham inmiddels een bedrijf met meer dan 500 koeien. Melkkoeien worden dus op steeds grotere bedrijven gehouden, en blijven mede daardoor alarmerend vaak jaarrond binnen. Juist het in gebouwen houden van dieren is een kenmerk van intensieve veehouderij. Daarom is de Partij voor de Dieren van mening dat ook melkveehouderij onder de intensieve veehouderij moet vallen, zodat ook beperkingen kunnen worden opgelegd aan de grootte en vestigingsplaats van deze koeienfabrieken.
Weidegang is wat de Partij voor de Dieren betreft een harde voorwaarde voor het houden van koeien. En dan niet slechts enkele weken of maanden per jaar, maar zoveel mogelijk en mét schuilmogelijkheden zoals bomen of een schuilstal in de wei. Ook moeten kalveren de eerste maanden bij hun moeder blijven. Dat er dan wat minder melk overblijft voor menselijke consumptie mag geen reden zijn om pasgeboren kalveren te scheiden en hen zo een slechte start te bezorgen. Ook de provinciale overheid kan haar beleid inzetten om bedrijven te bewegen hun dieren veel meer weidegang te bieden en diervriendelijkere manieren van koeien houden te stimuleren.

U kunt de bijdrage hier inzien.

Blijf op de hoogte van het laatste nieuws

    Abonneer op de nieuwsbrief