Bijdrage Stra­te­gische Milieu Agenda


15 september 2021

Voorzitter,

De Strategische Milieu Agenda is wat betreft de Partij voor de Dieren een document met een zeer ambitieus verhaal. De lat lijkt flink hoog gelegd te worden. Het mooie van deze agenda is dat er talloze zaken worden benoemd, waar de Partij voor de Dieren al jaren voor pleit en waarvoor we - ook in deze Staten – met name in specifieke gevallen, nauwelijks de handen voor op elkaar kregen. We hopen dan ook dat de zaken nu eindelijk veranderen. Er moet zo ondertussen daadkrachtig ingegrepen worden! En daar gaat het mis. Het risico bestaat dat we in 2040 met een verpest milieu zitten en dit valt simpelweg niet uit te leggen aan komende generaties. Precies zoals we nu, na 25 jaar klimaatbeleid, moeten constateren dat we collectief tekort zijn geschoten, oftewel dat de schade het beleid al heeft ingehaald.

We hebben een grote hoeveelheid aan voorbeelden waar het beter kan, beter moet. Het verleden leert ons – helaas - dat er door de provincie groots geroepen wordt, maar er uiteindelijk weinig concreets gebeurt.

RWE werd recent nog voorzien van een vergunning voor de stook van biomassa, terwijl het wetenschappelijk bewezen is dat de uitstoot van schadelijke stoffen bij de verbranding van hout hoger ligt dan bij de verbranding van kolen.

De provincie had de kans op het gebied van stikstof haar eigen keuzes te maken en daadkrachtig in te grijpen. Maar uiteindelijk moest het milieu en de natuur wijken voor de druk van boeren. Nog steeds, twee jaar later, wachten we op een fatsoenlijk antwoord over het verlagen van de stikstofdruk op bijvoorbeeld Lieftinghsbroek. Het College verschuilt zich achter het uitblijvend Rijksbeleid.

Voorzitter, als je een strategie ontwerpt, dan dien je ook doelen te bepalen inclusief een stappenplan om die doelen te behalen. Waarom zijn die er niet en gaat het college die zo snel mogelijk opstellen? Er wordt regelmatig verwezen naar of verscholen achter andere plannen, zoals de Green Deal, plannen van het Rijk, en het IPO. Maar als iedereen op elkaar wacht en maar plannen blijft maken gebeurt er bar weinig.

Voorzitter, met de NOVI worden meer verantwoordelijkheden, ook op het gebied van het milieu bij de lagere overheden neergelegd, en dit brengt risico’s met zich mee voor willekeur. Duidelijke, gemeente overstijgende kaders blijven nodig

Vragen:

1. Is het college bereid om daar waar mogelijk extra stappen te zetten boven de Europese en landelijke regelgeving uit? De Omgevingswet biedt de mogelijkheid om voor verschillende milieu-thema’s omgevingswaarden vast te stellen. Met andere woorden: wordt onze provincie écht de meest schone en veilige provincie van Nederland? Zo ja, wanneer kunnen we de uitwerking hiervan verwachten?

2. De provincie wil op allerlei milieugebieden koploper zijn. Zij erkent in deze agenda bijvoorbeeld het gevaar van het intensief houden van dieren voor de gezondheid van de omgeving. Nog niet zo lang geleden heeft de Partij voor de Dieren gevraagd om een verbod op het uitbreiden van het aantal geiten in onze provincie. Het college weigerde dit. Sommige gemeentes waren gelukkig wijzer. Zou de provincie met deze strategische milieu agenda in handen nu een andere keuze maken? Zo niet, kan het college dan de waarde en zin uitleggen van het geroep in de milieu agenda? Geitenhouderijen staan immers bekend om het verspreiden van fijnstof met endotoxinen waardoor omwonenden een grotere kans hebben op longproblemen.

Nog twee voorbeelden: waarom constateren we nog steeds een toename van het aantal landbouwdieren in de provincie waarbij gebruik wordt gemaakt van allerlei achterdeurtjes die het beleid nog steeds biedt. Deurtjes die ten behoeve van het milieu definitief dichtgetimmerd zouden moeten worden. En waarom vergunt het college grootschalige verbranding van afval uit het buitenland, ten koste van onze onvervangbare Waddennatuur en nog redelijke luchtkwaliteit? Graag een reactie van het college!

3. Voorzitter op blz. 14 staat dat ongebreidelde economische groei één van de oorzaken is van mogelijk onomkeerbare effecten die het leven op aarde duurzaam ontwrichten. Kan GS uitleggen hoe dat gegeven past binnen het voortdurend streven naar economische groei incl. de daartoe behorende groeiende vraag naar energie in onze provincie?

Voorzitter, tot slot, de Partij voor de Dieren maakt zich ernstig zorgen over de toename van allerlei giftige stoffen in onze leefomgeving. Terecht wordt opgemerkt dat al deze vervuiling desastreus is voor de gezondheid van mensen, maar ook allerlei crises veroorzaakt als klimaatverandering, de achteruitgang van ecosystemen en het verlies van biodiversiteit. De Partij voor de Dieren pleit voor een pas op de plaats qua economische activiteiten. Deze moeten plaatsvinden binnen de draagkracht van de aarde en er moet een daadkrachtige aanpak van de milieuvervuiling komen.