Schrif­te­lijke vragen inzake vleer­mui­zen­opvang


Indiendatum: jan. 2020

Betreft: Statenvragen van de Partij voor de Dieren Statenfractie Groningen aan het college van GS ex artikel 67 RvO betreffende vleermuisopvang Groningen en overige opvang dieren uit het wild

Geacht College,

De Vleermuizenopvang in Adorp moet dit voorjaar noodgedwongen stoppen met de opvang van vleermuizen[1]. De huidige eigenaar betaalde de opvang 22 jaar uit eigen zak. In 2017 en 2018 werden hier respectievelijk 125 en 160 vleermuizen opgevangen. In 2019 is het aantal gestegen tot 222, waarvan 37 jongen, die twee weken lang elke 3-5 uur met speciale melk gevoed moeten worden om in leven te blijven. In andere vleermuizen opvanglocaties in den lande worden zelden meer dan 50 vleermuizen per jaar opgevangen – de opvang in Adorp is derhalve een unieke, grote organisatie. De recente stijgingen zijn o.a. toe te schrijven aan extra vleermuizen uit Friesland en Drenthe.

Met de sluiting komt de opvangmogelijkheid voor vleermuizen in het Noorden ernstig in de knel. De andere wildopvangcentra hebben niet de benodigde kennis in huis om adequate zorg aan vleermuizen te kunnen bieden. In Stadskanaal bevindt zich sinds drie jaar een kleine vleermuisopvang waar het aantal dieren in het afgelopen jaar naar 38 is gestegen. Dierenambulances geven aan niet naar Stadskanaal te rijden, omdat hun subsidiegelden niet toereikend zijn voor dergelijke lange afstanden.

De grootste barrières voor opvangcentra voor wilde dieren (alle soorten) zijn de strenge wettelijke eisen en de kosten. Wildopvangcentra krijgen geen standaard vergoeding, het beleid is versnipperd en structurele, langjarige financiering vanuit gemeenten en provincies ontbreekt. Met het sluiten van opvangcentra zoals de vleermuisopvang in Adorp, gaat veel expertise verloren. De enige wildopvang met ontheffing in de provincie Groningen (Faunavisie) is niet in staat en niet bereid om vleermuizen op te vangen.

Wij stellen u graag de volgende vragen:

  1. De provincie is als natuurbeheerder verantwoordelijk voor (zwaar) beschermde diersoorten zoals de vleermuis. Vervalt deze beschermings- en zorgplicht volgens u wanneer vleermuizen hulp nodig hebben? Zo nee, waarom is de provincie dan niet betrokken bij het faciliteren van opvangcentra waar vleermuizen kunnen worden gered en teruggeplaatst? Zo ja, waarom vervalt deze zorgplicht volgens u op het moment dat een wild dier gewond of anderszins in nood raakt?
  2. Bent u het met ons eens dat onze provincie voldoende opvangmogelijkheden zou moeten hebben voor vleermuizen? Zo nee, waarom niet? Zo ja, welke mogelijkheden ziet u om de binnenkort wegvallende opvang te compenseren?
  3. Bent u bereid om in overleg te treden met de vleermuiswerkgroep, de eigenaren van de opvanglocaties in Adorp en Stadskanaal, zodat samen naar een oplossing kan worden gezocht?
  4. Het vangen, de beoordeling en selectie van gewonde vleermuizen dient te worden gedaan door mensen die zijn ingeënt tegen rabiës, omdat er een kleine kans bestaat dat de dieren het virus bij zich dragen. Het bijvoeren en verzorgen van de vleermuizen met overlevingskans kan vervolgens uitgevoerd worden door niet ingeënte vrijwilligers. De complete uitrusting van een dergelijke vrijwilliger kost € 100, de overige jaarlijkse kosten liggen in de orde van € 5-10 per vleermuis. Geschat wordt dat er in Groningen ongeveer tien getrainde vrijwilligers nodig zijn voor structurele vleermuisopvang. Bent u bereid om (een deel van) de financiering op u te nemen voor het behouden van hoogwaardige vleermuisopvang voor onze provincie? Hierbij valt te denken aan het opleiden van nieuwe vrijwilligers, het beschikbaar stellen van rabiës entingen en verzorgingskits voor vrijwilligers, en vervolgens een jaarlijkse bijdrage. Zo nee, waarom niet?
  5. In andere provincies wordt een werkwijze toegepast waar onder één hoofdopvang meerdere gespecialiseerde ‘filialen’ opereren (in eigen of andere provincie), zonder dat alle locaties een apart ontheffing bezitten. Bent u bereid mee te denken over een dergelijke mogelijkheid waarbij de vleermuisopvanglocaties voor ontheffing aan kunnen sluiten bij een ander opvangcentrum?
  6. Bent u bereid om opvangcentra in Groningen die geen ontheffing bezitten, te gedogen zodat zij voorlopig open kunnen blijven totdat samen met het Rijk en gemeenten een structurele oplossing is gevonden? En kunt u waar gewenst eigenaren van bestaande opvanglocaties met advies ondersteunen om aan de vereisten voor het verkrijgen van een ontheffing te voldoen?
  7. Kunt u aangeven of sinds de afgifte van de generieke ontheffing van de Natuurbeschermingswet (voor de versterkopgave in het aardbevingsgebied en het verduurzamen van woningen in Groningen stad en het Hogeland), er meer vleermuisslachtoffers dan voorheen gemeld worden? Hoe beoordeelt u de werking van de generieke ontheffing voor het beschermen van vleermuizen, waarborgt de gekozen werkwijze deze volgens voldoende bescherming?
  8. Vorige week werd in de Tweede kamer unaniem ingestemd met een motie[2]die de regering oproept om in samenwerking met gemeenten, provincies en stakeholders een uniforme landelijke richtlijn te ontwikkelen voor vergoedingen aan zelfstandige, lokale en regionale wildopvangcentra. Ook werd een motie[3] aangenomen die de regering oproept in gesprek te gaan met de Vereniging van Nederlandse Gemeenten en betrokken provinciebestuurders inzake hun verplichting om aan de zorgplicht voor wilde en/of verwilderde dieren te voldoen. Welke stappen bent u van plan te nemen naar aanleiding van deze moties, en op welke termijn?
  9. Ook de Stichting Dierenopvang Groningen, die veel wilde dieren opvangt, kampt met een nijpende financiële situatie[4]. Bent u bereid om te kijken naar een noodfinanciering voor álle opvangcentra in nood binnen onze provincie, om de ergste klappen te voorkomen en vervolgens te bekijken hoe structurele hulp aan de opvangcentra kan worden geboden?
  10. Voor welke overige diersoorten bestaat volgens u onvoldoende dekking van opvangmogelijkheden? Ontvangt u signalen van gemeenten, dierenambulances of bestaande opvangcentra dat er een tekort aan opvangplekken is voor specifieke soorten, dat er te grote afstanden zijn tussen de centra of dat de bestaande centra niet voldoende gespecialiseerd zijn in de opvang van bepaalde dieren? Zo ja, welke?
  11. Wordt er überhaupt regelmatig overleg gepleegd tussen provincie, gemeenten, dierenambulances en opvangcentra over de stand van zaken rondom de opvang van wilde dieren? Zo nee, waarom niet, en bent u bereid hier een bemiddelende rol in te spelen?

Met vriendelijke groet,

Ankie Voerman

Partij voor de Dieren

[1] https://www.rtvnoord.nl/nieuws/217416/Drukte-eist-tol-voor-vleermuizenopvang-Het-lukt-me-gewoon-niet-meer?fbclid=IwAR2O8yM7aLcNonjLDqSXO0NrPE9ELyWaTrbLIHdKBh8gj7ONiWdU0c2ZiSI

[2] https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kst-33576-182.html

[3] https://www.partijvoordedieren.nl/moties/motie-graus-en-wassenberg-over-in-gesprek-gaan-met-gemeenten-en-provincies-over-de-zorgplicht-voor-wilde-of-verwilderde-dieren

[4] https://www.dvhn.nl/groningen/Donoractie-moet-Groningse-opvang-voor-wilde-en-verweesde-dieren-redden-24466699.html

Indiendatum: jan. 2020
Antwoorddatum: 4 feb. 2020

U kunt de antwoorden hier inzien.