Schrif­te­lijke vragen inzake veehou­derij Usquert


Indiendatum: 26 mei 2020

Betreft: Statenvragen van de Partij voor de Dieren Statenfractie Groningen aan het college van GS ex artikel 67 RvO betreffende veehouderij Usquert

Geacht College,

Onlangs is een vergunning verleend voor de vestiging van een vleeskuikenbedrijf aan de Wadwerderweg in Usquert. Er zijn in het verleden afspraken gemaakt over het weren van intensieve veehouderij binnen het beschermde dorpsgezicht en op basis van het provinciale ontwikkelingsplan POP3 (wit gebied).

De provincie stelde bij besluit van 2 juli 2015 dat een uitbreiding, met overschrijding van het toegestane staloppervlakte, van een kippenbedrijf aan de Kornhornsterweg in Spijk mogelijk was. Dit bedrijf is van dezelfde maatschap. Hierbij werd als voorwaarde gesteld dat dat de staloppervlakte van de locatie Usquert zou worden verkleind (bestaande stal van 1534 m2 naar 1218 m2 en inlevering van de bouwvergunning voor een tweede stal). Tevens werd door de maatschap aangegeven dat men deelname aan de stoppersregeling Ammoniak zou aanvragen voor deze locatie en dat men overwoog de bedrijfsvoering in Usquert te beƫindigen. Nu de stoppersregeling van rechtswege is afgelopen, blijkt dat de maatschap de locatie in Usquert toch wil voortzetten ondanks deelname aan de regeling.

Graag stellen wij u de volgende vragen:

  1. Bent u nog steeds van mening dat intensieve veehouderij op de betreffende locatie niet wenselijk is, en kunt u toelichten waarom?
  2. Is het correct dat per verordening is vastgelegd dat er geen intensieve veehouderij plaats mag vinden binnen het betreffende deel van het dorp, met beschermd dorpsgezicht? Zo nee, hoe zit het dan? Zo ja, hoe is het dan mogelijk dat er nu toch voortzetting mogelijk is?
  3. Wat is de status van uw besluit van 2 juli 2015 in deze? Zijn deze afspraken juridisch bindend of eerder een gentlemens agreement? Kunt u uiteenzetten waarom volgens u mag worden afgeweken van de gemaakte afspraken?
  4. Op 31 maart j.l. is een nieuwe omgevingsvergunning afgegeven voor het houden van 32.000 dieren. Dit aantal is gebaseerd op de oude vergunning uit 2009. In de nieuwe vergunning wordt niet meer gesproken over verkleining van de staloppervlakte van de bestaande stal, de voorwaarde in uw besluit van 2 juli 2015. Indien er niet aan de voorwaarden van dit besluit wordt voldaan, hoe zal er dan gehandhaafd worden?
  5. De eis vanuit de stoppersregeling was dat de nieuwe omgevingsvergunning uiterlijk 1 januari 2020 afgegeven moest zijn en de stal per diezelfde datum moet voldoen aan het besluit emissiearme huisvesting. Is hier volgens u sprake van een overtreding en kunt u dit toelichten?
  6. Kunt u bevestigen dat het bedrijf in Usquert per 1 januari volledig leegstaat totdat de aanpassingen zijn uitgevoerd, en daarmee voldoet aan de huidige regelgeving? Geldt er een verplichting de stallen ook vrij te maken van mest en andere stoffen? Is er voor u reden (geweest) om bij dit bedrijf te handhaven en zo ja, waarom?
  7. Deze vergunning zou gezien kunnen worden als een uitbreiding of zelfs een nieuwvestiging. Hoe verhoudt deze vergunning zich t.o.v. het provinciale beleid om per 1 januari 2019 in de gehele provincie geen nieuwvestiging of uitbreiding van intensieve veeteelt meer toe te staan? Bent u het met ons eens dat er blijkbaar nog steeds voldoende mazen in het net zijn om toch uit te breiden? Zo nee, waarom niet?
  8. Erkent u dat door de trage afhandeling van de stoppersregeling (gestart in 2011, definitief in 2020), omwonenden jarenlang zijn blootgesteld aan (te) hoge emissies fijnstof, ammoniak en insectenoverlast? Wat vindt u van deze aantasting van de rechten van burgers op een gezonde en prettige woonomgeving?
  9. De maatschap Rijzebol lijkt op discutabele gronden gebruik te maken van witte vlekken in de regelgeving of is mogelijk zelfs in overtreding. Wat vindt u van de handelswijze van de maatschap?

Met vriendelijke groet,

Ankie Voerman

Partij voor de Dieren

Indiendatum: 26 mei 2020
Antwoorddatum: 23 jun. 2020

U kunt de antwoorden hier inzien.