Schrif­te­lijke vragen inzake PAS-meldingen en vergun­ning­ver­lening stikstof


Indiendatum: jan. 2020

Betreft: Statenvragen van de Partij voor de Dieren Statenfractie Groningen aan het college van GS ex artikel 67 RvO betreffende PAS-meldingen en vergunningverlening stikstofdossier

Geacht College,

In de brief[1]van 13 november 2019 over de problematiek rond stikstof geven de ministers aan dat op het moment van de uitspraak van de Raad van State over de PAS een aantal projecten in uitvoering was, waarvoor met een melding was volstaan maar die op grond van die uitspraak alsnog een vergunning nodig hebben. In de brief[2]van 16 december 2019 schrijft de minister aan de Tweede Kamer dat deze zogenaamde ‘PAS-melders’ gelegaliseerd gaan worden.

Landelijk zijn er 3350 gewone meldingen en 287 prioritaire meldingen, in totaal 3.637. De meldingen betreffen onder meer landbouw (meer dan 3000), industrie (meer dan 100), energie (meer dan 60), bouw (meer dan 10), infrastructuur (meer dan 10).

Graag ontvangen wij toelichting over hoeveel van deze meldingen uit Groningen komen, over de volgorde van vergunningverlening, en de inzet van stikstofruimte.

Daarom stellen wij u de volgende vragen:

  1. Kunt u bevestigen dat die activiteiten als gevolg van de uitspraak van Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State dd. 29 mei 2019 vooralsnog illegaal zijn en dat legalisering via een vergunning noodzakelijk is?
  2. Kan het college de projecten exact benoemen (initiatiefnemer, locatie, projectomschrijving) waarvoor aan uw college meldingen zijn gedaan en die vallen onder de door de minister bedoelde meldingen?
  3. Heeft U al van de initiatiefnemers van de in de vorige vraag bedoelde projecten verlangd dat een vergunning traject wordt doorlopen en op welk wijze is dat aan hen kenbaar gemaakt? Zo nee, is het college dan gehouden op grond van de vaste rechtspraak van de bestuursrechter om over te gaan tot handhavingsmaatregelen? Zo nee, op grond van welke juridische redenering meent het college dan van handhavingsmaatregelen te kunnen afzien?
  4. Kunt u aangeven of u gemeenten heeft geïnformeerd dat Verklaringen van geen bedenkingen (Vvgb) voor de Wnb die afgegeven zijn onder het PAS niet langer legitiem zijn? Zo ja, om hoeveel Vvgb-en gaat het? Hebben de betrokken gemeenten inmiddels de initiatiefnemers hierover geïnformeerd? Zo ja, hebben de betrokken gemeenten daarbij uitdrukkelijk aangegeven dat daarmee vergunningverlening voor de betreffende initiatieven onzeker geworden is? Zo nee, waarom niet?
  5. Indien het College overgaat tot vergunningverlening, voor welke projecten is dan al een traject gestart? En bent u dan gehouden om de vergunningaanvragen van die initiatiefnemers eerst te behandelen voordat nieuwe projecten in behandeling worden genomen? Zo nee, op grond van welke juridische redenering meent het college dan nieuwe projecten eerder te mogen behandelen dan de te legaliseren projecten?

In het kader van de behandeling van de Spoedwet stikstof heeft de minister aangegeven dat het voornemen bestaat om de realisering van 75000 woningen en een aantal infrastructurele projecten mogelijk te maken door maatregelen die stikstofdepositieruimte creëren (verlaging maximumsnelheid, veevoedermaatregelen, inkrimping varkensstapel).

  1. Indien een passende beoordeling in het kader van de in vraag 2 bedoelde projecten gerichte vergunningverlening moet worden gegeven, wordt daarin dan de stikstofdepositieruimte betrokken die beschikbaar komt uit de drie maatregelen die in gevolg de Spoedwet stikstof worden getroffen? Zo nee, welke stikstofruimte wordt hier dan voor ingezet?
  2. Kan het college aangeven (initiatiefnemer, locatie, projectomschrijving) voor welke op stapel staande woningbouw- en infrastructurele projecten het college aangewezen is om de vergunning te verlenen?
  3. Acht het college het aannemelijk dat na legalisering van de illegale projecten als bedoeld in vraag 2 er nog voldoende stikstofdepositieruimte resteert voor het kunnen realiseren van deze nieuwe projecten? Zo ja, op basis waarvan trekt u die conclusie?

Met vriendelijke groet,

Ankie Voerman

Partij voor de Dieren

[1] https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kst-35334-A.html

[2] https://www.rijksoverheid.nl/documenten/kamerstukken/2019/12/16/voortgang-aanpak-stikstofproblematiek

Indiendatum: jan. 2020
Antwoorddatum: 18 feb. 2020

U kunt de antwoorden hier inzien.