Schrif­te­lijke vragen inzake maai­beheer


Indiendatum: jun. 2020

Betreft: Statenvragen van de Partij voor de Dieren Statenfractie Groningen aan het college van GS ex artikel 67 RvO betreffende maaibeheer NatuurNetwerkNederland

Geacht College,

Maandag 22 juni werd op gruwelijke wijze een reekalf gedood door maaiwerkzaamheden in de Onlanden. [1] Ook een haas en vermoedelijk een tweede reekalf werden gedood. Het land valt onder beheer van Natuurmonumenten (NM).

Het is duidelijk dat het een onbedoeld ongeluk betreft, echter het is algemeen bekend dat veel meer reekalveren, andere diersoorten en broedsels vernietigd worden door maai- en sleepwerkzaamheden.

Reeën zijn beschermd op grond van de Wet natuurbescherming. Dit betekent dat in elk geval de zorgplicht van toepassing is (artikel 1.11 Wet natuurbescherming), te weten dat iedereen voldoende zorg in acht moet nemen voor in het wild levende dieren. Onder deze zorgplicht valt de verplichting om te voorkomen dat reekalfjes als gevolg van maaiwerkzaamheden gedood worden.

Er bestaat een landelijke gedragscode[2] voor werkzaamheden in het kader van beheer en onderhoud, waaronder het uitvoeren van maaiwerkzaamheden. Doel van deze gedragscode is voorkomen dat de Wet natuurbescherming wordt overtreden. In deze gedragscode is echter geen specifiek hoofdstuk opgenomen voor maaiwerkzaamheden in natuurgrasland.

Er zijn talloze mogelijkheden om maaislachtoffers te voorkomen, zoals ‘voorlopen’ van het perceel, gebruik van elektronische wildredders, kettingen, warmtecamera’s, inzet van drones etc.

Wij stellen u graag de volgende vragen.

  1. Bent u van mening dat NM hier aan de zorgplicht heeft voldaan? Is er volgens u sprake geweest van onzorgvuldig handelen? Zo ja, heeft u naar aanleiding van dit incident contact gehad met NM, is er op enige wijze handhavend opgetreden?
  2. Waarom heeft NM niet van de uitvoerder geëist dat het perceel eerst gecontroleerd moet worden, c.q. dat er wildreddende apparatuur moest worden ingezet? Met andere woorden, hoe kan het dat een natuurorganisatie een dergelijke fout maakt?
  3. Wanneer zich een situatie voordoet dat diersoorten zijn gedood vanwege onachtzaam maaien, wat zijn dan de consequenties (stilleggen van werk, boete)? Op welke wijze wordt er in zijn algemeenheid gehandhaafd op soortgelijke overtredingen? Wie ondervindt de consequenties van handhavend optreden, de eigenaar of de uitvoerder?
  4. Is er een beheerplan opgesteld voor het betreffende gebied? Zo ja, kunt u aangeven onder welk beheer dit specifieke stuk land valt, en is in het plan volgens u afdoende vastgelegd aan welke eisen maaiwerkzaamheden moeten voldoen?
  5. Is deze gebeurtenis voor u aanleiding om aan te dringen op een andere inrichting van het beheer, bijvoorbeeld nog later maaien? Zo nee, waarom niet? is het volgens u correct wat NM aangeeft, namelijk dat het ‘hoogseizoen’ de beste periode is om te maaien?
  6. Op welke wijze is de provincie in zijn algemeenheid betrokken bij het opstellen van de beheerplannen van door de provincie verworven of aangelegde natuurgebieden? Welke mogelijkheden ziet u voor de provincie om striktere eisen te stellen aan het beheer van de EVZ’s en het NNN?
  7. Wat vindt u van het feit dat u veel tijd, geld en moeite investeert in de aanleg van nieuwe natuurgebieden, en er vervolgens onzorgvuldig beheer op toegepast wordt?
  8. Bent u van mening dat in onze provincie de gedragscode voldoende nageleefd wordt door zowel terreinbeheerders als agrariërs, en zo ja, waar is deze overtuiging op gebaseerd? Bent u bereid grondeigenaren en beheerders zoals TBO’s, waterschappen en gemeenten, alsmede de agrarische sector, nogmaals te wijzen op de noodzaak van het zorgvuldig (laten) uitvoeren van maaiwerkzaamheden teneinde maaislachtoffers te voorkomen?
  9. Omwonenden hebben aangeboden om in de toekomst te helpen met het doorzoeken van te maaien percelen. Alhoewel dit natuurlijk toe te juichen valt, ontslaat dit terreinbeheerders niet van hun eigen plicht om een grondige controle uit te voeren. Zorgvuldig handelen moet niet afhankelijk gemaakt worden van welwillende burgers. Bent u bereid dit nogmaals duidelijk naar alle terreinbeheerders te communiceren?
  10. Een woordvoerder van NM gaf aan dat ‘door schaalvergroting boeren en loonwerkers met steeds grotere maaiers werken’. Schaalvergroting in de landbouw heeft dus als onbedoelde bijwerking dat ook in natuurgebieden slachtoffers vallen, omdat de machines niet meer geschikt zijn voor zorgvuldig beheer. Bent u met ons van mening dat natuurbeheer uitgevoerd moet worden met voor het doel geschikte machines, voorzien van de best beschikbare technieken om vernietiging van dieren en kwetsbare planten te voorkomen? Zo ja, op welke wijze kunt u dit helpen bewerkstelligen?
  11. In antwoord op onze vragen van d.d. 16 april stelde u dat u geen inzicht heeft in het aantal dierenslachtoffers door gebruik van landbouwmachines. Geldt dit ook voor de natuurgebieden? En voor het maaien van de bermen langs provinciale wegen en op andere provinciale gronden? Welke eisen hanteert u ter voorkoming van maaislachtoffers op uw eigen gronden?

Met vriendelijke groet,

Ankie Voerman

Partij voor de Dieren

[1] https://www.sikkom.nl/enorme-maaimachine-van-natuurmonumenten-maait-jong-hertje-dood-in-onlanden/?fbclid=IwAR1Zv_llfJPaE2dnn0cmE4P2jOdOAxo3xGT2WBfx6aL_h7qAbAuUX7WL1K8

[2] https://mijn.rvo.nl/documents/20448/80125/Gedragscode+natuurbeheer+2016-2021/cff29897-70b2-422e-afe4-7460cf76b903

Indiendatum: jun. 2020
Antwoorddatum: 25 aug. 2020

U kunt de antwoorden hier inzien.