Schrif­te­lijke vragen betref­fende zorge­lijke situatie AkzoNobel en Nedmag


Indiendatum: apr. 2018

Groningen, 26 april 2018

Statenvragen van de Partij voor het Noorden en de Partij voor de Dieren Statenfracties aan
het College van Gedeputeerde Staten op grond van artikel 45 Reglement van orde
betreffende de verwevenheid van de NOM met Nedmag en de veiligheidsproblemen bij
Nedmag en AkzoNobel

Betreffende: NOM in combinatie met Nedmag en AkzoNobel

Geacht College,

In 2016 zijn de provincies Fryslân, Drenthe en Groningen 50% aandeelhouder geworden van
de Noordelijke Ontwikkelings Maatschappij (NOM). Provinciale Staten heeft hier destijds
kennis van genomen en mee ingestemd.

Tijdens een werkbezoek aan Nedmag op 7 maart jl. werden wij in kennis gesteld van het feit
dat de NOM 50% aandeelhouder is van Nedmag. De andere 50% is in handen van het
Belgische bedrijf Lhoist.

Lhoist is niet geheel onomstreden. Zo is het bedrijf betrokken geweest bij onderzoeken naar
belastingontwijking via lucratieve belastingparadijzen, zoals bijvoorbeeld Luxemburg.

1) Is het College van Gedeputeerde Staten op de hoogte van belastingonderzoeken, o.a.
in 2014, ten aanzien van Lhoist? Wat is het standpunt van het College van
Gedeputeerde Staten over dergelijke belastingconstructies? Graag een toelichting.

2) A. Is er een gedragscode of integriteitstoets in werking specifiek voor provinciale
deelname in bedrijven, met richtlijnen over onder andere investeringen in
wapenindustrie, belastingontduiking, natuur- en dieronvriendelijk beleid? Zo nee,
waarom niet? En bent u bereid deze op te laten stellen?
B. Zijn er volgens u binnen het aandelenpakket van de NOM bedrijven die mogelijk
een gedragscode of integriteitstoets niet zouden doorstaan? Welke zijn dit en kunt u
ze toelichten?

Gedragscodes voor ondernemingen zouden ook de lokale bevolking moeten beschermen.
Middels haar werkzaamheden berokkent Nedmag burgers in Groningen veel schade en leed.

3) De Provincie Groningen is medeaandeelhouder van de NOM. De NOM is op haar
beurt 50 % aandeelhouder van Nedmag. Hoeveel dividend heeft Nedmag uitgekeerd
aan de NOM over de boekjaren 2016 en 2017? Graag een toelichting van het College.

4) In hoeverre acht u het moreel te verantwoorden dat u via de NOM dividend ontvangt
van een bedrijf dat de eigen inwoners benadeelt?

Op woensdag 25 april jl. werd bekend dat de Nedmag haar belangrijkste productieput
(Tripscompagnie) per direct moet sluiten, omdat zout zou zijn weggelekt.i 70% van het zout
werd door Nedmag vanuit die put gewonnen. Lekkage heeft volgens Nedmag
plaatsgevonden op 1600 meter diepte. Drukverlies was het gevolg.

Volgens directeur Bruning in het Dagblad van het Noorden van 26 april jl. was de lekkage
volledig onverwacht. Hij kondigt in dat artikel ook aan dat deze lekkage betekent dat er meer
zout gewonnen zal moeten worden vanuit locatie Borger Compagnie.

Staatstoezicht op de Mijnen spreekt over een grote hoeveelheid pekelwater en mogelijk ook
diesel die door het cavernedak zijn gestroomd naar de bovenliggende zandsteenlaag.
Mogelijk heeft er vervuiling van het grondwater plaatsgevonden. Ook verwacht het SodM
daardoor een snellere bodemdaling dan bij normale zoutwinning. Hoeveel precies is volgens
het SodM niet te zeggen.ii

We hebben over dit onderwerp de volgende vragen:

5) Bent u het met ons eens, dat deze lekkage andermaal een voorbeeld is van het
gebrek aan kennis die overheden en bedrijven hebben als het gaat om de
ondergrond? Wordt dit soort risico’s in uw optiek ten behoeve van de economische
voordelen willens en wetens achtergehouden? Graag een uitgebreide toelichting.

6) Het SodM lijkt het niet direct met de Nedmag eens te zijn als het gaat om de
gevolgen voor het milieu. Er komt een onderzoek. Is de directe, schijnbaar
ongefundeerde, uitspraak van directeur Bruning van Nedmag, dat er geen schade is
berokkend aan het milieu, niet tekenend voor hoe grote mijnbouwbedrijven omgaan
met omwonenden en milieu? Graag een (wel) gefundeerde reactie.

7) Omwonenden maken zich in de optiek van de PvhN en de PvdD heel terecht grote
zorgen. De St. Stop Zoutwinning schrijft in een persbericht: “De situatie is kennelijk zo
ernstig dat de hele locatie gesloten moet worden. Wat is er aan de hand? Nedmag
weet niet wat de oorzaak van de lekkage is en bagatelliseert de gevolgen. Er is sprake
van lekkage, vervuiling, drukvermindering en versnelde bodemdaling maar Nedmag
beweert nog steeds dat er geen gevaar voor de omgeving is. Wat zijn de gevolgen op
termijn? Bijvoorbeeld voor onze veiligheid, onze huizen, het milieu en de
drinkwatervoorziening voor Noord-Nederland?” Kunt u uitgebreid reageren op deze
zorgen?

8) 70% van het magnesiumzout werd gewonnen uit de nu te sluiten mijn. Nedmag heeft
inmiddels aangekondigd dat het geen grote economische problemen zal opleveren,
omdat men nu op andere plekken de winning zal opschroeven. Wat vindt u van deze
reactie van Nedmag? Bent u het met ons eens, dat dit absoluut geen optie hoort te
zijn, aangezien de eigen bedrijfsvoering inmiddels overduidelijk niet veilig is? Graag
een gemotiveerd antwoord.

9) Bent u het met de PvhN en de PvdD eens dat de provincie via de NOM haar invloed
zou moeten aanwenden om de Nedmag te doen stoppen met zoutwinning en indien
dit niet lukt, de NOM te vragen afstand te doen van haar aandelen in Nedmag. Zo
niet, waarom bent u hiertoe niet bereid?

Dan een derde groep met vragen, nu over de zorgen uitgesproken door het Staatstoezicht op de Mijnen als het gaat om de zoutmijnen van AkzoNobel in Oost Groningen.

AkzoNobel staat al jaren onder verscherpt toezicht van het SodM, omdat ze zich niet houden
aan milieuregels en omdat er trillingen plaatsvinden bij de cavernes, waarvan de oorzaak
niet bekend is. AkzoNobel blijkt geen goede opvolging te geven aan waarschuwingen van het
SodM en is ook deze week weer op de vingers getikt. iii

Wij hebben daarom de volgende vragen:

10) In hoeverre heeft de provincie zeggenschap als het gaat om het toezicht op milieu en
veiligheid bij AkzoNobel in Oost Groningen? Bent u het met ons eens dat de winning
tenminste stil moet worden gelegd totdat de milieuproblemen zijn opgelost en er
bekend is waarom er trillingen plaatsvinden? Zo ja, wat gaat en kunt u er aan doen?
Zo nee, waarom niet? Graag een uitgebreid antwoord.

11) De in het artikel genoemde locatie staat in direct contact met de winning van zout
door AkzoNobel bij Zuidwending. Bent u bekend met problemen zoals trillingen op de
locatie Zuidwending en zo ja welke? Indien niet, bent u bereid daar navraag naar te
doen? Indien uw antwoord nee is, waarom niet?

12) Als het SodM zich grote zorgen maakt over de trillingen bij de zoutmijnen, hoe groot
moeten dan de provinciale zorgen worden voor de Veendamse wijken Zuidwending
en de Ommelanderwijk en de eveneens tegen gasopslag Zuidwending aangelegen
wijk Nieuwe Pekela? Zijn er door de trillingen en lekkages bij AkzoNobel problemen
te verwachten bij de gasopslag? Als u geen antwoord heeft, bent u dan bereid dat
met spoed uit te laten zoeken. Indien niet, waarom niet?

Met vriendelijke groet,
Be Zwiers
Namens de Statenfractie van de Partij voor het Noorden

Ankie Voerman
Namens de Statenfractie van de Partij voor de Dieren

i http://www.dvhn.nl/groningen/Nedmag-stopt-zoutwinning-in-Tripscompagnie-23128785.html
ii https://www.rtvnoord.nl/nieuws/193340/SodM-liters-pekelwater-vrijgekomen-bij-problemen-Nedmag
iii https://www.rtvnoord.nl/nieuws/193245/SodM-geeft-AkzoNobel-laatste-waarschuwing-vooronzorgvuldigheden-
bij-zoutwinning-update

Indiendatum: apr. 2018
Antwoorddatum: 5 jun. 2018

1 Bent u het met de Partij voor de Dieren eens dat we zo snel mogelijk afmoeten van fossiele brandstoffen en dat het daarom zeer onwenselijk is dat de energietransitie en ook het energiebesparend maken van huizen vertraagd wordt door het gebrek aan geschooide krachten? Zo nee, waarom niet?

Antwoord: Wij zijn het met u eens dat het onwenselijk is indien door het gebrek van geschoolde krachten de ook door ons nagestreefde energietransitie en het energiebesparend maken van huizen wordt vertraagd.

In het door PS d.d. 16 april 2016 vastgestelde Energietransitieprogramma benoemen wij onze wens om versneld onze afhankelijkheid van fossiele brandstoffen te verminderen en beschrijven wij de acties die wij daarvoor willen uitvoeren. Wij signaleren ook dat er druk staat op de arbeidsmarkt wat mogelijk onwenselijke gevolgen heeft voor het uitvoeren van onze beleidsambities.

Op 4 september 2018 wordt de Green Deal ondertekend door het ministerie van EZK, Gasunie en Uneto-VNI en het praktijklokaal warmtepompen geopend door minister Wiebes. Gezamenlijk met Uneto-VNI organiseert de provincie hieraan gekoppeld een congres voor met name de installatiebranche. Doel van het congres is het inzichtelijk maken van de knelpunten en oplossingsrichtingen geven voor de transitie van fossiele naar duurzame energie. Het gaat dan specifiek om de technische mogelijkheden naar de warmtepomp en de opschaling van (om)scholing die nodig is om deze op grote schaal te gaan installeren. De resultaten van het congres vormen input voor een plan. Dit plan willen we opstellen met UNETO-VNI, het UWV, het Alfacollege, het Noorderpoort en eventueel NAM en Gasunie.

2. De Provincie Groningen is voorloper op het gebied van de energietransitie. Is het door de SER gepresenteerde probleem ook een item in onze provincie? Bent u in staat om cijfers te geven? Geven de in het programma Groninaen&.Work gestelde doelen voldoende resultaat voor de (nabije) toekomst als het om bovenstaand probleem gaat? Zijn overige initiatieven inzake het bij- of herscholen van mensen voor het opvullen van genoemde vacatures in uw ogen afdoende?

Antwoord: In vraag 2 stelt u vier vragen tegelijkertijd, we beantwoorden ze in algemeenheid hieronder.
Het actuele of dreigende tekort aan geschoolde arbeidskrachten wordt aan de orde gesteld door bedrijven, onderwijsinstellingen en maatschappelijke organisaties. Wij hebben geen cijfers of het in Groningen sterker of minder sterk speelt dan in andere provincies. Wij zijn van mening dat Groningen@Work goede instrumenten biedt om duurzame werkgelegenheid te bevorderen en wij zetten ons in voor voldoende capabele en gemotiveerde studenten aan technische en IGT-opleidingen op MBO-niveau en voor een optimale aansluiting tussen de beschikbare onderwijsprogramma's en het werkveld, c.q. de werkvelden.
Het onlangs gestarte 1000-banen plan in de bouw/techniek biedt kansen voor met name de werkloze doelgroep. In dit, door het ministerie van SZW, ondersteund project worden werklozen begeleidt en omgeschoold voor kansrijke beroepen, met name in de techniek.

3. Met het afbouwen van de gaswinning, zuiien bij de NAM veei banen verdwijnen. Zijn er ai afspraken gemaakt of kunnen er afspraken gemaakt worden met de NAM over omscholingstrajecten richting de energietransitie? Zo niet, bent u bereid daarover met de NAM te spreken?

Antwoord: De provincie heeft op verkennende wijze met de NAM gesproken over de mogelijkheid om hun werknemers om te scholen voor banen in de energietransitie. Wij zetten deze gesprekken in de komende maanden voort en zullen, indien dit kansrijk lijkt, ook partijen zoals UNETO-VNI en de onderwijsinstellingen hierbij betrekken.

4 . Hoe worden Jongeren, zij-instromers, MBO en HBO opgeleide werklozen gestimuleerd om te kiezen voor een opleiding gericht op bovenstaande sectoren? Wordt er in uw optiek voldoende geïnvesteerd in deze mensen? Zo Ja, op welke wijze? Kan de provincie daarbij een (grotere) rol spelen?

Antwoord: Er zijn talrijke initiatieven om al deze genoemde doelgroepen te interesseren voor een baan in de techniek waaronder het zogenaamde 1000-banen plan, Toptechniek in Bedrijf, Kansrijke Leerweg (Commerciële Bedrijfsschool) en Opleidingstraject toekomstbestendig technisch vakmanschap in Noord-Nederland. Wij ondersteunen en zijn (mede)financier deze projecten.
De gemeenten en het UWV investeren, in onze optiek, voldoende in deze mensen. Het kan uiteraard altijd beter. Maar door de beperkte beschikbaarheid aan middelen die de gemeenten en het UWV hebben, denken wij dat hier niet alles wordt uit gehaald. Veelal is er ook sprake van mismatch op de arbeidsmarkt (competenties sluiten niet aan op de vraag).
Wij participeren, samen met de provincies Drenthe en Fryslan en andere publieke- en private instellingen/bedrijven in het Techniekpact Noord. Er wordt op regionale schaal samengewerkt aan een concrete agenda voor goed onderwijs van jong tot oud en een goed functionerende arbeidsmarkt in de techniek (metaal-en elektrotechniek, chemie, energie, bouw en installatietechniek). Verder zijn wij samen met de SER en andere partijen momenteel aan het onderzoeken hoe we het geld uit de O&O fondsen kunnen inzetten voor bij- en omscholing van mensen die nu langs de zijlaan staan.
Eén van de groepen die de SER noemt als potentiële werknemers binnen de energietransitie zijn de statushouders. Groningen is naast voorloper energietransitie, ook de "vluchtelingenprovincie" van Nederland. De werkloosheid onder hen is hoog. Dat terwijl volgens de GOA ongeveer een derde van hen hoger opgeleid is.

5. Hoe kijkt u aan tegen de aanbeveling van de SER om diversiteit onder werknemers na te streven? is er iets wat u zou kunnen doen om dat te bewerkstelligen? Graag een gemotiveerd antwoord.

Antwoord:
Wij kijken positief tegen deze aanbeveling aan. Het verdient extra aandacht om deze doelgroep toe te leiden naar een baan op de arbeidsmarkt, taalverwerving is daarbij een speerpunt. Daarmee is de integratie en participatie gediend. Het toeleiden van mensen naar de arbeidsmarkt is primair een taak van de gemeenten en het UWV. Als provincie vervullen wij een addiotionele rol, bijvoorbeeld door inzet van (co-)financiering aan projecten die bijdragen aan onze provinciale focus op de aansluiting van vraag en aanbod en van onderwijs en arbeidsmarkt. Eén van de projecten die wij financieren is het 1000-banenplan. Binnen het 1000-banenplan loopt op dit moment een project met statushouders in de bouw.

6. Bent u het met de Partij voor de Dieren eens dat het zeer de moeite waard zou zijn om statushouders met een reievante vooropieiding of affiniteit met de energietransitie een kans te bieden op werk binnen deze sector? Zo Ja, kan de provincie daarbij een rol spelen?

Antwoord: Zoals eerder is aangegeven, ligt de toeleiding van mensen, waaronder ook voor deze doelgroep, bij de gemeenten en het UWV. Wij kunnen bij de uitvoerders van het 1000-banenplan aankaarten of de mogelijkheid bestaat om voor deze doelgroep een project te starten binnen deze sector.

7. is het college bereid gemotiveerde statushouders die de scholing zouden willen volgen naar onze provincie te halen? Zo ja, hoe pakt u dat aan? Zo nee, waarom niet?

Antwoord: Wij richten ons beleid voor ondersteuning voor scholing op de in de provincie Groningen gehuisveste statushouders. De primaire verantwoordelijk voor scholing en arbeidsmarktbeleid ligt bij de gemeenten en het UWV. Via verschillende projecten en trajecten (zoals in bovenstaande beantwoording vermeld) ondersteunen wij de gemeenten.

8. Dit college heeft toegezegd maximaal 100.000 euro per jaar te investeren in projecten die leiden tot integratie van asielzoekers. Is dit budget ai uitgeput? Zo nee, welk bedrag is er nog beschikbaar en bent u bereid dat bedrag te investeren in de bijscholing van genoemde doelgroep?

Antwoord: Nee, het budget is nog niet uitgeput. Het beschikbaar gestelde budget voor Asielzoekersbeleid voor 2018 en 2019 bedraagt jaarlijks € 100.000,-. Voor deze periode zijn nu nog geen verplichtingen vastgelegd. De budgetruimte t/m 2019 bedraagt nog € 200.000,-. Het ligt niet in de reden om dit budget aan te wenden voor de bijscholing van genoemde doelgroep, het budget is hier niet voor bedoeld.

9. Zijn er ai gesprekken of afspraken met onderwijsinstellingen met betrekking tot het bij- en herscholen van statushouders? Zo ja, met welke? Wat is er afgesproken? Kunt u een uitgebreid antwoord geven?

Antwoord: De diverse onderwijsinstellingen zoals het Alfa collega, het Noorderpoort en de Hanzehogeschool voeren al verschillende opleidingstrajecten uit.
Sinds maart 2017 heeft de gemeente Groningen een convenant ondertekent samen met het Alfa-college, het Noorderpoort, de Hanzehogeschool waarin zij inburgering, educatie en integratie centraal stellen. Het convenant vormt de basis voor de verbinding van gemeente, onderwijs, werkgevers en andere stakeholders in de regio.
Het Alfa-college en Noorderpoort verzorgen al langer trajecten voor vergunninghouders van alfabetisering tot staatsexamen en geïntegreerde MBO-opleidingen. Binnen deze opleiding wordt het inburgeringstraject gecombineerd met een middelbare beroepsopleiding.
Daarnaast verzorgt het Alfa-college voor hoogopgeleide vergunninghouders in samenwerking met Hanzehogeschool en Rijksuniversiteit een voorbereidend jaar richting een HBO of WO-studie.

Wij vertrouwen erop u hiermee voldoende de hebben geïnformeerd.

Help mee aan een betere wereld

    Word lid Doneer