Schrif­te­lijke vragen betref­fende uitbreiding camping Wedder­bergen


Geacht college,

Volgend jaar neemt het College van B&W van de gemeente Westerwolde een besluit over een bestemmingsplanwijziging ten behoeve van de uitbreiding van camping de Wedderbergen te Wedde. Een deel van de kwetsbare natuur bij de Westerwoldse Aa gaat met deze uitbreiding verloren. Als motivatie voor de ingreep in het NNN (Nationaal Natuur Netwerk) wordt door de eigenaar van de camping en het College van B&W nog getwijfeld tussen een ‘kleinschalige ingreep’ of een ‘groot maatschappelijk belang’.

Na advies van een ecologisch bureau over mitigerende maatregelen heeft u toestemming gegeven voor de bestemmingsplanwijziging. In 2016 ontving de ondernemer €46.250 provinciale subsidie in het kader van het Leader programma voor Oost-Groningen.

Naar aanleiding hiervan heeft de Partij voor de Dieren de volgende vragen:

  1. De natuur die verloren gaat is onderdeel van een langgerekt natuurlint en vormt daarmee een onmisbare verbinding voor migratie van dieren en verspreiding van plantensoorten langs de Westerwoldse Aa. De beoogde compensatienatuur is een losliggend stukje grond dat vlakbij bebouwing ligt. Bent u van mening dat er geen verlies van ecologische waarden optreedt bij de gekozen compensatie en kunt u dat toelichten?
  2. Kan volgens u een beboste rivierloop worden gecompenseerd door kruidenrijk grasland? Hoe wordt gewogen of het ene natuurdoeltype voldoende compenseert voor een verloren gegaan, ander natuurdoeltype?
  3. Artikel 2.45 van de POV stelt dat er bij compensatie voor ingrepen in het NNN netto winst moet optreden voor de ‘belangrijke kenmerken en waarden in termen van areaal, kwaliteit en samenhang’. Kunt u uiteenzetten wat in dit specifieke geval die netto winst is?
  4. In hetzelfde artikel (2.45 c) wordt gesteld dat ook ‘potentiële kenmerken en waarden’ bedoeld kunnen worden. Dit artikel heeft als risico dat er compensatienatuur wordt aangelegd die in potentie natuurwaarden gaat herbergen, waarbij na verloop van tijd blijkt dat dit niet gebeurt. Dan ontstaat per saldo verlies aan ecologische waarde. De Partij voor de Dieren vreest dat ook in het geval Wedderbergen er zwaar wordt geleund op mogelijke, potentiële natuurwaarden. Welke maatregel is er vervolgens als vangnet mocht blijken dat de natuurwaarden zich niet ontwikkelen zoals gehoopt? Bent u van mening dat er dan alsnog extra moet worden gecompenseerd, of mag die verplichting volgens u dan vervallen?
  5. Bent u het met de Partij voor de Dieren eens dat juist verbindingen tussen natuurgebieden extra beschermd zouden moeten worden, gezien de snippernatuur in onze provincie? Zo ja, hoe verklaart u dan het toestaan van deze ingreep?
  6. Bent u het met de Partij voor de Dieren eens dat indien met deze motivatie een deel van het NNN opgeofferd mag worden, dit een onwenselijk precedent schept voor andere gemeenten met NNN-natuur binnen hun grenzen? Kunt u dit toelichten? Hoe bent u voornemens deze precedentwerking te voorkomen?
  7. Kenschetst u deze uitbreiding als ‘kleinschalige ingreep’ of als ‘groot maatschappelijk belang’ en kunt u toelichten waarom? Indien u van mening bent dat deze uitbreiding een groot maatschappelijk belang dient, erkent u daarmee dan dat het economische belang in dit geval prevaleert boven het ecologische?
  8. Naast bijdragen aan de toeristische infrastructuur moet een project dat voor Leader-subsidie in aanmerking wil komen o.a. educatief en innovatief zijn en brede lokale steun genieten. Bent u met de kennis van nu, er nog steeds van overtuigd dat de campingeigenaar rechtmatig een Leader-subsidie toegekend heeft gekregen? Zo ja, wat zijn volgens u de educatieve en innovatieve kenmerken van de uitbreiding?
  9. Bij dorpsbewoners en plaatselijke natuurverenigingen ontbreekt elk draagvlak voor deze uitbreiding. Hoe verklaart u dat plannen die géén lokale steun genieten toch punten hiervoor verdienen in een subsidieaanvraag? Is er volgens u voldoende gecontroleerd of bewezen dat er inderdaad brede lokale steun voor de uitbreiding was en op welke wijze?
  10. Hoe kan een ondernemer die onjuiste informatie verstrekt over het doorlopen vergunningentraject toch in aanmerking komen voor subsidie, c.q. waarom werd de subsidie niet ingetrokken toen deze feiten aan het licht kwamen?
  11. Hoe beoordeelt u de vermeende belangenverstrengeling tussen de eigenaar en de bij de subsidieaanvraag betrokken personen? Bent u van mening dat subsidieaanvragen voldoende worden doorgelicht op partijdigheid en belangenverstrengeling en kunt u toelichten op welke wijze dit gebeurt?
  12. Bovenstaande in acht nemende, bent u bereid het provinciale deel van de subsidie in te trekken? Zo nee, waarom niet?
  13. Bent u bereid om in de voorwaarden voor provinciale subsidieverlening een clausule op te laten nemen dat de gesubsidieerde projecten niet ten koste mogen gaan van het NNN en andere natuurgebieden? Zo nee, waarom niet? Zo ja, op welke wijze en termijn kunt u dit implementeren?

Bij voorbaat dank ik u voor uw antwoord.

Met vriendelijke groet,

Ankie Voerman,

Partij voor de Dieren

Antwoorddatum: 12 dec. 2018

Vraag 1. De natuur die verloren gaat is onderdeel van een langgerekt natuurlint en vormt daarmee een onmisbare verbinding voor migratie van dieren en verspreiding van plantensoorten langs de Westerwoldse Aa. De beoogde compensatlenatuur Is een losliggend stukje grond dat vlakbij bebouwing ligt. Bent u van mening dat er geen verlies van ecologische waarden optreedt bij de gekozen compensatie en kunt u dat toelichten?

Antwoord: Zoals aangegeven heeft de gemeente nog geen besluit genomen over de omgevingsvergunning voor de uitbreiding van de camping en de daarmee samenhangende natuurcompensatie, omdat zij deze compensatie opnieuw wil bezien. Daarom vinden wij het nu niet opportuun om deze vraag te beantwoorden.

Vraag 2. Kan volgens u een beboste rivierloop worden gecompenseerd door kruldenrijk grasland? Hoe wordt gewogen of het ene natuurdoeltype voldoende compenseert voor een verloren gegaan, ander natuurdoeltype?

Antwoord: Wij gaan ervan uit dat ook deze vraag betrekking heeft op de voorgenomen uitbreiding van de camping en verwijzen daarom naar ons antwoord op vraag 1.

Vraag 3. Artikel 2.45 van de POV stelt dat er bij compensatie voor ingrepen In het NNN-nettowInst moet optreden voor de 'belangrijke kenmerken en waarden In termen van areaal, kwaliteit en samenhang'. Kunt u uiteenzetten wat in dit specifieke geval die nettowinst is?

Antwoord: Zie het antwoord op vraag 1.

Vraag 4. In hetzelfde artikel (2.45 c) wordt gesteld dat ook 'potentiële kenmerken en waarden' bedoeld kunnen worden. Dit artikel heeft als risico dat er compensatlenatuur wordt aangelegd die in potentie natuurwaarden gaat herbergen, waarbij na verloop van tijd blijkt dat dit niet gebeurt. Dan ontstaat per saldo verlies aan ecologische waarde. De Partij voor de Dieren vreest dat ook In het geval Wedderbergen er zwaar wordt geleund op mogelijke, potentiële natuurwaarden. Welke maatregel is er vervolgens als vangnet mocht blijken dat de natuurwaarden zich niet ontwikkelen zoals gehoopt? Bent u van mening dat er dan alsnog extra moet worden gecompenseerd, of mag die verplichting volgens u dan vervallen?

Antwoord: Zie ons antwoord op vraag 1.

Vraag 5. Bent u het met de Partij voor de Dieren eens dat Juist verbindingen tussen natuurgebieden extra beschermd zouden moeten worden, gezien de snippernatuur in onze provincie? Zo Ja, hoe verklaart u dan het toestaan van deze ingreep?

Antwoord: Wij gaan ervan uit dat ook deze vraag betrekking heeft op de voorgenomen uitbreiding van de camping en verwijzen daarom naar ons antwoord op vraag 1.

Vraag 6. Bent u het met de Partij voor de Dieren eens dat indien met deze motivatie een deel van het NNN opgeofferd mag worden, dit een onwenselijk precedent schept voor andere gemeenten met NNN-natuur binnen hun grenzen? Kunt u dit toelichten? Hoe bent u voornemens deze precedentwerking te voorkomen?

Antwoord: Wij gaan ervan uit dat ook deze vraag betrekking heeft op de voorgenomen uitbreiding van de camping en verwijzen daarom naar ons antwoord op vraag 1.

Vraag 7. Kenschetst u deze uitbreiding als 'kleinschalige ingreep' of als 'groot maatschappelijk belang' en kunt u toelichten waarom? Indien u van mening bent dat deze uitbreiding een groot maatschappelijk belang dient, erkent u daarmee dan dat het economische belang in dit geval prevaleert boven het ecologische?

Antwoord: Wij verwijzen naar ons antwoord op vraag 1.

Vraag 8. Naast bijdragen aan de toeristische infrastructuur moet een project dat voor Leader-subsidie in aanmerking wil komen o.a. educatief en innovatief zijn en brede lokale steun genieten. Bent u met de kennis van nu, er nog steeds van overtuigd dat de campingeigenaar rechtmatig een Leader-subsidie toegekend heeft gekregen? Zo Ja, wat zijn volgens u de educatieve en innovatieve kenmerken van de uitbreiding?

Antwoord: Ons besluit om een bijdrage toe te kennen in het kader van LEADER, is genomen op basis van een zwaarwegend advies van de lokale actiegroep (LAG) Oost-Groningen. Het educatieve en innovatieve karakter van een subsidieaanvraag wordt door deze groep mensen gewogen en gescoord op basis van aangeleverde informatie in het projectplan en op basis van lokale kennis. Wij hebben geen reden gevonden om bij de behandeling van het subsidieverzoek te twijfelen aan het advies en aan de beweegredenen van de LAG Oost-Groningen.

Vraag 9. Bij dorpsbewoners en plaatselijke natuurverenigingen ontbreekt elk draagvlak voor deze uitbreiding. Hoe verklaart u dat plannen die géén lokale steun genieten toch punten hiervoor verdienen In een subsidieaanvraag? Is er volgens u voldoende gecontroleerd of bewezen dat er Inderdaad brede lokale steun voor de uitbreiding was en op welke wijze?

Antwoord: Zoals aangegeven hebben wij ons gebaseerd op een zwaarwegend advies van de LAG Oost-Groningen. Deze groep bestaat voor het merendeel uit burgers en ondernemers uit de regio en voor een klein deel uit vertegenwoordigers van gemeenten

Vraag 10. Hoe kan een ondernemer die onjuiste Informatie verstrekt over het doorlopen vergunningentraject toch In aanmerking komen voor subsidie, c.q. waarom werd de subsidie niet Ingetrokken toen deze feiten aan het licht kwamen?

Antwoord: De ondernemer heeft geen onjuiste informatie verschaft. In het projectplan is aangegeven dat op het moment van aanvragen de omgevingsvergunning was aangevraagd. In de subsidiebeschikking is een voorwaarde opgenomen dat pas bij het overleggen van een vergunning voor de activiteit (in dit geval de omgevingsvergunning) de subsidie kan worden uitgekeerd.

Vraag 11. Hoe beoordeelt u de vermeende belangenverstrengeling tussen de eigenaar en de bij de subsidieaanvraag betrokken personen? Bent u van mening dat subsidieaanvragen voldoende worden doorgelicht op partijdigheid en belangenverstrengeling en kunt u toelichten op welke wijze dit gebeurt?

Antwoord: De werkwijze die de provincie met de LAG heeft afgesproken zorgt ervoor dat mogelijke belangenverstrengeling wordt voorkomen. Bij vergaderingen waarbij projecten beoordeeld worden waarbij leden van de LAG of steungroep een persoonlijk belang hebben, verlaat deze persoon bij behandeling van dat project tijdelijk de vergadering en heeft geen stemrecht.

Vraag 12. Bovenstaande In acht nemende, bent u bereid het provinciale deel van de subsidie In te trekken? Zo nee, waarom niet?

Antwoord: Onzes inziens zijn er geen veranderde omstandigheden die het rechtvaardigen om op de subsidieaanvraag en het advies van de LAG terug te komen.

Vraag 13. Bent u bereid om In de voorwaarden voor provinciale subsidieverlening een clausule op te laten nemen dat de gesubsidieerde projecten niet ten koste mogen gaan van het NNN en andere natuurgebieden? Zo nee, waarom niet? Zo ja, op welke wijze en termijn kunt u dit Implementeren?

Antwoord: De huidige werkwijze hoeft niet te worden aangepast omdat uitbetalingen pas plaats kunnen vinden als er een vergunning (in dit geval de omgevingsvergunning) kan worden overlegd.

Wij vertrouwen erop u hiermee voldoende te hebben geïnformeerd.

Wij staan voor:

Help mee aan een betere wereld

    Word lid Doneer