PvdD: ontheffing boer­de­rij­brand Den Horn onterecht verleend


6 mei 2019

De statenfractie van de Partij voor de Dieren Groningen stelt vragen aan het College van GS over het in brand steken van een oude boerderij in Den Horn, voor opnamen van een speelfilm. De boerderij, sinds 1966 onbewoond, was overgroeid met bomen en struiken en lag midden in een bosje. Omdat het bos omringd is door kaal grasland dient het als stepping stone voor migrerende dieren, en als rust- en fourageerplaats voor vogels, vleermuizen en kleine zoogdieren. Anderhalve maand voor de brand is door een ecoloog een zogenaamde ‘quickscan’ uitgevoerd. Hierbij is de aanwezigheid van diverse vogelsoorten, amfibiën en muizen vastgesteld.

Statenlid Ankie Voerman vindt het onbegrijpelijk dat er midden in het broed- en paarseizoen toestemming werd gegeven voor de brand: “In onze ogen is dit een overtreding van zowel de Wet Natuurbescherming als de Wet Milieubeheer. Het verstoren van vogels en vernielen van hun verblijfplaatsen is bij wet verboden. Mogelijk waren er vogels nesten aan het bouwen. Waarom heeft het College geen stokje gestoken voor de ontheffing die de gemeente Westerkwartier verleend? Bovendien komt bij een grote brand als deze veel fijnstof, CO2 en mogelijk ook schadelijke stoffen vrij. De overheid heeft de taak het milieu te beschermen, niet opzettelijk te vervuilen middels een aangestoken brand. Wij zijn natuurlijk niet tegen het maken van een film, maar opnamen mogen niet ten koste gaan van dieren en milieu.”

Ook is de bezwaartermijn van zes weken niet afgewacht. De ontheffing werd op 29 april verleend, en in de nacht van 1 mei ging de boerderij in vlammen op. Voerman: “Als onomkeerbare ingrepen dwars door de bezwaartermijn heen tóch mogen worden uitgevoerd zijn inspraakprocedures een wassen neus.” De provincie reageerde bovendien niet op handhavingsverzoeken die door burgers werden ingediend.