Partij voor de Dieren wil maximale veiligheid voor Groningse school­kin­deren


3 september 2015

De Statenfractie van de Partij voor de Dieren heeft met verbazing en zorg kennisgenomen van het besluit van de gemeente Bedum om een groot deel van de schoolkinderen binnen de gemeente onderwijs te geven in gebouwen die niet bestendig blijken te zijn tegen zwaardere aardbevingen. In totaal ongeveer 900 kinderen van vier scholen zullen per school beurtelings ondergebracht worden in een noodgebouw, terwijl hun school aardbevingsbestendig wordt gemaakt. Het hele proces zal ongeveer drie jaar in beslag nemen. De Partij voor de Dieren vindt dat de veiligheid van de kinderen voorop moet staan, en pleit er voor dat álle kinderen zo snel mogelijk in een aardbevingsbestendig noodgebouw moeten worden ondergebracht. De partij heeft hierover vragen gesteld aan de Gedeputeerde.

De gemeente Bedum vindt de gekozen aanpak verantwoord en beroept zich daarbij op het rapport van de commissie Meijdam. In dat rapport wordt het risico op zware aardbevingen minder groot geacht dan eerder ingeschat. Vertegenwoordigers van het Staatstoezicht op de Mijnen en de NAM hebben echter afstand genomen van deze redenering. Zo heeft NAM woordvoerder Sander van Rootselaar tegen het Dagblad van het Noorden verklaard, dat er mogelijk vaker en mogelijk zwaardere aardbevingen zullen komen.

Statenlid Ankie Voerman: “Het nieuwe schooljaar is voor naar schatting driekwart van deze kinderen begonnen in een gebouw waarvan na uitgebreide inspectie is gebleken dat het niet aardbevingsbestendig is. De zwaarte van een eventuele aardbeving in de toekomst valt niet te voorspellen. De veiligheid van de kinderen is hier in het geding en dat is voor ons onaanvaardbaar".

Blijf op de hoogte van het laatste nieuws

    Abonneer op de nieuwsbrief