Partij voor de Dieren noemt huidige aanpak voor herstel boeren­land­vogels zinloos


11 maart 2019

De Partij voor de Dieren in de provincie Groningen wil dat de provincie ophoudt met de huidige aanpak van de achteruitgang van boerenlandvogels. Een recent rapport van de Vogelbescherming roept provincies op om meer werk te maken van de biodiversiteit op het platteland en noemt als belangrijkste oorzaken van de achteruitgang van de boerenlandvogels overbemesting, lage grondwaterstanden en te weinig voedsel. De Partij voor de Dieren wil daarom dat het zogenaamde beheer van predatoren volledig stopt, en de provincie zich richt op de werkelijke bron van de achteruitgang.

Statenlid Kirsten de Wrede is van mening dat het gehele landbouwbeleid op de schop zou moeten: “Het is duidelijk dat de huidige aanpak, het inrichten van kleine stukjes land voor een bepaald aantal vogelsoorten, niet werkt. Om de biodiversiteit weer wat op peil te krijgen, zullen we op grote schaal terug moeten naar verhoging van de grondwaterstanden en het invoeren van kruidenrijk gras, zodat er weer meer insecten kunnen komen”. Het tekort aan insecten, en dus voedsel voor vogels, is één van de hoofdoorzaken voor de kelderende aantallen boerenlandvogels.

Volgens de Wrede moet de provincie onmiddellijk stoppen met het doden van dieren in het kader van bescherming van boerenlandvogels, omdat duidelijk is dat dat niet alleen wreed is, maar het ook niet helpt om de aantallen te doen toenemen. De huidige aanpak is volgens de Wrede alleen bedoeld om een rookgordijn op te werpen, waarachter alle partijen kunnen doorgaan zoals ze willen. Boeren willen het land intensief beheren, jagers willen jagen. “En hoe meer je op vossen schiet, hoe meer er komen, want het is een territoriaal dier,” aldus de Wrede.

De schriftelijke vragen kunt u hier lezen.

Wij staan voor:

Blijf op de hoogte van het laatste nieuws

    Abonneer op de nieuwsbrief