Natuur­in­clu­sieve landbouw vraagt om radicale omslag


Partij voor de Dieren kritisch op provin­ciale aanpak

9 september 2021

De Partij voor de Dieren is verheugd dat de provincie Groningen zich inzet voor de groei van natuurinclusieve landbouw. Landbouw en natuur verenigen, het klinkt prachtig. Deze vorm van landbouw kan oplossingen aandragen om biodiversiteit te herstellen, klimaatproblemen aan te pakken en te komen tot een eerlijke voedselproduktie, maar alléén als deze is gericht op gezonde ecosystemen. Het provinciale beleid is echter omgeven door onzekerheden: over de inhoud, het tempo van invoering en vooral de beoogde effecten. De Regiodeal Natuurinclusieve landbouw, waar de provincie in participeert, is aanleiding voor kritische vragen van de Statenfractie voor het College van GS.

Duurzame landbouw, innovatieve landbouw, toekomstgerichte landbouw, agrarisch natuurbeheer… de benamingen van de provinciale programma’s landbouw die door de jaren heen zijn uitgevoerd zijn groots. Groots was ook het budget dat hiervoor beschikbaar was. Tientallen miljoenen zijn uitgegeven aan pilots, samenwerkingsverbanden en actieplannen. De Partij voor de Dieren vraagt zich af welk effect de inspanningen hebben opgeleverd voor biodiversiteit, natuur, landschap en leefbaarheid. Inmiddels is het nieuwe programma Natuurinclusieve Landbouw opgetuigd, maar concrete, meetbare doelen en een helder eindbeeld ontbreken.

Statenlid Ankie Voerman: “Laat ik vooropstellen dat natuurinclusieve landbouw hoop biedt voor de toekomst, en dat onze partij voorstander is van een regeneratieve landbouw, met de natuur als basisuitgangspunt. De Regiodeal natuurinclusieve landbouw geeft helaas de indruk dat er een fijn nieuw speeltje is gevonden, waar men naar hartenlust over kan vergaderen, procesontwerpen, en ontwikkelrichtingen, monitoringsinstrumenten en kennisconsortiums bij kan samenstellen. Terwijl er, bijvoorbeeld binnen de biologische en biodynamische landbouw, al zoveel kennis en ervaring beschikbaar is over hoe men samen met de natuur kan optrekken. Dan hoeft er nu toch niet weer vanaf het nulpunt begonnen te worden met kennismaken, netwerken, leren samen te werken en proefballonnen op te laten? Deze langdradige startprocessen leveren veel te veel vertraging op.”

De fractie wil van het College weten welke resultaten er in het verleden zijn geboekt, en of hier op wordt voortgebouwd. Ook vraagt zij welke ecologische visie ten grondslag ligt aan het beleid en hoe resultaat gemeten wordt. Wordt er gestreefd naar het hoogste niveau van natuurinclusief, waarbij biodiversiteit net zo leidend is als de productie?

Ook zet Voerman haar vraagtekens bij de kans van slagen zolang het huidige landbouwsysteem zo dwingend is: “Dick Melman van Wageningen Universiteit verwoord het prachtig: ‘Natuurinclusieve landbouw betekent een veranderende positie ten opzichte van natuur: de mens is niet meer ‘heerser over het systeem’ maar ‘deel van een systeem’. Zijn de agrariërs in Groningen bereid om hun manier van denken en werken vrij radicaal te veranderen? De leidende werkwijze is helaas nog steeds zo veel en zo goedkoop mogelijk produceren, ten koste van bodem en biodiversiteit. Is de provincie waarachtig van plan om bij te dragen aan een omslag, zodat waarden als een gezonde bodem, rijke biodiversiteit en een gezond leefklimaat leidend worden?”