De geiten komen wél!


20 mei 2019

Vorig jaar begon het opnieuw te rommelen en donderen rondom de geitenhouderij. Nu de Q-koorts leek te zijn ‘vergeten’ – maar hoe kan je 95 doden en talloze chonisch zieken vergeten! – werden in oktober vorig jaar de eerste resultaten van de onderzoeken naar de gezondheidsrisico’s van omwonenden van geitenhouderijen bekend. Het onderzoek, uitgevoerd door Nivel en RIVM, bracht aan het licht dat mensen die binnen een straal van twee kilometer van een geitenhouderij wonen een verhoogd risico hebben op longontsteking. De provincie Brabant had al langer een zogenaamde ‘geitenstop’, en andere provincies volgden nu in snel tempo. Inmiddels is er in negen provincies geen nieuwvestiging en uitbreiding van geitenhouderijen mogelijk totdat verdere onderzoeksresultaten bekend zijn (naar verwachting in 2021). Uit voorzorg, om omwonenden te beschermen.

In onze provincie gebeurde echter niks. De Partij voor de Dieren probeerde uit alle macht om het College in beweging te krijgen om beperkende regels te stellen, zonder resultaat. Een motie die vroeg om een geitenstop werd door de gedeputeerde ontraden en door geen van de andere partijen gesteund. De provincie verleent ondertussen zonder blikken of blozen Natuurbeschermingswetvergunningen voor groeiende geitenbedrijven. En bij de gemeenten gaan de omgevingsvergunningen zó over de toonbank.

Expliciete waarschuwing GGD Groningen

De GGD Groningen heeft een advies opgesteld voor gemeenten die te maken krijgen met een aanvraag voor uitbreiding of vestiging van een geitenbedrijf. De GGD spreekt daarin expliciet haar zorgen uit over het verhoogde risico op longontsteking, een ziekte die ernstig kan verlopen, zeker voor kwetsbare mensen. Daarom adviseert ze de provincie en gemeenten om uit voorzorg terughoudend te zijn met ‘uitbreiding en nieuwvestiging van geitenhouderijen nabij gevoelige bestemmingen zoals woningen, scholen, zorgcentra etc’ en met ‘het plaatsen van nieuwe gevoelige bestemmingen nabij reeds bestaande geitenhouderijen.’ Diplomatieke taal voor ‘begin er niet aan’. Hierbij is geen onderscheid tussen één of meerdere bedrijven. Ook al is de geitendichtheid in Brabant of Limburg hoger dan in Groningen, één bedrijf is genoeg om het zelfde gezondheidsrisico op te leveren. De Partij voor de Dieren vindt het heel zorgwekkend dat de gedeputeerde de adviezen van het RIVM en de GGD negeert, en het niet zo nauw lijkt te nemen met de gezondheid van de inwoners van Groningen. Is er dan eerst ‘hard bewijs’ nodig in de vorm van zieken of zelfs sterfgevallen, voordat er maatregelen worden getroffen, of wordt er zoals het ons inziens hoort gekozen voor toepassing van het voorzorgsbeginsel?

Voorbereidingsbesluit ja of nee?

De melkgeitenhouderij is de snelst groeiende veeindustrie in Nederland. En aangezien Groningen de geitenboeren geen stobreed in de weg legt om te groeien, grijpen veel van hen nu hun kans om uit te breiden. De gedeputeerde stelde meerdere malen dat het zo’n vaart niet zou lopen met de groei van de geitensector in Groningen. Wat hij er niet bij vertelde was dat er recent in Groningen maar liefst negen geitenhouderijen een vergunning hebben aangevraagd om te mogen uitbreiden, en daarnaast drie nieuwe geitenbedrijven gepland staan (waaronder twee bedrijven die omschakelen van koeien naar geiten). Dit zijn alleen nog maar de bij de provincie bekende uitbreidingen, in werkelijkheid kunnen het er meer zijn. Deze bedrijven komen niet uit andere provincies, maar zijn Groninger ondernemers. Het zijn fikse uitbreidingen, van enkele honderden tot zelfs een bedrijf met bijna 3000 geiten, een megageitenstal. Zowel provincie als gemeenten kunnen deze uitbreidingen tegenhouden door het treffen van een voorbereidingsbesluit. Gezien de coalitievorming vreest de Partij voor de Dieren dat er nog wel enige tijd overheen kan gaan voordat het College met een voorstel in deze richting komt, en moeten gemeenten zelf hun nek uitsteken. Omwonenden die zich zorgen maken kunnen het beste meteen bij hun eigen gemeente een verzoek neerleggen om een voorbereidingsbesluit in te stellen.

Geitenleed

De Partij voor de Dieren wil dat er snel bezinning komt op de geitenhouderij. Om een gezond leefmilieu te garanderen, maar ook om heel veel dierenleed te voorkomen. Op het oog is de geitenhouderij relatief ‘vriendelijk’, want de dieren lopen toch los en staan op stro, zoals voorstanders van deze veeindustrie graag roepen. Maar achter de guitige geitensnuiten gaat veel verborgen dierenleed schuil. Het merendeel van de melkgeiten staan hun hele leven binnen op stal, alleen biologisch gehouden geiten lopen een deel van het jaar overdag buiten. De geiten worden onthoornd omdat ze elkaar in de overbevolkte stallen makkelijk kunnen verwonden. Er is immers geen enkele ruimte om weg te rennen bij rangordegevechten. 23% van de geiten sterft een ‘afdankerdood’. Het percentage geitenlammeren dat sterft is het hoogst van alle diersoorten in de veehouderij! De lammetjes die overleven worden direct na de geboorte bij hun moeder weg gehaald, want de melk is niet voor het geitje, maar voor de mens. De ongewenste bokjes worden enkele maanden vetgemest, en vervolgens in meerderheid onverdoofd ritueel geslacht. Een deel van de bokjes gaat zelfs levend op transport naar Zuid-Europa.

Dit is geen bedrijfstak om trots op te zijn, maar om je voor te schamen. Bedrijven die mensen ziek maken en dieren leed toebrengen kunnen nooit deel uitmaken van een gezonde en duurzame landbouw, in het belang van ieders toekomst.