Inbreng Regionale Uitvoe­rings Dienst Staten­ver­ga­dering


7 november 2012

Voorzitter,
De Partij voor de Dieren is onder voorbehoud voor het aangaan van de GR RUD, al zien wij ook knelpunten. Voordat ik die toelicht, wil ik echter even terug naar de kern van de zaak, die in de hele discussie rondom de Gemeenschappelijke Regeling een beetje ondergesneeuwd raakt. Schone bodem, lucht en water vormen de basis van ons leven, of het nu gaat om gezondheid, voedselproduktie of andere essentiële zaken. We kunnen tijdelijk een lening aangaan, en ons milieu slecht behandelen, zonder dat we werkelijk in de gaten hebben dat we dan ons eigen bestaan in gevaar brengen. De afgelopen decennia hebben we een groot voorschot genomen op ons milieu. Maar wie meer neemt dan geeft wordt op kortere of lange termijn met de gevolgen geconfronteerd. De Partij voor de Dieren wil een milieubeleid waarbij de bescherming van bodem, lucht en water zwaarder weegt dan de economische belangen op de korte termijn, waar de belangen van mensen, dieren en natuur, nu en in de toekomst, leidend principe zijn. Een goed georganiseerde RUD kan daar aan bijdragen. Voldoende deskundigheid, mankracht, tijd en geld is daarbij van groot belang. Met strenge controle en handhaving, geen getreuzel met het oplossen van milieuproblemen.
Dat brengt mij bij onze eerste zorg. Ondanks diverse verzekeringen dat de kwaliteit van milieutoezicht niets te lijden zal hebben en zelfs zal toenemen, is het vormen van een RUD ontegenzeggelijk een bezuinigingsoperatie. Het blijft onduidelijk of een deel van deze bezuiniging ook behaald moet worden op gebied van controle, handhaving of vergunningverlening, wat zeer onwenselijk is, of puur op overhead. Aangezien de kwaliteit van onze leefomgeving nog steeds ver onder de maat is, is bezuinigen geen optie, totdat we oprecht kunnen zeggen dat bodem, lucht en water weer zo op orde zijn dat wij ze met een gerust hart aan de komende generaties kunnen geven. Wij zullen bij de jaarlijkse begroting dus ook zeer kritisch kijken naar de financiering van het milieubeleid, afgezet tegen de resultaten die door de nieuwe uitvoeringdienst behaald worden, en het tempo waarin dit geschiedt.
Mijn tweede punt betreft een deel van de financiering. Wij zijn, ondanks het antwoord op de vraag van de PvdA in uw brief, nog niet gerust op de financiering van een aantal fte's uit de reserve bodemsanering. Positief is dat het om fte's op het gebied van toezicht en handhaving gaat - daar mag immers nog wel een tandje bij. Aan de andere kant vinden wij dit een risicovolle budgetverschuiving. Groningen kent een enorme achterstand in bodemsaneringen en het verbaast ons dat u nu al verwacht dat ook na 2015 het saneringsbudget voldoende is, zonder voeding van reserves. Dat het in bodemsaneringsland niet allemaal even vlot verloopt blijkt nog maar eens uit de brief van Dhr. Maagd uit Hoogezand, over de ernstig vertraagde bodemsaneringen in De Vosholen. Hoe kunnen wij de garantie krijgen dat de gelden die uit de reserve bodemsanering gehaald worden, niet over enkele jaren leiden tot meer vertragingen omdat het budget niet toereikend is? De intentie om in 2015 geen 'onbeheerste probleemverontreinigingen' meer te hebben is wat ons betreft een paar ambitieniveaus te laag! Mogen beheerste probleemverontreinigingen dan nog wel 5 of 10 jaar wachten? Wat gebeurt er met de talloze vervuilde lokaties die niet op de spoedlijst staan?
Overigens horen wij graag op korte termijn van de Gedeputeerde over hoe de situatie in Hoogezand heeft kunnen ontstaan, en wie hiervoor verantwoordelijk is. En of financiële perikelen (mede) oorzaak waren van het feit dat er al zes jaar niet gesaneerd wordt. Tevens zou het nuttig zijn inzicht te verkrijgen in andere vertraagde lokaties, met daarbij vermeld de reden voor eventuele vertragingen.
Terug naar de RUD.
Een derde punt wat wij graag willen benadrukken is dat er ons inziens iets ontbreekt. Naast controle en handhaving zou er binnen de RUD ook prioriteit gegeven moeten worden aan het ontwikkelen en verhogen van het kennisniveau inzake de best beschikbare technieken terzake milieubescherming. Voor veel gevaarlijke en vervuilende procedé's zijn betere, schonere technieken beschikbaar, maar die worden onvoldoende toegepast. En dit is niet alleen een taak voor de bedrijven zelf, maar zeker ook voor de overheid. Zo kan hier in vergunningverlening nog veel strenger mee omgesprongen worden.
Bedankt voorzitter.

Help mee aan een betere wereld

    Word lid Doneer