Vragen betref­fende garna­len­con­venant Waddenzee


Indiendatum: jul. 2015

Geacht college,

Onlangs werd het onderzoeksproject Waddensleutels afgesloten. In het kader hiervan stelde Han Olff, hoogleraar ecologie en natuurbeheer dat het ecosysteem in de Waddenzee door overbevissing grondig is verstoord. Hij zou het liefst zien dat de Waddenzee een volledig beschermd zeereservaat wordt, zonder professionele visserij [1]. Juist het vissen op garnalen zou een negatieve impact hebben op de ecologie in de Wadden, door het overhoop halen van de bodem en de grote hoeveelheid bijvangst.

In 'Wadden van Allure', de gezamenlijke Waddenvisie van de provincies Fryslân, Groningen en Noord-Holland, stelt u dat de natuur, ingevolge de Planologische Kernbeslissing Derde Nota Waddenzee (2007) het uitgangspunt is, waarin wordt uitgegaan van voorrang voor de natuur met beperkt menselijk medegebruik. Uitgangspunt van deze visie is het programma Naar een Rijke Waddenzee, met vijf doelstellingen, waaronder een evenwichtig voedselweb en een grootschalige aanwezigheid van biobouwers, zoals mosselbanken en zeegrasvelden.

Wetenschappelijke bevindingen kunnen leiden tot nieuwe beleidsmatige inzichten. Naar aanleiding van uw rol als één van de trekkers van het Garnalenconvenant dat vorig jaar is gesloten, willen wij u graag een aantal vragen stellen.

  1. Niet alleen visserij, maar ook zandsuppleties, klimaatverandering en de bouw van de Afsluitdijk zijn verantwoordelijk voor de lage visstand in de Waddenzee. Die factoren zijn echter minder makkelijk te beÏnvloeden. Bent U van mening dat, in het licht van deze nieuwe en schokkende onderzoeksresultaten, de ambitie van het garnalen convenant om voor 2020 te komen tot een halvering van de impact van de garnalenvisserij in de Waddenzee groot genoeg is om de negatieve invloed van de garnalenvisserij op de ecologie in de Waddenzee een halt toe te roepen?
  2. Bent u het met de Partij voor de Dieren eens dat dit onderzoek een heroriëntatie op de ambities en afspraken van het Garnalen convenant rechtvaardigt? Zo nee, waarom niet? Zo ja, welke stappen gaat u hiertoe ondernemen? Bent u bereid om staatssecretaris Dijksma te verzoeken geen nieuwe Natuurbeschermingswet vergunning voor de garnalenvisserij af te geven? Zo nee, waarom niet?
  3. Binnen Europese visserij subsidies kunnen lidstaten hun eigen accenten zetten, zoals het EFZMV waarover in het convenant gesproken wordt. Bent u het met de Partij voor de Dieren eens dat het gezien de visstand in de Waddenzee beter is in te zetten op het opkopen van visvergunningen van de vissers dan in te zetten op kennis en innovatie binnen de visserij? Zo nee, waarom niet? Zo ja, welke consequenties verbindt u hieraan?
  4. Wat is uw oordeel over de mate waarin de sector zelf er tot op dit moment in is geslaagd een eigen controle- en arbitragesysteem op te zetten? Kunt u dit toelichten?
  5. In hoeverre bent u als trekker van het garnalen convenant tevreden over de uitvoering van het werkplan dat de garnalenvisserij zou opstellen en over andere afspraken, zoals de invoering van het BlackBox systeem, het maken van afspraken over een tijdelijke stillegging van de visserij in verband met de kraamkamerfunctie van de Waddenzee in het voorjaar en het jaarrond sluiten van bepaalde gebieden in de Waddenzee? Kunt u dit per onderdeel toelichten?
  6. Bent u het met de Partij voor de Dieren eens dat een uitkoopregeling van de garnalenvissers op het Wad en de Noordzee, analoog aan die van de Zeeuwse mosselvissers, met behulp van geld uit het Waddenfonds de beste oplossing zou zijn voor het behoud van de bijzondere natuur in de Waddenzee? Kunt u dit toelichten en hierbij ook iets vertellen over de juridische mogelijkheden en onmogelijkheden die u hierbij ziet?
  7. Hoe vordert de ambitie uit het garnalen convenant om het aantal GK-vergunningen met 20-30% te verminderen? Kunt u dit toelichten?
  8. In het onderzoek' Toekomst van de pulsvisserij in de Waddenzee' wordt geconcludeerd dat de ecologische en biologische gevolgen van de garnalenpuls voorlopig niet eenduidig benoembaar zijn en wordt een aantal aanbevelingen gedaan. [2] Juist pulsvisserij zou kunnen leiden tot onder andere overbevissing van garnalen en tot verwonding van de bijvangst.
  9. Erkent u, zoals gesteld in dit onderzoek, dat verdere introductie van de puls verplichtingen schept voor beleidsmakers en wetgevers, zoals bijvoorbeeld een quoteringsregeling? Zo nee, waarom niet? Zo ja, welke consequenties trekt u hieruit?
  10. De Nederlandse overheid streeft naar meer pulsontheffingen, hetgeen volgens dit onderzoek zou moeten geschieden met begeleiding met wetenschappelijk onderzoek om de bestaande kennisleemtes in sneller tempo op te vullen. Zo zou onder andere een alternatief bedacht moeten worden voor de klossenpees (blz. 29, Toekomst pulsvisserij). Bent u bereid zich hiervoor in te zetten? Zo nee, waarom niet? Zo ja, wanneer kunnen wij een voorstel van u in deze richting verwachten?
  11. Eén van de adviezen uit dit onderzoek luidt: Kom als opdrachtgever van het EVF project Uitvoeringsprogramma Brede Visie duurzame visserij in de Waddenzee (waar dit college via het Regiecollege Waddengebied (RCW) direct deel van uitmaakt) tot een gedeelde visie op de vraag: Wat is de (potentiële) bijdrage van de garnalenpuls om te komen tot een gezonde garnalenvisserij en een rijke (Wadden)zee? (blz. 30). In hoeverre is dit advies opgepakt en kunt u dit toelichten?
  12. In 2017 wordt het garnalenconvenant geëvalueerd. Wat is uw rol hierbij en op welke wijze betrekt u de staten bij uw inbreng?

Met vriendelijke groet,

Kirsten de Wrede

Partij voor de Dieren

[1] Dagblad van het Noorden, “Stop visserij in Waddenzee”, 19 mei, pag. 2

[2] http://www.waddenvereniging.nl/wv/images/PDF/onswerk_2014/Toekomst%20van%20de%20pulsvisserij%20in%20de%20Waddenzee.pdf

Indiendatum: jul. 2015
Antwoorddatum: 24 aug. 2015

Geachte mevrouw De Wrede,

Hierbij sturen wij u de beantwoording op de door u gestelde vragen betreffende het garnalen convenant 'Convenant Transitie Garnalenvisserij en Natuurambitie Rijke Waddenzee'.

U geeft het volgende aan: 'Onlangs werd het onderzoeksproject Waddensleutels afgesloten. In het kader hiervan stelde Man OIff, hoogleraar ecologie en natuurbeheer dat het ecosysteem in de Waddenzee door overbevissing grondig is verstoord. Hij zou het liefst zien dat de Waddenzee een volledig beschermd zeereservaat wordt, zonder professionele visserij. Juist het vissen op garnalen zou een negatieve impact hebben op de ecologie in de Wadden, door het overhoop halen van de bodem en de grote hoeveelheid bijvangst. In Wadden van allure, de gezamenlijke Waddenvisie van de provincies Fryslan, Groningen en Noord-Holland, stelt u dat de natuur, ingevolge de Planologische Kernbeslissing Derde Nota Waddenzee (2007) het uitgangspunt is, waarin wordt uitgegaan van voorrang voor de natuur met beperkt menselijk medegebruik. Uitgangspunt van deze visie is het programma Naar een Rijke Waddenzee, met vijf doelstellingen, waaronder een evenwichtig voedselweb en een grootschalige aanwezigheid van biobouwers, zoals mosselbanken en zeegrasvelden. Wetenschappelijke bevindingen kunnen leiden tot nieuwe beleidsmatige inzichten. Naar aanleiding van uw rol als één van de trekkers van het Garnalenconvenant dat vorig jaar is gesloten, willen wij u graag een aantal vragen stellen'.

Vraag 1. Niet alleen visserij, maar ook zandsuppleties, klimaatverandering en de bouw van de Afsluitdijk zijn verantwoordelijk voor de lage visstand in de Waddenzee. Die factoren zijn echter minder makkelijk te beïnvloeden. Bent u van mening dat, in het licht van deze nieuwe en schokkende onderzoeksresultaten, de ambitie van het garnalen convenant om voor 2020 te komen tot een halvering van de impact van de garnalenvisserij in de Waddenzee groot genoeg is om de negatieve invloed van de garnalenvisserij op de ecologie in de Waddenzee een halt toe te roepen?

Antwoord: Ja. Het Convenant transitie garnalenvisserij Waddenzee is afgelopen najaar tot stand gekomen als gezamenlijk pakket afspraken tussen de visserijsector, de Coalitie Wadden Natuurlijk en de rijks- en provinciale overheden. Krachtens het Convenant streven partijen naar een zo natuurlijk mogelijke ontwikkeling van de Waddenzee en een duurzame garnalenvisserij. Provinciale Staten zijn hierover geïnformeerd bij brief van 30 oktober 2014, nr. 2014-077/44, ECP. De onderzoeksresultaten welke u bedoelt betreffen de uitkomsten van het Waddenfondsproject 'Waddensleutels', een onderzoeksproject in samenwerking tussen Natuurmonumenten, Staatsbosbeheer, de Rijksuniversiteit Groningen en het Koninklijk Nederlands Instituut voor Onderzoek der Zee. In dit project zijn de kansen en wegen onderzocht voor herstel van een rijke Waddenzee. Centraal daarbij de hypothese dat biobouwende mosselen het voorkomen van andere soorten stimuleren. De uitkomsten kunnen dienstig zijn bij de verdere uitwerking van het Convenant. Het is aan de convenantspartijen in gezamenlijkheid hierover te besluiten, zoals ook over de ambitie. Van onze kant zullen wij hierin geen aanpassingen voorstelien.

Vraag 2. Bent u het met de Partij voor de Dieren eens dat dit onderzoek een heroriëntatie op de ambities en afspraken van het Garnalen convenant rechtvaardigt? Zo nee, waarom niet? Zo ja, welke stappen gaat u hiertoe ondernemen? Bent u bereid om staatssecretaris Dijksma te verzoeken geen nieuwe Natuurbeschermingswet vergunning voor de garnalenvisserij af te geven? Zo nee, waarom niet?

Antwoord: Nee. Zie het antwoord op de vorige vraag.

Vraag 3. Binnen Europese visserij subsidies kunnen lidstaten hun eigen accenten zetten, zoals het EFZMV waarover in het convenant gesproken wordt. Bent u het met de Partij voor de Dieren eens dat het gezien de visstand in de Waddenzee beter is in te zetten op het opkopen van visvergunningen van de vissers dan in te zetten op kennis en innovatie binnen de visserij? Zo nee, waarom niet? Zo ja, welke consequenties verbindt u hieraan?

Antwoord: Nee. Overeenkomstig het Convenant delen wij de opvatting waarbij wordt uitgegaan van een meersporenbeleid ten aanzien van een beheerste visserij, namelijk naast beperking van visserijdruk (incl. reductie vlootomvang) en sluiting van gebieden, het bevorderen van technische en beheermaatregelen.

Vraag 4. Wat is uw oordeel over de mate waarin de sector zelf er tot op dit moment in is geslaagd een eigen controle- en arbitragesysteem op te zetten? Kunt u dit toelichten?

Antwoord: De aanwezigheid van de BlackBox aan boord van de garnalenschepen is een belangrijke technische voorwaarde voor het kunnen ontwikkelen van een controleen handhavingssysteem. De visserijsector is inmiddels bezig om deze voorziening in te voeren. De beoordeling van het controle- en arbitragesysteem vindt in het kader van de handhaving van de vergunningsvoorschriften plaats door het ministerie van Economische zaken.

Vraag 5. In hoeverre bent u als trekker van het garnalen convenant tevreden over de uitvoering van het werkplan dat de garnalenvisserij zou opstellen en over andere afspraken, zoals de invoering van het Black Box systeem, het maken van afspraken over een tijdelijke stillegging van de visserij in verband met de kraamkamerfunctie van de Waddenzee in het voorjaar en het jaarrond sluiten van bepaalde gebieden in de Waddenzee? Kunt u dit per onderdeel toelichten?

Antwoord: De provincie is geen trekker van het garnalenconvenant. Van het meerjarig uitvoeringsprogramma is nu het eerste jaar in uitvoering. Wij achten het prematuur daarover nu al uitspraken te doen.

Vraag 6. Bent u het met de Partij voor de Dieren eens dat een uitkoopregeling van de garnalenvissers op het Wad en de Noordzee, analoog aan die van de Zeeuwse mosselvissers met behulp van geld uit het Waddenfonds de beste oplossing zou zijn voor het behoud van de bijzondere natuur in de Waddenzee? Kunt u dit toelichten en hierbij ook iets vertellen over de juridische mogelijkheden en onmogelijkheden die u hierbij ziet?

Antwoord: Nee, waar in uw vraag (naar wij aannemen) bedoeld is de vergelijking met de beëindiging destijds van de mechanische kokkelvisserij (in plaats van mosselvisserij). Zie ter toelichting ook het antwoord op vraag 3. Overigens merken wij ten aanzien van uitkoop op dat dit een zorgvuldige toetsing inzake staatssteun vereist.

Vraag 7. Hoe vordert de ambitie uit het garnalen convenant om het aantal GK-vergunningen met 20-30% te verminderen? Kunt u dit toelichten?

Antwoord: Zodra de staatssteunvraag is beantwoord kan daar een start mee worden gemaakt.

U schrijft voorts: 'in het onderzoek Toekomst van de puls visserij in de Waddenzee wordt geconcludeerd dat de ecologische en biologische gevolgen van de garnalenpuls voorlopig niet eenduidig benoembaar zijn en wordt een aantal aanbevelingen gedaan. Juist puls visserij zou kunnen leiden tot onder andere overbevissing van garnalen en tot verwonding van de bijvangst'.

Vraag 8. Erkent u, zoals gesteld in dit onderzoek, dat verdere introductie van de puls verplichtingen schept voor beleidsmakers en wetgevers, zoals bijvoorbeeld een quoteringsregeling? Zo nee, waarom niet? Zo ja, welke consequenties trekt u hieruit?

Antwoord: Nee. Een toetsing van deze nieuwe activiteit aan de Natura 2000 doelstellingen achten wij vooralsnog afdoende om de natuurwaarden van de Waddenzee adequaat te beschermen.

Vraag 9. De Nederlandse overheid streeft naar meer puls ontheffingen, hetgeen volgens dit onderzoek zou moeten geschieden met begeleiding met wetenschappelijk onderzoek om de bestaande kennisleemtes in sneller tempo op te vullen. Zo zou onder andere een alternatief bedacht moeten worden voor de klossenpees (biz. 29, Toekomst puls visserij). Bent u bereid zich hiervoor in te zetten? Zo nee, waarom niet? Zo ja, wanneer kunnen wij een voorstel van u in deze richting verwachten?

Antwoord: Nee. De provincie heeft hierin geen taak, die verantwoordelijkheid ligt bij de rijksoverheid.

Vraag 10. Eén van de adviezen uit dit onderzoek luidt: Kom als opdrachtgever van het EVF project Uitvoeringsprogramma Brede Visie duurzame visserij in de Waddenzee (waar dit college via het Regiecollege Waddengebied (RCW) direct deel van uitmaakt) tot een gedeelde visie op de vraag: Wat is de (potentiële) bijdrage van de garnalenpuls om te komen tot een gezonde garnalenvisserij en een rijke (Wadden)zee? (bIz. 30). In hoeverre is dit advies opgepakt en kunt u dit toelichten?

Antwoord: In deze vraag wordt door u geciteerd uit de rapportage in het kader van het EVF-project 'Uitvoeringsprogramma Brede visie duurzame waddenvisserij'. Dit project is in opdracht van verschillende visserijorganisaties (waaronder VisNed en de Nederlandse Vissersbond) en de Waddenvereniging uitgevoerd. In tegenstelling tot hetgeen u veronderstelt is het RCW (Regiecollege Waddengebied) hier niet in betrokken. Het EVF-project vormt op onderdelen een nadere verkenning door de sector van aanbevelingen uit het eerdere rapport 'Brede visie op duurzame waddenvisserij' dat onder de vlag van het ROW tot stand is gekomen. Op basis van de bevindingen in het EVF-rapport hebben de opdrachtgevers laten weten verder onderzoek met betrekking tot puls visserij in de garnalenvisserij voor te staan.

Vraag 11. In 2017 wordt het garnalenconvenant geëvalueerd. Wat is uw rol hierbij en op welke wijze betrekt u de staten bij uw inbreng?

Antwoord: De waddenprovincies zijn convenantpartner en zullen vanuit die rol invulling geven aan de afspraken in het Convenant. Daaronder valt ook een tussentijdse evaluatie. Tegen de tijd dat er zicht komt op uitvoering van de evaluatie zullen wij Provininciale Staten in kennis stellen.

Wij vertrouwen erop u hiermee voldoende te hebben geïnformeerd.

Hoogachtend,

Gedeputeerde Staten van Groningen

Help mee aan een betere wereld

    Word lid Doneer