Vragen betref­fende het dempen van een 2500 jaar oude sloot in Wadden­regio


Indiendatum: sep. 2009


Geacht college,

Het waterschap Noorderzijlvest wil in verband met een ruilverkaveling een sloot dempen bij Losdorp. Uit onderzoek is gebleken dat de sloot al 2500 jaar oud is en een restant is van een oude kreek, die rond rond 500 voor Christus deel uitmaakte van het zand- en slikwaddengebied in het getijdenbekken van de Fivel. In deze periode vestigden zich ook de eerste bewoners in het gebied.

Naar aanleiding hiervan willen wij u graag de volgende vragen voorleggen.


1. Bent u bekend met het feit dat deze sloot deel uitmaakt van het kwetsbare, waardevolle wierdenlandschap in de Eemsdelta dat u zegt te willen beschermen volgens het nieuwe Provinciaal OmgevingsPlan? (Hierin noemt u op blz. 30 een karakteristieke waterloop van een wierdenlandschap een te beschermen kernkarakteristiek.)

2. Bent u bekend met het feit dat in Nederland nog maar 20 % van de originele biodiversiteit is overgebleven?

3. Bent u bekend met het feit dat ruilverkaveling, die heeft geleid tot het verlies van ongebruikte hoekjes grond en kleine bosjes waar de natuur zijn gang kon gaan, hieraan fors heeft bijgedragen?


4. In het nieuwe Provincial OmgevingsPlan schrijft u op blz. 201: "Behoud en op termijn verbetering van de biodiversiteit is een belangrijke doelstelling van het landelijke en provinciale natuurbeleid." Bent u het met de Partij voor de Dieren eens dat het dempen van sloten in verband met een ruilverkaveling vanuit cultuurhistorisch oogpunt en vanuit provinciaal natuurbeleid ongewenst is? Zo ja, welke stappen gaat u ondernemen?

5. Losdorp ligt in de gemeente Delfzijl en maakt deel uit van de Waddenregio. In de G.S. besluitenlijst no. 30 van 22 september kondigt u aan € 24.840 subsidie te verlenen aan Landschapsbeheer Groningen voor de ontwikkeling en uitwerking van een projectplan Landschappelijk Herstel Wierden in de Waddenregio. Bent u het met de Partij voor de Dieren eens dat het besluit van het Noorderzijlvest een negatieve impact zal hebben op uw beleid? Zo ja, welke stappen gaat u ondernemen?


Met vriendelijke groet,

Namens de Statenfractie van de Partij voor de Dieren


Anja Hazekamp
Fractievoorzitter

Indiendatum: sep. 2009
Antwoorddatum: 2 okt. 2009

Aan de leden van Provinciale Staten, mevrouw
Mortiers en de heer Dieters (PvdA) en
mevrouw Hazekamp (PvdD)

Onderwerp : Partij van de Arbeid en Partij voor de Dieren
vragen over het dempen van een sloot te Losdorp

Geachte mevrouw Mortiers, heer Dieters (PvdA) en mevrouw Hazekamp (PvdD),
Vanuit uw statenfracties zijn vragen gesteld over het dempen van een sloot te
Losdorp. Door de overlap van het onderwerp en de daarover gestelde vragen vindt
de beantwoording in één brief plaats. De vragen 1 t/m 6 zijn door de PvdA gesteld
en 7 t/m 11 door de PvdD.

Wij delen u hier het volgende over mee:
Vraag 1:
Is in het kader van de omgevingsverordening art 4.43 (karakteristieke waterlopen)
niet naast de keur van het Waterschap een aanlegvergunning van de gemeente
Delfzijl vereist?
Antwoord
In het vigerende bestemmingsplan buitengebied van Delfzijl (daterend uit 1986)
zijn ingrepen met betrekking tot de betreffende sloot niet aanlegvergunningplichtig.

Vraag 2:
Is deze inderdaad afgegeven, op grond van welk bestemmingsplan en op welke
datum is dit bestemmingsplan goedgekeurd?
Antwoord:
Omdat geen vergunning is vereist behoefde deze niet te worden afgegeven. Zie
ook het antwoord op vraag 1.

Vraag 3:
Over welke instrumenten beschikken GS binnen de huidige kaders van de WRO
om dergelijke acties ongedaan te maken en in het vervolg te voorkomen.
Antwoord:
Zolang de sloot niet illegaal is gedempt, heeft de gemeente geen publiekrechtelijke
middelen om de demping ongedaan te maken. Als de sloot wel illegaal is gedempt,
is het in eerste instantie aan de gemeente om handhavend op te treden. Dit kan
leiden tot het hergraven van de sloot (door de initiatiefnemer of op diens kosten).
Om demping van landschappelijk- of cultuurhistorisch waardevolle sloten in de
toekomst te voorkomen staat ons het instrument van overleg over
voorontwerpbestemmingsplannen en projectprocedures etc. ter beschikking,
alsmede het indienen van zienswijzen tegen een ontwerpbestemmingsplan of
projectbesluit. Dit laatste slechts indien:
a. de betreffende sloot in de Provinciale Omgevingsverordening (verder:
omgevingsvergunning)is aangegeven als een te handhaven watergang en dat is in
deze zaak niet het geval;
b. de gemeente in afwijking van de omgevingsverordening geen beschermende
regels heeft opgesteld voor de gebieden die in de omgevingsverordening zijn
onderscheiden op basis van de bijzondere opstrekkende dan wel onregelmatige
blokverkaveling.
Indien een zienswijze door de gemeente niet gehonoreerd wordt, kunnen wij in
beroep gaan bij de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Voor wat betreft toekomstige slootdempingen moeten gemeenten hun
bestemmingsplannen uiterlijk in 2013 hebben aangepast aan de
omgevingsverordening. Totdat die aanpassingen een feit zijn, kunnen er op basis
van de vigerende bestemmingsplannen mogelijk ongewenste slootdempingen
plaatsvinden. Dit is - voor zover hier relevant - alleen te voorkomen door in de
omgevingsverordening 'rechtstreeks werkende voorschriften' op te nemen ten
aanzien van aan te wijzen sloten alsmede een 'provinciaal voorbereidingsbesluit',
gekoppeld aan een aanlegvergunningstelsel. Deze optie grijpt diep in op het
gemeentelijk domein.
De gemeente Delfzijl is nu bezig met de actualisering van het bestemmingsplan
buitengebied en heeft aangegeven het ontwerp voor het einde van het jaar te
hebben afgerond. Hierover zal vooroverleg worden gevoerd met onze ambtelijke
dienst.

Vraag 4:
Is er een bestemmingsplan voor het betreffende gebied waarin de RAK
Appingedam Delfzijl is geïmplementeerd?
Antwoord:
Voor het Delfzijlster deel van het betreffende gebied is het bestemmingsplan
buitengebied 1986 van toepassing. In het kader van de in 2001 vastgestelde RAK
hebben alle betrokken gemeentebesturen laten weten in te stemmen met de
toepassing van de (in de RAK opgenomen) afwegingsmatrix waarbij de
landschappelijke waarde wordt afgewogen tegen het landbouwkundige belang. De
gemeente Delfzijl heeft, in tegenstelling tot de gemeente Appingedam - vervolgens
nagelaten dit uitgangspunt te verwerken in een op te stellen herziening van het
bestemmingsplan buitengebied. Dit manco is lange tijd onopgemerkt gebleven,
omdat overleg in het kader van het (toenmalige) Besluit op de ruimtelijke ordening
plaatsvond naar aanleiding van wèl in procedure gebrachte bestemmingsplannen.

Vraag 5:
Is bij de opstelling van dit RAK rekening gehouden met het Verdrag van Malta
(aanwezige archeologische waarden)?
Antwoord:
Bij het opstellen van de RAK is de provinciaal archeoloog betrokken geweest en
zijn de archeologische gegevens, zoals op de Archeologische Monumenten Kaart
voorkomen, op de plankaart weergegeven. In het geval van deze historische sloot
is sprake van aardkundige in plaats van archeologische waarde. Deze sloot valt
daarom niet onder het Verdrag van Malta.

Vraag 6:
Hoe verhoudt deze gang van zaken in Losdorp zich ten opzichte van de in het
POP vastgelegde ambitie om betrokkenheid van de burgers bij ons
landschapsbeleid duurzaam te borgen?
Antwoord:
In Losdorp waren de burgers zich niet bewust van de uitvoer van de RAK
Appingedam Delfzijl. Deze sloot is in de RAK (door ons op 10 april 2001
vastgesteld) aangeduid als "natuurlijke waterloop (behoud afhankelijk van de
nieuwe toedeling)". In het vorige POP had dit gebied de aanduiding 'gaaf
landschap', in het huidige de aanduiding 'herkenbare verkaveling'. Het betekent dat
er een evenwichtige en gelijkwaardige afweging van de belangen van de landbouw
en het landschap moet plaatsvinden. Hiervoor is een afwegingsmatrix landbouwlandschap
in het RAK opgenomen.
De gronden aan weerszijden van de bewuste kronkelsloot zijn in handen van één
eigenaar die deze gronden wilde samenvoegen tot één perceel. Bij deze toedeling
weegt de commissie van de RAK Appingedam Delfzijl met de betrokken eigenaar
of eigenaren het landschapsbelang af tegen het landbouwbelang op grond van de
afwegingsmatrix. In dit geval leidde dit tot het besluit om de betrokken sloot te
dempen. In de regel wordt over dit soort besluiten niet gecommuniceerd, waardoor
burgers verrast kunnen worden wanneer zich werkzaamheden voordoen. Rond juli
werd begonnen met de voorbereiding van de slootdemping en werd er grond langs
de waterloop gedeponeerd. Gealarmeerd hierdoor dienden inwoners van Losdorp
een bezwaar in bij de gemeente Delfzijl en toen bleek dat de gemeente hiertegen
niet kon optreden (zie antwoord op vraag 1 en 2) wendden zij zich daarna tot het
Waterschap Noorderzijlvest.
Het Waterschap heeft vrijdag 18 september een hoorzitting gehouden, waarbij de
advocaat van het Waterschap, de heer Johan Feunekes, een pleitnota heeft
voorgelezen en deze toegelicht. Binnen zes weken wordt door de adviescommissie
van het waterschap uitspraak gedaan over het al dan niet terecht verlenen van de
keurontheffing. Donderdag 24 september werd de waterloop echter al
dichtgeschoven door of in opdracht van de eigenaar, vooruitlopend op de uitspraak
van de adviescommissie. De eigenaar had verder geen vergunning nodig op grond
van de Flora- en Faunawet.
Het waterschap heeft in reactie hierop aangegeven dat zij geen titel heeft om
handhavend op te treden. De bezwarenbehandeling had geen opschortende
werking, waardoor de ontheffinghouder geheel op eigen risico kan besluiten om de
watergang, hangende het advies, te dempen. De bezwaarmakers hebben niet
verzocht om een voorlopige voorziening.
Het waterschap is in deze niet het aangewezen orgaan om een klacht neer te
leggen, aangezien het waterschap ten aanzien van het landschapsbeleid volgend
is en zich uitsluitend baseert op waterhuishoudkundige uitgangspunten. In onze
brief van 9 december 2008, waarin wij eerdere statenvragen over aantasting van
het landschap hebben beantwoord, hebben wij aangegeven dat er op de
vernieuwde provinciale website een loket landschap komt, waar burgers en
instanties met klachten of meldingen terecht kunnen. Op dit moment wordt er
gewerkt aan de vernieuwing van de website met het loket landschap, die naar
verwachting eind december of begin januari de lucht in gaat.

Vraag 7:
Bent U bekend met het feit dat deze sloot deel uitmaakt van het kwetsbare,
waardevolle wierdenlandschap in de Eemsdelta dat u zegt te willen beschermen
volgens het nieuwe Provinciaal OmgevingsPlan? (Hierin noemt u op blz. 30 een
karakteristieke waterloop van een wierdenlandschap een te beschermen
kernkarakteristiek).
Antwoord:
Het dempen van deze sloot vond plaats in het kader van de RAK Appingedam-
Delfzijl, die in 2001 is vastgesteld. De uitvoering van de landinrichtingswerken vergt
altijd de nodige jaren. In de tussentijd kan het beleid wijzigen. Ten aanzien van het
landschap is het beleid inmiddels aangescherpt. Ingrijpen in besluitvorming die al
in 2001 heeft plaatsgevonden is echter onmogelijk.

Vraag 8:
Bent U bekend met het feit dat in Nederland nog maar 20 % van de originele
biodiversiteit is overgebleven?
Antwoord:
Het is ons bekend dat de afgelopen decennia de biodiversiteit van het landschap
aanzienlijk is teruggelopen. Daaraan liggen diverse oorzaken ten grondslag, zoals
verstedelijking, intensivering van het grondgebruik, vermesting, verzuring,
verdroging, afname oppervlakte natuurgebied en het verdwijnen van tal van
landschapselementen.

Vraag 9:
Bent U bekend met het feit dat ruilverkaveling, die heeft geleid tot het verlies van
ongebruikte hoekjes grond en kleine bosjes waar de natuur zijn gang kon gaan,
hieraan fors heeft bijgedragen?
Antwoord:
In het kader van de RAK zijn/worden ter verbetering van de landbouwkundige
structuur diverse werkzaamheden uitgevoerd, waaronder het dempen van een
aantal sloten. Dit kan enige gevolgen hebben voor de biodiversiteit op lokale
schaal. Op de biodiversiteit op provinciale schaal of landelijke schaal zijn dergelijke
werkzaamheden nauwelijks van invloed.

Vraag 10:
In het nieuwe Provinciaal OmgevingsPlan schrijft u op blz. 201: Behoud en op
termijn verbetering van de biodiversiteit is een belangrijke doelstelling van het
landelijke en provinciale natuurbeleid." Bent U het met de Partij voor de Dieren
eens dat het dempen van sloten in verband met een ruilverkaveling vanuit
cultuurhistorisch oogpunt en vanuit provinciaal natuurbeleid ongewenst is? Zo ja
welke stappen gaat u ondernemen?
Antwoord:
In het nieuwe Provinciale Omgevingsplan 2009 - 2013 hebben wij voor de
komende jaren beleid ontwikkeld dat er toe moet leiden dat de verdere afname van
de biodiversiteit wordt gestopt en waar mogelijk wordt verbeterd, het gaat hier met
name om het beleid met betrekking tot de realisatie van de EHS, verbetering van
de milieukwaliteit, Natura 2000 en onze inzet voor natuur en landschap buiten de
EHS. Zoals blijkt uit de nieuwe Natuurbalans 2009 neemt in Nederland (en ook in
Groningen) de oppervlakte natuur momenteel weer toe met name als gevolg van
uitvoering van het EHS-beleid. Daarmee is een belangrijke stap gezet in de richting
van behoud en toename van de biodiversiteit. Met betrekking tot de gedempte
sloot bij Losdorp verwijzen wij u naar het antwoord dat wij onder vraag 6 gegeven
hebben.

Vraag 11:
Losdorp ligt in de gemeente Delfzijl en maakt deel uit van de Waddenregio. In de
GS besluitenlijst no. 30 van 22 september kondigt U aan € 24.840 subsidie te
verlenen aan Landschapsbeheer Groningen voor de ontwikkeling van een
projectplan Landschappelijk Herstel van Wierden in de Waddenregio. Bent u het
met de Partij voor de Dieren eens dat het besluit van het waterschap
Noorderzijlvest een negatieve impact zal hebben op uw beleid? Zo ja, welke
stappen gaat u ondernemen?
Antwoord:
Zie ons antwoord op de vragen 2, 6 en 7.
Concluderend:
-de slootdemping heeft plaatsgevonden in het kader van de RAK Appingedam
Delfzijl rekening houdend met de spelregels die daarover zijn afgesproken
(afwegingsmatrix landschap-landbouw) en is dus niet illegaal.
-de gemeente Delfzijl actualiseert momenteel het bestemmingsplan
buitengebied. Wij zullen dat op de voet volgen en er op toezien dat met name
de afwegingsmatrix landbouw-landschap in het bestemmingsplan wordt
opgenomen.
-wij geven uitwerking aan het voornemen om een loket landschap in te richten
voor meldingen of klachten over landschappelijke ingrepen, gekoppeld aan
onze vernieuwde provinciale website. Deze zal naar verwachting in december
2009 of januari 2010 de lucht ingaan en wij zullen daar ook bekendheid aan
geven,

Wij vertrouwen er op u hiermee voldoende te hebben geïnformeerd.
Hoogachtend,
Gedeputeerde Staten van Groningen

Help mee aan een betere wereld

    Word lid Doneer