Staten­vragen betref­fende het rapport “Gebieds­ge­richt mili­eu­beleid studie zware metalen in het Eems-Dollard Estuarium


Geacht college,

Op verzoek van de provincie Groningen is in het kader van het gebiedsgericht milieubeleid

een studie verricht naar de zware metalen in het Eems–Dollard estuarium[i]. In het onderzoek is er voor gekozen de categorie “zware metalen” te beperken tot arseen, cadmium, kwik en lood. Er is getracht antwoord te krijgen op de volgende vragen:

A.. Wat is de feitelijke situatie ten aanzien van de belasting van zware metalen op

het Eems-Dollard gebied?

B. Wat is de invloed van de bedrijven in de Eemsdelta op deze belasting?

Hierover stellen wij u graag enkele vragen.

1. Kunt u uitleggen waarom het onderzoek zich beperkt tot deze vier metalen? Zegt dit volgens u voldoende over de totale belasting van het gebied?

2. In het onderzoek wordt gekeken naar metalen in hun pure vorm terwijl bekend is dat juist metaalverbindingen veel giftiger kunnen zijn. Ook zijn PAK`s en TBT (Tributyltin tot 2003 gebruikt op de onderkant van schepen tegen de aangroei van algen) niet meegenomen, net zomin als het effect van de invloed van de scheepvaart. Vindt u met ons dat het onderzoek hierdoor beperkt is en geen goed beeld geeft van de huidige toestand van het Eems-Dollard estuarium? Graag een onderbouwd antwoord.

3. Het zijn vooral dieren die bovenaan de voedselketen staan waar giftige metalen zich in ophopen. In dit onderzoek is gekozen om mosselen te gebruiken om de concentratie metalen in biota aan te tonen. Acht u het waarschijnlijk dat wanneer er voor een organisme was gekozen dat boven aan de voedselketen staat er andere (hogere) waarden waren aangetroffen? Kunt u uw antwoord motiveren?

4. In dit rapport is er vanuit gegaan dat historische gegevens een redelijk beeld geven van de huidige situatie in het gebied, maar de grote industrie is daar vooral recentelijk actief. Vindt u dat het aandeel aan metalen die bedrijven uitstoten hiermee voldoende kan worden aangetoond? Kunt u uw keuze verduidelijken en onze vraag onderbouwd beantwoorden?

5. Alleen de gegevens van bedrijven die volgens de PRTR-richtlijnen lozingen moeten melden, zijn meegenomen in de schatting van de hoeveelheid metalen die bedrijven in het estuarium lozen. Bent u het met de Partij voor de Dieren eens dat ook de som van lozingen van bedrijven die onder een bepaalde waarde blijven een significant effect kunnen hebben?

6. Op 9 januari 2019 stond er een bericht over het onderzoek in het Dagblad van het Noorden. Hierin geeft NMF medewerker Erik de Waal aan dat er vooral door gebrek aan Duitse bedrijfsgegevens geen goed beeld geschetst kan worden en dat Duitse bedrijven hier op aangesproken dienen te worden. Wat vind u van deze uitspraak? Graag een uitgebreide toelichting. Bent u bereid de dialoog aan te gaan met de Duitse collega’s? Graag een gemotiveerd antwoord.

7. Is het college het met ons eens dat om een goed beeld te krijgen van de huidige toestand van het Eems-Dollard estuarium er beter onderzoek had kunnen worden verricht naar welke metalen en andere giftige stoffen er precies in het Eems-Dollard gebied voorkomen en welke invloed deze hebben op het ecosysteem in het gebied? Zo nee, waarom niet? Zo ja, bent u bereid hiervoor aanvullend onderzoek te laten uitvoeren op basis van actieve meetgegevens?

Bij voorbaat dank ik u voor uw antwoord.

Met vriendelijke groet,

Ankie Voerman,

Partij voor de Dieren

[i]https://www.provinciegroningen.nl/fileadmin/user_upload/Documenten/Beleid_en_documenten/Documentenzoeker/Water__milieu_en_veiligheid/Milieu/Gebiedsgericht_milieubeleid_-_-studie_zware_metalen_in_Eems-Dollard_-Estuarium.pdf

Antwoorddatum: 26 feb. 2019

U kunt de antwoorden hier inzien: https://www.provinciegroningen...

Help mee aan een betere wereld

    Word lid Doneer