Schrif­te­lijke vragen betref­fende het doden van reeën en hand­having natuur­cri­mi­na­liteit


Geacht college,

In Bellingwolde is onrust ontstaan over de jacht op reeën. Graag stellen wij u hier enige vragen over, in combinatie met vragen over de handhaving van stroperij.

Rond half juni zijn de resten van twee reeën aangetroffen in het veld. Van één ree was het achterlijf afgesneden, de rest was blijven liggen.

  • 1. Is het volgens u de bedoeling dat reeën, na te zijn gedood, geheel of gedeeltelijk in het veld blijven liggen?
  • 2. Naar het schijnt staan tractoren opgesteld langs de velden waar reeën slapen en fourageren, die als een (illegale) jachthut functioneren. In hoeverre zijn deze praktijken volgens u gemeengoed? In hoeverre zijn handhavers op de hoogte van legale en illegale jachthutten? Heeft u hier een overzicht van? Zo ja, bent u bereid om ons dat te doen toekomen? Zo nee, als u geen overzicht hebt, hoe kunt u hier dan op handhaven?
  • 3. In deze buurt worden ook geregeld ’s nachts schoten gehoord. Bij het melding maken van de aangetroffen halve ree bij de politie, werd toegegeven dat er in de buurt regelmatig gestroopt werd. De politie stelde dat er weinig aan te doen was. Hoe oordeelt u over de mening van de politie? Bent u het met de Partij voor de Dieren eens dat het geen goede zaak is als burgers door de politie wordt verteld dat wetten niet gehandhaafd kunnen worden?
  • 4. Bent u het met de PvdD eens dat regels er zijn om te handhaven, zeker als het gaat om het doden van dieren?
  • 5. In onze eerder gestelde vragen over stroperij en handhaving op natuurcriminaliteit (april 2018) stelde u enerzijds dat wildbeheereenheden (WBE’s) BOA’s kunnen hebben, die optreden tegen “stroperij, wildbeheer of aanrijdingen met wild”. In uw antwoord op vraag 9 stelt u dat jachtaktehouders niet zelf betrokken zijn bij het signaleren en melden van stroperij. Via welke constructie zijn BOA’s betrokken bij WBE’s en waar zijn deze in dienst? In hoeverre bent u voldoende op de hoogte van hun bevindingen? Graag een uitgebreid antwoord.
  • 6. In de beantwoording op eerder genoemde vragen stelde u dat van stroperij geen administratie wordt bijgehouden. In hoeverre kunt u dan stellen, zoals u in de beantwoording doet, dat de situatie onder controle is? Bent u het met de Partij voor de Dieren eens dat die administratie er moet komen? Zo nee, waarom niet? Zo ja, op welke wijze gaat u hier uitvoering aan geven?
  • 7. In de beantwoording lijkt u stropen te definiëren als “jagen op verboden terrein zonder akte”. Bent u het met ons eens dat zowel jagen op verboden terrein, namelijk buiten het jachtveld van de betreffende jager, of jagen zonder akte, allebei gevallen van stroperij zijn? Net zoals bijvoorbeeld ’s nachts jagen, of op een dier dat in dat bepaalde tijdsvak niet gedood mag worden? Of dat helemaal niet gedood mag worden?
  • 8. In de beantwoording stelt u verder dat er keuzes gemaakt moeten worden voor zaken waarvoor de inspecteurs worden ingezet en dat dit gebeurt vanuit een risicobenadering. Welke risicobenadering is dat?
  • 9. In hoeverre is de situatie inzake de jacht volgens u onder controle, waarmee de Partij voor de Dieren hier bedoelt dat er alleen dieren worden gedood waar u toestemming voor hebt gegeven, dus volgens de regels die op jacht en beheer slaan? Zijn er volgens u voldoende handhavers?
  • 10. Als we kijken naar de tellingen van de WBE Stadskanaal, zijn er dit voorjaar 115 bokken geteld en 214 geiten. Kunt u voor dit verschil een andere verklaring geven dan het feit dat jagers/ stropers graag bokken schieten voor de geweien, en er bovendien jaarlijks meer te oogsten aanwas ontstaat door het schieten van met name bokken? Wat is uw visie hierop? Bent u het met de Partij voor de Dieren eens dat er op deze wijze een perverse prikkel ontstaat die tot meer dierenleed leidt?
  • 11. Jaarlijks mogen er 979 reeën worden doodgeschoten volgens de ontheffing, het is de bedoeling dat de stand zo rond 4450 blijft in de provincie Groningen. Dit volgens de ontheffing van 5 april 2016. Wordt aan de hand van de tellingen van de verschillende WBE’s volgens u voldoende overzicht gehouden van de aantallen reeën die ondanks het afschot weten te overleven? Kunt u dit toelichten? Op welke wijze wordt u geïnformeerd?
  • 12. De Partij voor de Dieren is bang dat omdat er ook gestroopt wordt, dus gedood buiten de regels om, er meer dieren worden gedood dan de bedoeling is van het college. Wat is uw oordeel daarover? In hoeverre week het aantal reeën van het beoogde aantal van 4450 af?
  • 13. Bij vossen is het zo dat de populatie door het intense afschot erg jong is. Er zijn grote worpen en de dieren worden gemiddeld snel doodgeschoten. In hoeverre en op welke wijze bent u op de hoogte van de populatieopbouw van reeën?

Met vriendelijke groet,

Kirsten de Wrede

Help mee aan een betere wereld

    Word lid Doneer