Onderwerp: schrif­te­lijke vragen ex artikel 46 RvO betref­fende het intro­du­ceren van bevers in het Zuid­laar­der­meer­gebied


Geacht college,

Op 21 oktober is een beverpaartje uitgezet in het Zuidlaardermeergebied. Later dit jaar volgen er nog twee paar. Er worden in totaal twintig bevers uitgezet. Dit is een initiatief van Stichting het Groningse en Stichting het Drentse landschap.
Bevers zijn in het verleden massaal gedood onder meer vanwege hun pels en vlees, maar ook omdat ze als schadelijk werden ervaren. Samen met vernietiging van hun leefgebied werden ze volledig uitgeroeid in ons land. Ze knagen, graven en bouwen en zijn in staat om gebieden onder water te zetten en wetlands te maken door dammen te bouwen en in oevers en dijken te graven.

Vragen:

1. Wat is de mening van het college over de herintroductie van de bever in het Zuidlaardermeergebied?
2. Als de bever al een sleutelrol speelt in de ontwikkeling van de natuur door zijn graaf- , vraat- en bouwwerkzaamheden, hoe wezenlijk is die bijdrage in vergelijking met de bijdragen door muskusratten en beverratten?
3. Heeft de provincie Groningen ook een actieve rol gespeeld bij deze herintroductie?
4. Heeft de provincie Groningen hier een financiële bijdrage aan geleverd?

De herintroductie van bevers (en otters) elders in ons land wordt veelal gepresenteerd als succesvol, maar de betreffende dieren zijn in het buitenland uit hun eigen omgeving weggevangen en worden dan in een kooi op transport gesteld. Vervolgens worden ze volstrekt gestrest, ook pathogeen gezien, een Nederlands buitengebied ingestuurd, een hen volledig onbekende omgeving. Bovendien worden de dieren vaak operatief van een zender voorzien, waarbij de operatieve ingreep tot een verminderde weerstand leidt. Hoeveel dieren ten behoeve van de introductie dood zijn gegaan wordt meestal niet vermeld, maar uit inmiddels uitgevoerde herintroducties van bevers (en otters) blijkt dat het merendeel van de dieren die worden vrijgelaten binnen enkele maanden gestorven is.
5. Wie ziet toe op het welzijn van de geïntroduceerde bevers in het Zuidlaardermeergebied? Is hierbij ook een rol weggelegd voor de handhavingsdiensten van de provincie Groningen?
6. Als het al noodzakelijk wordt geacht om bevers uit te zetten, wordt er dan ook een zogenaamde soft release methode toegepast, waarbij de dieren eerst in een omrasterd en overzichtelijk gebied worden gevolgd?
7. Indien de geïntroduceerde bevers sterven, worden daar dan door de provincie Groningen ook consequenties aan verbonden, bijvoorbeeld door te verbaliseren en bij het ministerie van LNV te bewerkstelligen dat de vergunningverlening aan zeer strenge eisen dient te voldoen, met in achtneming van het dierenwelzijn?

Bevers kunnen graafschade aan oevers veroorzaken en vraatschade aan gewassen aanrichten. Volgens de initiatiefnemers is net als in andere gebieden in ons land waar de bever is geïntroduceerd de kans op vraat- en graafschade door bevers klein, maar indien noodzakelijk dan zal deze vergoed worden (zie http://www.beversindehunze.nl/Nieuws.aspx).
8. Zijn de gebieden waar bevers eerder zijn geïntroduceerd vergelijkbaar met het Zuidlaardermeergebied?
9. Wat is de hoogte van de geschatte vraat- en graafschade, hoe verhoudt zich dit met de schade zoals die van muskusratten en beverratten wordt vermoed en welke verwachtingen zijn er ten aanzien van de te nemen maatregelen om schade aan de waterkeringen te voorkomen?
10. Welke instanties zijn betrokken geweest bij deze inschatting van de schade en op welke wijze is dit gedaan?

In de provincie Groningen worden met man en macht enkele dwergbevers, ook wel beverratten genoemd, opgespoord en uitgeroeid. Hierbij wordt gebruik gemaakt van het geweer, zware klemmen en levend vangende vangkooien. De klemmen kunnen door hun formaat, vorm en slagkracht ook andere dieren doden, zoals watervogels, maar ook bevers en otters. Bevers vertonen vergelijkbaar gedrag als dwergbevers en hebben hetzelfde leefgebied.
11. Zijn de bestrijders van muskusratten en beverratten voorbereid op de komst van de bevers? Zijn ze op de hoogte gebracht van de risico’s die de bestrijding van beverratten met zich meebrengt voor de bevers?
12. In de provincie Groningen zijn de jachthouders aangewezen om beverratten met het geweer te doden. Op welke wijze zijn de jachthouders voorbereid op de komst van de bevers? Zijn ze op de hoogte gebracht van de risico’s die de bestrijding van beverratten met zich meebrengt voor de bevers?
13. Vindt de bestrijding van muskusratten en beverratten nu op een andere manier plaats?
14. Hoeveel geld geeft de provincie Groningen jaarlijks uit aan de bestrijding van de beverrat?


Met vriendelijke groet,
Anja Hazekamp
fractievoorzitter Partij voor de Dieren

Antwoorddatum: 26 jan. 2009

Onderwerp : Schriftelijke vragen ex artikel 46 RvO betr. het introduceren
van bevers in het Zuidlaardermeergebied

Geachte mevrouw Hazekamp,

In antwoord op uw brief van 3 november 2008 waarin u een aantal vragen stelt
over het introduceren van bevers in het Zuidlaardemeergebied, berichten wij u het
volgende:

vraag 1) Wat is de mening van het college over de herintroductie van de bever in
het Zuidlaardermeergebied?
antwoord: Wij zijn van mening dat voor het Groninger deel van het Hunzegebied
(te weten het Zuidlaardermeer en directe omgeving) de herintroductie niet direct
noodzakelijk is om de beoogde natuurdoelen (behoud en ontwikkeling van vochtige
en natte graslanden en moerasuitbreiding langs de oevers van het
Zuidlaardermeer) te halen. Wel kan de bever in moerasgebieden bijdragen aan
een meer gevarieerde vegetatiestructuur doordat ze open plekken creëren
waardoor het proces van dichtgroeien met bomen en struiken wordt vertraagd.

vraag 2) Als de bever al een sleutelrol speelt in de ontwikkeling van de natuur door
zijn graaf-, vraat-, en bouwwerkzaamheden, hoe wezenlijk is die bijdrage in
vergelijking met de bijdragen door muskusratten en beverratten?
antwoord: Door hun kenmerkende vraat aan houtige gewassen (het hoofdvoedsel
van de bever bestaat overigens uit waterplanten) creëert de bever ruimtelijke
diversiteit. Daarnaast kunnen bevers ook het waterpeil beïnvloeden door dammen
aan te leggen. Muskusratten en beverratten eten geen houtige gewassen en
leggen ook geen dammen aan. In die zin laat de bever zijn eigen sporen na in het
landschap.

vraag 3) Heeft de provincie Groningen ook een actieve rol gespeeld bij deze
herintroductie?
antwoord: Wij hebben geen actieve rol gespeeld bij de herintroductie van de
bever. Wel heeft gedeputeerde Hollenga zich tijdens een excursie laten voorlichten
over de introductie van bevers in Gelderland en Limburg. Dit heeft bij hem een
positieve indruk achtergelaten.

vraag 4) Heeft de provincie Groningen een financiële bijdrage aan geleverd?
antwoord: Wij hebben geen financiële bijdrage geleverd aan de herintroductie van
de bever.

vraag 5) Wie ziet toe op het welzijn van de geïntroduceerde bevers in het
Zuidlaardermeergebied? Is hierbij ook een rol weggelegd voor de
handhavingsdiensten van de provincie Groningen?
antwoord: Uit informatie van de Landschappen hebben wij begrepen dat de
beheerders van beide Landschappen de monitoring van de bevers coördineren. Bij
het monitoren van de bevers wordt vooral gebruik gemaakt van vrijwilligers.
Daarnaast worden ook waarnemingen van onze muskusrattenvangers bij de
monitoring betrokken. De handhavers van de afdeling Milieutoezicht hebben een
algemene toezichthoudende (onder andere de Flora en faunawet) taak in het
gebied. Daarbij letten zij ook op verstoring van soorten die leven in deze
natuurgebieden. De genoemde provinciale medewerkers hebben rechtstreeks
contact met de terreinbeheerders.

vraag 6) Als het al noodzakelijk wordt geacht om bevers uit te zetten, wordt er dan
ook een zogenaamde soft release methode toegepast, waarbij de dieren eerst in
een omrasterd en overzichtelijk gebied worden gevolgd?
antwoord: Uit informatie van de Landschappen (rapport 'Terugkeer van de Bever
in het Hunzedal') is ons gebleken dat bij het uitzetten van de bevers een protocol
wordt gevolgd dat moet leiden tot zo min mogelijk stress voor de bever. Dit
uitzetprotocol is tot stand gekomen op basis van eerdere ervaringen met bevers in
ons land. Wij hebben begrepen dat er geen soft release methode wordt toegepast
zoals u die schetst in uw brief.

vraag 7) Indien de geïntroduceerde bevers sterven, worden daar dan door de
provincie Groningen ook consequenties aan verbonden, bijvoorbeeld door te
verbaliseren en bij het ministerie van LNV te bewerkstelligen dat de
vergunningverlening aan zeer strenge eisen dient te voldoen, met inachtneming
van het dierenwelzijn?
antwoord: De handhavers van de afdeling Milieutoezicht hebben niet de
bevoegdheid om te verbaliseren als een beverexemplaar overlijdt, tenzij sprake is
van overtreding van de wet.

vraag 8) Zijn de gebieden waar bevers eerder zijn geïntroduceerd vergelijkbaar
met het Zuidlaardermeergebied?
antwoord: Elders in Nederland zijn bevers geïntroduceerd in gebieden die
vergelijkbaar zijn met het Hunzedal systeem, zoals enkele laaglandbeeksystemen
in Noord Limburg.

vraag 9) Wat is de hoogte van de geschatte vraat- en graafschade, hoe verhoudt
zich dit met de schade zoals die van muskusratten en beverratten wordt vermoed
en welke verwachtingen zijn er ten aanzien van de te nemen maatregelen om
schade aan de waterkeringen te voorkomen?
antwoord: Uit het rapport 'Terugkeer van de Bever in het Hunzedal' blijkt dat op
basis van ervaringen met herintroductie van bevers op andere plaatsen in
Nederland, kan worden verwacht dat schade als gevolg van vraat of graverij
slechts in zeer beperkte mate voor zal komen. Indien er wel schade plaats vindt,
dan wordt gezocht naar een oplossing. Vraatschade kan worden gecompenseerd
via het faunafonds (in Nederland is de afgelopen 20 jaar in totaal voor ca. € 5.600,-
aan tegemoetkomingen in verband met Bevers uitgekeerd, jaarverslag faunafonds
2006). Indien schade optreedt aan waterwerken (dijken, taluds bomen in
waterlopen etc.) dan past de waterbeheerder het zogeheten 'beverprotocol' toe. In
dat protocol is beschreven hoe in welke situatie te handelen. Indien de
geconstateerde schade tot problemen en onverantwoorde risico's leidt, dan wordt
deze hersteld. In het uiterste geval kan de bever volgens dit protocol worden
weggevangen en in een minder 'gevoelig' gebied worden herplaatst.

vraag 10) Welke instanties zijn betrokken geweest bij deze inschatting van de
schade en op welke wijze is dit gedaan?
antwoord: Uit informatie van de Landschappen is ons gebleken dat bij het bepalen
van mogelijke schade vooral gebruik gemaakt is van ervaringen in andere delen
van het land waar bevers reeds uitgezet zijn. In geval van schade aan
landbouwgewassen wordt het schadebedrag door het Faunafonds getaxeerd. Voor
onvoorziene schade die buiten elke vergoedingsregeling valt, zijn de
Landschappen aansprakelijk.

vraag 11) Zijn de bestrijders van muskusratten en beverratten voorbereid op de
komst van de bevers? Zijn ze op de hoogte gebracht van de risico's die de
bestrijding van beverratten met zich meebrengt voor de bevers?
vraag 12) In de provincie Groningen zijn de jachthouders aangewezen om
beverratten met het geweer te doden. Op welke wijze zijn de jachthouders
voorbereid op de komst van de bevers? Zijn ze op de hoogte gebracht van de
risico's die de bestrijding van beverratten met zich meebrengt voor bevers?
vraag 13) Vindt de bestrijding van muskusratten en beverratten nu op een andere
manier plaats?
antwoord: De provinciale muskusrattenvangers zijn tijdens een excursie in
Limburg en Gelderland en tijdens het groot werkoverleg geïnformeerd over het
werken in gebieden waar bevers voorkomen. In overleg met de Landschappen is
afgesproken dat zij hun vangmethoden zullen aanpassen opdat de bever gespaard
blijft. Dat betekent dat in dit gebied vanaf de introductie van de bever, beverratten
met levend vangende kooien gevangen worden en dat muskusratten met voor
bevers niet gevaarlijke klemmen gevangen worden. Dit is conform de gemaakte
landelijke afspraken in de Technische Commissie Muskusrattenbestrijding.
Bijvangsten, waaronder bevers, worden vrijgelaten. De plaatselijke jagers zijn
rechtstreeks door de Landschappen geïnformeerd over de introductie van de bever
in het Zuidlaardermeergebied.

vraag 14) Hoeveel geld geeft de provincie Groningen jaarlijks uit aan de bestrijding
van de beverrat?
antwoord: In 2008 is in de provincie Groningen ongeveer € 70.000,- uitgegeven
aan de beverrattenbestrijding.

Wij vertrouwen erop u hiermee voldoende te hebben geïnformeerd.
Hoogachtend,
Gedeputeerde Staten van Groningen

Help mee aan een betere wereld

    Word lid Doneer