Proef stop­zetting bestrijding muskus­ratten


30 januari 2008

“Er zijn weinig dingen waarbij op zo’n ondoordachte wijze zoveel geld wordt uitgegeven als bij de jacht op muskusratten” aldus Anja Hazekamp, statenlid voor de Partij voor de Dieren in Groningen. Mede op aandringen van de Partij voor de Dieren hebben Gedeputeerde Staten het voornemen om in Westerwolde en in het Westerkwartier niet meer op muskusratten te jagen. Doel hiervan is om te kijken of dit effect heeft op de ontstane schade.

In het Dagblad van het Noorden van 24 januari geeft gedeputeerde Bleker aan dat hij eigenlijk graag af wil van de steeds terugkerende vragen van de Partij voor de Dieren en GroenLinks over de muskusratten. Anja Hazekamp had liever gezien dat hij het besluit om te stoppen met het massaal doden van muskusratten had genomen, omdat het verkwisting van gemeenschapsgeld is of omdat het zo ongelofelijk wreed is. Toch is zij blij met dit experiment, waar zij al vaak op had aangedrongen bij de gedeputeerde. In Brekking, een praatprogramma van Omrop Fryslân, lichtte Anja Hazekamp de bezwaren van de Partij voor de Dieren tegen de muskusrattenbestrijding toe.

Allereerst hebben we grote problemen met de gruwelijke wijze waarop deze dieren aan hun einde komen. Het doden van muskusratten gebeurt op een zeer wrede manier. Het dier wordt gevangen in onder water geplaatste vangkooien, waarin het dier een langzame, minutenlange, verdrinkingsdood sterft. Of in onder het wateroppervlak geplaatste klemmen, die vanwege hun geringe slagkracht het dier niet direct doden. Vaak sterft het dier later aan inwendige verwondingen of verdrinkt. De bestrijding van muskusratten gaat daarnaast gepaard met de vangst van duizenden andere dieren, die onbedoeld in de val lopen en sterven. Denk bijvoorbeeld maar aan eenden, waterhoentjes, hermelijnen, kikkers en snoeken.

Talloze onderzoeken hebben uitgewezen dat bestrijding niet effectief is. Al sinds de jaren vijftig wordt jaar in jaar uit meer geld geïnvesteerd in de bestrijding van de dieren. Momenteel kost dat 31 miljoen euro. Dat is ruim 200 euro per gedode muskusrat! Dat leidt allemaal niet tot minder dieren en -wat belangrijker is- dit leidt niet automatisch tot minder schade. “Zo ga je niet met gemeenschapsgeld om, en zo ga je zeker niet met dieren om”, aldus Anja Hazekamp.

De jacht op de muskusrat is gebaseerd op de veronderstelling dat dit dier, dat eigenlijk geen rat is, maar een woelmuis, schade veroorzaakt door het graven in oevers en waterkeringen. Hierdoor zou bij een hoog waterpeil wateroverlast kunnen ontstaan.

Over de omvang van de graafschade veroorzaakt door muskusratten is echter nog veel onbekend. In ieder geval is duidelijk dat veel schade definitief voorkomen kan worden door bijvoorbeeld het aanbrengen van stevige beschoeiingen en verhardingen zoals stenen en struktuurmatten. Maar vooral ook door een ander beheer van slootkanten met minder steile oevers en een fluctuerend waterpeil dat niet altijd laag wordt gehouden. Het niet bejagen van roofdieren speelt wellicht ook een rol. Vossen nemen de rol die muskusrattenbestrijders op zich hebben genomen graag over. En dat kost helemaal niets!

Anja Hazekamp benadrukte in het programma “Brekking” dan ook dat zoveel geld beter besteed kan worden aan wetenschappelijk onderzoek om schade structureel te voorkomen en aan maatregelen om graafschade te herstellen. Lees een ander hier na in het provinciale partijprogramma.

De verwachting van de Partij voor de Dieren is dat het aantal muskusratten wellicht in eerste instantie toeneemt, maar dat de schade niet groter wordt. Het is echter in ieder geval erg belangrijk dat het onderzoek op een goede manier wordt uitgevoerd en dat de holendichtheid goed gemeten wordt. Daarom heeft de Partij voor de Dieren nog schriftelijke vragen gesteld aan het College van Gedeputeerde Staten in Groningen.

Blijf op de hoogte van het laatste nieuws

    Abonneer op de nieuwsbrief