Partij voor de Dieren vraagt om beperking afschot dieren


1 februari 2010

PERSBERICHT Groningen, 2 februari 2010 - De Partij voor de Dieren wil dat afschot en verjaging van wilde dieren in Groningen wordt stopgezet. Alle in het wild levende dieren zijn uitgeput door de langdurige winterse omstandigheden en hebben rust nodig. De provincie had daarom een jachtverbod ingesteld, maar dit verbod is gisteren afgelopen. De Partij voor de Dieren heeft daarom aan de provincie Groningen gevraagd opnieuw maatregelen te treffen om wilde dieren ook de komende weken rust te gunnen. Ook wil de Partij graag weten door wie de provincie zich laat informeren over de conditie van dieren in het wild.

De provincie heeft vanwege de winterse omstandigheden op 6 januari een jachtverbod afgegeven voor wilde eend, fazanthaan, houtduif, konijn en haas. Het jachtseizoen is gisteren officieel gesloten, maar er zijn in de provincie ook nog verschillende vrijstellingen, ontheffingen en aanwijzingen van kracht. Dit zijn regelingen waardoor jagers toch op legale wijze dieren mogen doodschieten. De provincie vond enkele weken geleden het opschorten van ontheffingen niet nodig, met name omdat in de ontheffingen voor reeën, overwinterende ganzen en smienten al was opgenomen dat de dieren niet geschoten mogen worden als er sneeuw ligt. Zodra de sneeuw verdwenen is, zijn ook deze dieren niet meer veilig. Bovendien zouden andere diersoorten waar een ontheffing voor is verleend, zoals knobbelzwanen, meerkoeten en vossen, mogelijk ook nog geschoten kunnen worden als er sneeuw ligt. De Partij voor de Dieren wil weten of deze en andere dieren de laatste maand ook daadwerkelijk door jagers zijn doodgeschoten.

Er is nog steeds sprake van vorst, sneeuwval en ijsbedekking van open wateren. De dieren kunnen hierdoor erg moeilijk voedsel bereiken en een plek vinden om te rusten en te schuilen. Dit, in combinatie met de lange duur van deze winterse omstandigheden, heeft ertoe geleid dat veel wilde dieren zijn uitgeput. Daarom wil de Partij voor de Dieren dat wilde dieren ook de komende weken rust krijgen en dat ze niet worden verstoord door jagers.

Het schieten op dieren treft niet alleen de arme beesten waarop de jager het oog heeft, maar ook allerlei andere diersoorten die door de jagers onnodig worden opgeschrikt. Zij verliezen hierdoor hun schuilplaats en verbruiken onnodig energie, die zij onder deze omstandigheden hard nodig hebben om hun lichaamswarmte op peil te houden. Daarom acht de Partij voor de Dieren een algeheel verbod op het verontrusten en doden van wilde dieren noodzakelijk tot enkele weken na de vorstperiode. Het duurt namelijk enige weken voordat de dieren weer volledig gebruik kunnen maken van hun voedselbronnen en hersteld zijn van uitputting.

Dat wilde dieren momenteel erg kwetsbaar zijn, blijkt onder andere uit het ongeluk langs het Eemskanaal op de weg tussen Wijwerd en Meedhuizen waar op klaarlichte dag 28 meerkoeten door een automobilist zijn doodgereden. De watervogels hebben het moeilijk en ze verzamelen zich in steeds grotere groepen op plekken waar nog open water is, dus langs de kanalen. Ze raken ook verzwakt en kunnen niet meer zo snel reageren. De dieren zitten bovendien vaker op de weg, omdat het asfalt warmer is dan de besneeuwde landerijen of het ijs in de sloten.

Blijf op de hoogte van het laatste nieuws

    Abonneer op de nieuwsbrief