Opinie­ar­tikel: Muskus­rat­ten­be­strijding zet geen zoden aan de dijk


28 oktober 2009

Uit: Dagblad van het Noorden, 28 oktober 2009 - In Nederland wordt elk jaar ruim dertig miljoen euro in het water gegooid. Jaar in, jaar uit, worden deze miljoenen uitgegeven aan de wrede en ondoordachte bestrijding van muskusratten. De dieren verdrinken veelal na een lange doodstrijd in vallen, zonder dat deugdelijk onderzoek gedaan is naar de effectiviteit van die bestrijding. Van muskusratten is bekend dat de populatie de neiging heeft tegen de verdrukking in te groeien. De huidige methode lijkt daarom op dweilen met de kraan open.

De bestrijding van de muskusrat, die eigenlijk geen rat is, maar een soort woelmuis, is uitermate wreed. De muskusratten worden meestal gevangen met klemmen, fuiken en vangkooien. Wanneer een muskusrat in een onder water geplaatste fuik of vangkooi zwemt, verdrinkt het dier na een minutenlange doodstrijd. Als deze val niet volledig onder water staat, omdat bijvoorbeeld de waterstand in de sloot is gedaald, dan sterft het dier door uitputting en onderkoeling. Ook de klemmen doden de dieren zelden direct, omdat de slagkracht te klein is. De gevangen muskusrat stikt of verdrinkt. Er wordt vaak met afgrijzen gesproken over het doodknuppelen van zeehondjes in Canada. Maar in Nederland geven we met deze wrede manier van bestrijden geen goed voorbeeld.

Muskusratten kunnen zich snel voortplanten wanneer er voldoende voedsel en ruimte is. Daardoor is bestrijding al gauw ineffectief of zelfs contraproductief. Vang je de dieren weg, dan zal het aantal tijdelijk afnemen. De dieren zullen zich echter weer snel gaan vermenigvuldigen om de weggevallen plaatsen op te vullen. De muskusrattenbestrijding houdt zichzelf hiermee volop aan het werk.
Als er niet bestreden wordt, is de verwachting van biologen dat er in eerste instantie meer dieren komen. Vervolgens daalt dit aantal weer, door ziekten, gebrek aan voedsel en een tragere voortplanting. Na enige tijd zal een stabiele populatie ontstaan, met mogelijk zelfs lagere aantallen dieren dan voorheen.

De waterschappen en de provincies, die verantwoordelijk zijn voor de uitvoering van de muskusrattenbestrijding, hebben zich verenigd in de Landelijke Coördinatiecommissie Muskusrattenbestrijding (LCCM). De afgelopen 2 jaar heeft de LCCM maar liefst zeven onderzoeken uitgevoerd. Al deze onderzoeken maakten duidelijk dat het jaarlijks doden van zo’n 300.000 muskusratten geen zoden aan de dijk zet.

Uit deze onderzoeken blijkt ook dat de schade die deze dieren veroorzaken maximaal vijf miljoen euro per jaar is. En deze schade is er nu ook, ondanks de intensieve bestrijding. Bovendien blijkt uit de onderzoeken niet dat het stoppen van de bestrijding zal leiden tot meer schade. Toch wordt in Nederland jaarlijks ruim dertig miljoen euro uitgegeven voor het doden van muskusratten. Dat is zo’n 80 euro per dier! Provincies en waterschappen zouden voor dit geld vele preventieve maatregelen kunnen nemen bij onderhoud en aanleg van waterkeringen. Vooral maatregelen die het graven van het dier onmogelijk maken, zoals gaas en stenen, blijken effectief. Gelijktijdig kunnen de controle- en herstelwerkzaamheden geïntensiveerd worden.
Maar alle onderzoeken ten spijt, de muskusrattenbestrijding gaat gewoon voort op de oude, ineffectieve, kostbare en zeer dieronvriendelijke wijze.

Het is onverantwoord om jaarlijks tientallen miljoenen euro’s uit te geven aan een zeer dieronvriendelijke wijze van bestrijding, terwijl adequaat wetenschappelijk onderzoek naar nut en noodzaak ontbreekt. Het wordt daarom hoog tijd dat er systematisch en objectief onderzocht wordt wat er gebeurt met de muskusratten en hoe de schade zich ontwikkelt wanneer de muskusratten niet meer bestreden worden.

Omdat deugdelijk landelijk praktijkonderzoek uitbleef besloot de provincie Groningen zelf onderzoek te doen naar de effectiviteit van de muskusrattenbestrijding. In het voorjaar stemde Gedeputeerde Staten in met het onderzoek 'niet bestrijden van muskusratten' en de bijbehorende schaderegeling. Vier jaar lang zouden in twee gebieden geen muskusratten worden gedood om de populatieontwikkeling van de muskusrat en de vermeende schade die het dier veroorzaakt, te onderzoeken. Deze unieke proef kreeg steun van de gezamenlijke provincies. Helaas begint het provinciebestuur terug te krabbelen. Ze wil nu aansluiten bij een onderzoek van het LCCM. Een nieuwe onderzoeksopzet waarbij de bestrijding gewoon doorgaat, maar varieert in intensiteit. Dit nieuwe onderzoek is gebaseerd op rekenmodellen die de aantallen muskusratten moeten voorspellen. Hoewel academisch wellicht interessant, is de toepasbaarheid van deze simplistische modellen van geen enkele betekenis. De modellen zijn niet gevalideerd en berusten op veronderstellingen die nooit in praktijk zijn getest of zelfs bewezen onjuist zijn.

Gedeputeerde Staten zegt dat het financieel perspectief voor de provincie is verslechterd, waardoor ze terughoudend is met het aangaan van nieuwe verplichtingen zoals deze proef. Dat deze proef de provincie veel geld kan besparen, wordt er gemakshalve niet bij verteld. Woensdag praten de leden van Provinciale Staten over de muskusratten. Zouden ze durven kiezen voor een goed onderzoek naar de effectiviteit van de muskusrattenbestrijding? Of gaan ze door met het verkwisten van een paar miljoen euro per jaar? Want met dit nieuwe onderzoek weten we over vier jaar nog steeds niet of muskusrattenbestrijding effectief en noodzakelijk is. En die kennis heeft Groningen dan zo’n 100.000 dierenlevens en ruim acht miljoen euro gekost!

Anja Hazekamp
Fractievoorzitter Partij voor de Dieren
Provinciale Staten van Groningen

Blijf op de hoogte van het laatste nieuws

    Abonneer op de nieuwsbrief