Opinie: Mest­beleid is een stinkende zaak


28 juli 2014

De groei van de Nederlandse veestapel en het daarmee gepaard gaande mestoverschot gaan ook in de provincie Groningen gewoon door, aangemoedigd door het provinciaal bestuur.

De aanleg van riolering in steden wordt wel genoemd als één van de belangrijkste medische doorbraken van de afgelopen eeuwen. Het feit dat urine en uitwerpselen konden worden weggespoeld zorgde voor een ongekende daling in ziekte en stijging van de levensverwachting. Dat mensen ziek worden van virussen en bacteriën in ontlasting was toen nog niet bekend, maar nu wel. Des te opmerkelijker dat geen haan lijkt te kraaien naar de gigantische hoeveelheid mest van de Nederlandse veestapel, die met de afschaffing van het melkquotum in 2015 alleen maar verder zal groeien.

In de provincie Groningen leefden in 2013 zo’n zes miljoen kippen, 150.000 varkens, 80.000 schapen en 180.000 koeien, naast 580.000 Groningers. En het worden er steeds meer. Het provinciaal bestuur roept al jarenlang tegen verdere schaalvergroting in de veehouderij te zijn, maar er is nog genoeg vergunningsruimte over voor enorme uitbreidingen, zoals in Zevenhuizen voor een stal van 3000 varkens.

Begin juli werd het Groninger Verdien Model besproken door Provinciale Staten van Groningen. Vrijwel niets dan lovende woorden voor een groenwasprogramma waarmee de intensieve melkveehouderij kan uitbreiden met lippendienst naar zaken als landschap en milieu.

Als gevolg van het Nederlandse mestoverschot zijn grond, lucht en water vervuild. Een flink deel van de soortenrijkdom in de Nederlandse natuur is door al die mest uitgestorven of ernstig bedreigd, en de Europese maximumnormen voor de uitstoot van stikstof worden nog altijd lang niet gehaald. De vermesting van het oppervlaktewater heeft de afgelopen tientallen jaren gezorgd voor uitbundige kroos- en algengroei en is de voornaamste oorzaak van blauwalg.

In 2015 wordt het melkquotum afgeschaft en dan zal het aantal koeien ook in onze provincie nog sneller groeien, met minstens 20%. Met alle problemen van dien: verkeersonveiligheid door alle transport van dieren, mest en veevoeder, meer fijnstof, meer megastallen en meer risico op dierziektes. Dierziektes zijn soms op mensen overdraagbaar, zoals de Q-koorts, die recentelijk tot meer dan twintig doden in Nederland heeft geleid.

Boeren zijn bij wet verplicht om van hun mest af te komen, maar zowel vergisten als exporteren zijn praktisch en financieel problematisch. Met 40% van de Nederlandse mest wordt dan ook gefraudeerd, volgens LTO –voorman Jaap Haanstra. Zo worden gronden gekocht om mest op uit te rijden, maar dat gebeurt alleen op papier. Alles wordt naast de stal gedumpt of in de sloot. Ondernemers zinnen op andere oplossingen. Op nog meer melk per koe, dan heb je minder koeien nodig. Maar de melkproductie van de melkkoe is sinds 1900 al verviervoudigd, ten koste van het welzijn en de weerstand van het dier. De koe gaat vaak al na enkele jaren het slachthuis in, geplaagd door pijnlijke ziektes.

Hermetisch gesloten stallen en luchtwassers dan, maar in de afgelopen jaren is uit verschillende onderzoeken gebleken dat die stiekem vaak uit staan, omdat ze energie verslinden. Of ze bestaan alleen op papier, of zijn defect. Keer op keer blijken handhaving en toezicht onvoldoende. In ieder geval ziet de provincie hier geen rol voor zichzelf weggelegd. Bij onze schriftelijke vragen over de uitbreiding in Wedderveer van een melkveehouderij naar ruim duizend dieren, was het antwoord op onze vraag naar de visie van GS op de problemen rondom uitbreiding en de te beperkte capaciteit rondom mestverwerking, een verwijzing naar een brief van Sharon Dijksma van 12 december 2013, gevolgd door de woorden: “… Overigens is hier sprake van nationale wet- en regelgeving. De provincie ziet niet toe op correcte naleving hiervan”.

Blijf op de hoogte van het laatste nieuws

    Abonneer op de nieuwsbrief