Je bent een rund als je met melk stunt


2 juni 2008


Melkveehouders moeten leren leven met de stijgingen en dalingen van de melkprijs, zegt landbouweconoom Strijker van de Rijksuniversiteit Groningen (RuG). Hij reageert hiermee op het uitrijden van melk op het land door boze boeren, zoals afgelopen vrijdag ook gebeurd is op een weiland langs de N33 bij Noordbroek. Zo’n dertig boeren hebben daar tienduizenden liters melk weg laten lopen. Zij proberen hiermee een hogere prijs voor hun melk af te dwingen. Volgens Strijker horen de prijsschommelingen bij een markt waarin de quotering wordt losgelaten. Hoe meer melk, hoe lager de prijs.
De Partij voor de Dieren vindt het verspillen van melk onaanvaardbaar, zeker nu er een wereldwijde voedselcrisis heerst. De tienduizenden liters die met giertanks over de akkers worden uitgegoten, zijn het toonbeeld van de paniek die zich kennelijk van de boeren meester maakt nu ze erachter komen dat het systeem waarin ze zo lang geloofd hebben, vast loopt. De boer krijgt voor een liter melk rond de dertig eurocent. Dat is een stuk minder dan een consument betaalt voor een fles mineraalwater.
Hiermee wordt de boer tekort gedaan, maar de koe is pas echt de dupe. Koeien worden omwille van intensivering en efficiëntie steeds verder uitgemolken. De beesten produceren vier maal zoveel melk als honderd jaar geleden. Een koe is tegenwoordig dan ook veel vroeger versleten, na een jaar of vijf wordt ze afgemaakt.
Het gemiddelde Nederlandse gezin geeft 12% van zijn inkomen uit aan voeding. In 1970 was dit nog 30%. Voor voedsel uit de biologische landbouw, die dier-, mens- en milieuvriendelijker is, zou het nodig zijn dat we 16% van ons inkomen gaan uitgeven aan voedsel. Dat is omgerekend twee vakantiedagen per jaar. Dan eet de consument eerlijk, hebben de dieren een beter leven en verdient de boer een goede boterham.
Dat de huidige melkprijs zo laag is, mag echter geen reden zijn voor boeren om op deze wijze actie te gaan voeren. Nu het melkquotum wordt verruimd en straks afgeschaft, zetten de boerenorganisaties in op verhoging van de productie. Dit gaat gepaard met schaalvergroting en het levenslang opsluiten van de dieren. De intensieve veehouderij zet hiermee koers naar een doodlopende weg. De bio-industrie is wereldwijd de belangrijkste veroorzaker van broeikasgassen en ammoniakuitstoot. Koeien die niet buiten komen, roepen bovendien steeds meer maatschappelijke weerstand op. De boer zou moeten investeren in duurzame en diervriendelijke landbouw en de staat zou het “vervuiler-betaalt” principe ook in de landbouw moeten doorvoeren. En de consument, die moet bereid zijn om voor een beter product ook een iets hogere prijs te betalen.