Jaag de vos niet over de kling!


26 maart 2020

Het College van Gedeputeerde Staten van Groningen heeft een volgende weerzinwekkende stap gezet in de hetze tegen de vos. In een nieuwe ontheffing, geldig tot 2024, wordt in en rondom weidevogelgebieden de mogelijkheid voor nachtelijke jacht verruimd. Waar deze jacht eerst beperkt was tot de maanden februari en maart, is nu gekozen voor januari tot en met juni. Waarom? Omdat de vos dan grondig uitgeroeid kan worden. Bewust wordt hiermee gekozen voor het vermoorden van dragende en zogende dieren, met als gruwelijk bij-effect dat de achtergebleven welpjes creperen. Tenminste, als ze niet het 'geluk' hebben dat hun burcht wordt uitgegraven door de jagers en ze vervolgens ter plekke worden geliquideerd, want ook dat mag van ons College.

In het oude faunabeheerplan werd nachtelijk afschot nog niet toegestaan tijdens de kraam- en zoogperiode van vossen, omdat GS wilde dat ‘vanuit ethische overwegingen’ wilde voorkomen dat moervossen werden afgeschoten die zogende jongen hebben. Zij stelde toen: ‘Vanuit de jagerswereld hebben wij dan ook het signaal gekregen dat voor afschot in deze periode geen animo bestaat.' Blijkbaar zijn er inmiddels voldoende jagers gevonden die geen enkel ethisch besef meer hebben en graag meewerken.

De Faunabeheereenheid stelt notabene zelf dat met deze maatregelen geen permanente vermindering van vossenaantallen bereikt wordt, want ‘uit onderzoeken en rapportages volgt dat afschot in een gebied al snel na het beëindigen van intensieve bestrijding leidt tot nieuwe influx van vossen uit de omgeving’. Bovendien is niet vastgesteld dat de vos de grootste boosdoener is in de aangewezen gebieden – in werkelijkheid is het een mix van dieren die eieren en kuikens als prooi benut – zoals dat functioneert in de natuur.

Ondanks dat wordt uit naam van de weidevogelbescherming de vos compleet vogelvrij verklaard. Waarom? Omdat onder ogen zien van de wérkelijke oorzaak van het probleem de agrarische BV Groningen voor onaangename keuzes stelt. Tenminste als men wil blijven genieten van grutto, kievit en scholekster. Er zijn nog maar zo weinig weidevogels omdat de leefgebieden niet meer geschikt zijn door intensivering, verarming van biodiversiteit en versnippering. Alle goedbedoelde beschermingsmaatregelen ten spijt, de weide- en akkervogelstand herstelt zich niet zolang er geen balans is in hun leefomgeving. Minder monocultuur, minder intensief gebruik van grasland, minder pesticiden, maar meer vernatting, meer rust en herstel van biodiversiteit: het betekent minder opbrengst in mensenvaluta, maar meer in natuurvaluta.

Prooidieren en predatoren zijn prima in staat zichzelf te reguleren mits de omstandigheden juist zijn. Het doden van de ene diersoort om een andere te beschermen is geen oplossing maar symboolpolitiek. De enige permanente oplossing is herstel van de balans tussen natuur en agrarisch gebruik. In ons overbelaste land is het herstellen van de biodiversiteit die er eens was een helse klus, zolang er voor elke hectare landbouwgrond gevochten wordt. Misschien moeten we accepteren dat bepaalde weidevogels ons land tijdelijk niet meer aandoen, totdat de kwaliteit van natuur op het platteland weer op orde is.