Innovatie in melk­vee­hou­derij is niet auto­ma­tisch duurzaam


25 september 2018

Groningen, 25 september 2018 – De subsidies uit maatregel 7 van PoP 3 dienen daadwerkelijk te leiden tot verduurzaming van de melkveehouderij sector. De statenfractie van de Partij voor de Dieren wil dat het college zich daarvoor inspant en heeft schriftelijke vragen over de kwestie gesteld. In de ogen van de partij valt duurzaamheid niet te combineren met een streven naar verhoging van de melkproductie. De partij wil benadrukken dat het niet moet gaan om innovatie of de positie op de wereldmarkt, maar om het streven naar een werkelijk duurzame en grondgebonden melkveehouderij.

Volgens Kirsten de Wrede, fractievoorzitter van de Partij voor de Dieren in de provincie Groningen, is melk gemaakt door koeien per definitie niet duurzaam. “Voor een kilo dierlijke eiwitten heb je ongeveer zeven kilo plantaardige nodig. Dat geldt voor vlees en voor melk. En dan heb je nog het probleem van de koeiemest”. Het was volgens de Wrede dan ook beter als het college subsidies ging toekennen aan bedrijven die de wereld echt kunnen verduurzamen, zoals bedrijfjes die plantaardige melk produceren.

De Partij voor de Dieren vindt het van belang dat de subsidies in lijn zijn met het door het college vaak genoemde doel van een natuurinclusieve, biologische landbouw. Het verstrekken van subsidies aan intensieve melkveebedrijven draagt daar op geen enkele manier aan bij. Daarnaast is het dierenwelzijn in de melkindustrie vaak ver te zoeken. Melk is goed en bestemd voor kalfjes en niet gezond voor mensen. Koeien moeten jaarlijks bevallen voor de melkafgifte en hun kalf wordt onmiddellijk afgepakt, hetgeen voor de dieren telkens weer een trauma is. Daarnaast wordt het koeienlichaam tegenwoordig zo gemanipuleerd dat het dier “overproduceert” en na vijf jaar lichamelijk versleten is, terwijl een koe in principe zo’n twintig jaar kan worden.

Blijf op de hoogte van het laatste nieuws

    Abonneer op de nieuwsbrief