Fauna­beheer zonder geweer


Partij voor de Dieren vraagt om dier­vrien­delijk fauna­beleid en noemt de relatie tussen boeren en jagers een “verbond des doods"

2 oktober 2018

Het buitengebied dreigt onder het mom van natuurbeheer nog meer te veranderen in een pretpark voor jagers. In de nieuwe Flora- en Faunanotitie, morgen geagendeerd samen met het weidevogelconvenant, wordt voorgesteld om nog meer vossen te schieten en mogelijk de jacht op verwilderde katten te openen. De Partij voor de Dieren is zeer ontstemd over de plannen en probeert middels moties het College op andere gedachten te brengen. Na opluchting over de uitvoering van de aangenomen motie “beperking plezierjacht”, die ertoe leidt dat op provinciale gronden steeds minder jachtrechten zullen worden verhuurd, vreest de partij dat de jachtlobby zal aandringen op meer ontheffingen ter compensatie.

Kirsten de Wrede, fractievoorzitter van de Partij voor de Dieren in de provincie, noemt de relatie tussen boeren en jagers een “verbond des doods”. “Boeren moeten, om in aanmerking te komen voor schadevergoeding, bij bijvoorbeeld ganzen aantonen dat alle middelen om schade te voorkomen, zijn ingezet. Jagers spelen daar een belangrijke rol in en krijgen vervolgens de vrije hand op het veld van de boer”. Er moet natuurlijk wel wat te schieten blijven en dus willen jagers wolven en vossen graag “kort houden”, zoals ze dat noemen. Dat komt boeren ook goed uit, die geen indringers bij hun dieren willen en gewend zijn om te bepalen wat er mag leven op hun land – en in hun schuren.

Volgens de Wrede slagen beide groepen, boeren en jagers, er opvallend goed in om de maatschappelijke onrust rondom het verdwijnen van de weidevogels voor eigen gewin aan te wenden. “Weidevogelboeren krijgen extra subsidies voor zaken als later maaien en kruidenrijk gras en jagers krijgen een vrijbrief om nog meer en nog vaker te schieten op kraaien en vossen”. Ondertussen gaan de ontwikkelingen in de agrarische sector gewoon door: het gifgebruik, de diepontwatering, de schaalvergroting, de monoculturen. Agrarisch natuurbeheer heeft dan ook weinig succes. Om gebruik van al dat belastinggeld te kunnen legitimeren moet dus wel een schuldige worden aangewezen en vandaar de nadruk op “predator-beheer”. Ondertussen wast de agrarische sector zijn handen in onschuld: we doen toch ons best voor de weidevogels?

De Partij voor de Dieren dient morgen verschillende moties in om te proberen het aantal slachtoffers van de jacht naar beneden te krijgen. Ten eerste roept de partij op om af te zien van jacht op verwilderde katten, waarbij ook talloze huiskatten het loodje zullen leggen. Daarnaast moet de provincie investeren in de TNR methode, waarbij verwilderde dieren worden gevangen, geneutraliseerd en teruggeplaatst. Ook wordt gevraagd om in overleg te treden met gemeenten om verplicht chippen van katten in de plaatselijke verordeningen te regelen en voorlichtingscampagnes te starten teneinde meer katten te laten steriliseren en castreren.

Kirsten de Wrede: “Vossen moeten voortdurend boeten voor het verlies aan biodiversiteit op het boerenland. Reeën proberen te overleven in snippernatuur en moeten daarbij onvermijdelijk wegen oversteken, met aanrijdingen tot gevolg. Katteneigenaren verzaken hun verantwoordelijkheid om de dieren te laten neutraliseren en chippen. Vervolgens moeten verwilderde en loslopende huiskatten als schietschijf dienen. Omgekeerde-wereld-politiek.” De partij dient een motie in die GS vraagt geen nieuwe ontheffingen voor vossenjacht te verlenen. Een laatste motie dringt aan op meer diervriendelijke maatregelen om aanrijdingen met reeën te voorkomen, zoals wildrasters, wildwaarschuwingssystemen en snelheidsverlaging. Nu worden jaarlijks achthonderd reeën gedood, maar tot minder reeën en een substantiële afname van aanrijdingen leidt het niet.

Sturen in de natuur met het geweer is niet alleen wreed, het is ook nutteloos. Zo worden jaarlijks zo’n duizend vossen doodgeschoten, toch wordt de populatie niet kleiner. Het is bewezen dat vossen méér jongen krijgen en zich verder verspreiden als ze bejaagd worden, bij wijze van natuurlijke compensatie. Voor iedere geschoten vos zal weer een nieuwe komen. In Luxemburg is jacht op vossen sinds een aantal jaren verboden en daar is de populatie zoals verwacht gestabiliseerd.
“De natuur wordt niet beter van het doden van vossen en de weidevogels worden er niet mee gered. Weidevogelbescherming en predatiebeheer is pure symboolpolitiek”, aldus fractievoorzitter Kirsten de Wrede, die jacht en beheer een "voort-durende natuurramp" noemt.

Blijf op de hoogte van het laatste nieuws

    Abonneer op de nieuwsbrief