Het dood­schieten van reeen is zinloos


11 februari 2007

Reeën in Groningen

Met een schofthoogte van zo’n 60 tot 70 centimeter is de ree de kleinste hertensoort van ons land. Het volwassen mannetje draagt een vrij klein gewei. De ree is een herkauwer en eet bij voorkeur gras, kruiden, jonge twijgen, bladeren en knoppen. Ze lusten echter ook graag bessen en paddenstoelen. In juli breekt de bronsttijd aan. De reegeiten hebben een draagtijd van 9-10 maanden. Meestal krijgt een reegeit 1 tot 2 kalveren, die in de lente worden geboren. De kalfjes zijn allemaal voorzien van een lichtbruine vacht met witte stippen. De ree leeft bij voorkeur in de buurt van bosjes en houtwallen. In de provincie Groningen zijn echter ook veel reeën die zich de hele dag in het open veld laten zien.


Foto: Anja Hazekamp

In vrijwel de hele provincie Groningen worden nu ieder jaar meer dan 1000 van deze dieren doodgeschoten. Dat is ruim 2 keer zoveel als ze 10 jaar geleden doodden. Dit aantal bestaat uit 448 reebokken, 461 reegeiten, 73 bokkalfjes en 77 geitkalfjes, 1059 in totaal. De reebokken worden doodgeschoten van 1 april t/m 31 augustus. De reegeiten en kalfjes worden doodgeschoten van 1 december t/m 28 februari. En dat terwijl de geiten op dat moment vrijwel allemaal in verwachting zijn!

Waarom reeën in Groningen worden doodgeschoten

Jagers willen ons graag doen geloven dat het doodschieten van reeën in het belang van mens en dier is. Niets is minder waar. Er zijn verschillende argumenten die door jagers vaak gebruikt worden voor de reeënjacht, die allen ontoereikend zijn om afschot van reeën te legitimeren.

Ten eerste wordt het voorkomen van landbouwschade als argument aangehaald. De afgelopen jaren is er echter in onze provincie geen enkele schade veroorzaakt door reeën aan landbouwgewassen.

Het tweede argument wat vaak te horen is, is het voorkomen van een te grote populatie. Daadoor zouden de reeën op den duur kunnen verhongeren. Jagers spelen hierbij in op onze emotie. Alsof kerngezonde dieren blij zijn met deze vorm van preventieve euthanasie. Uit onderzoek (1) blijkt dat een populatie zich zonder bejagen binnen enkele jaren stabiliseert en zich voortplant op basis van de beschikbare hoeveelheid voedsel. Er is dus geen enkele reden om over te gaan tot het preventief doodschieten van deze dieren.

Ten derde wordt het afschieten van reeën in het belang van de verkeersveiligheid genoemd. Het afschieten van dieren verhoogt de verkeersveiligheid echter niet. Integendeel. Jacht zal het aantal ongelukken juist bevorderen doordat dit onrust onder de reeën veroorzaakt. Ze zullen wanneer er gejaagd wordt in blinde paniek wegrennen van de onheilsplek, wat de kans op ongelukken alleen maar groter maakt. Effectieve alternatieven zoals het beperken van de snelheid van het autoverkeer, goede voorlichting, elektronische waarschuwingsmethoden en reflectoren zouden voorrang moeten krijgen boven het afschieten van de dieren. Mens en dier moeten in een ‘groene’ provincie als Groningen toch naast elkaar kunnen leven.

Foto: Anja Hazekamp

Verkeersveiligheid

Nederland is een van de meest dichtbevolkte landen ter wereld. Woongebieden, industrieterreinen en wegen worden in rap tempo aangelegd. Daarentegen krijgen het aan elkaar knopen van natuurgebieden en het realiseren van de Ecologische Hoofdstructuur in Groningen helaas niet de prioriteit die het verdient. Hierdoor wordt het leefgebied van in het wild levende dieren steeds kleiner en meer versnipperd. Dit veroorzaakt grote problemen voor deze dieren als ze zich willen verplaatsen van hun rustgebieden naar plaatsen waar ze eten kunnen vinden. Overal worden ze geconfronteerd met obstakels en wegen. Naarmate er meer auto’s komen, wordt het risico op een aanrijding voor automobilisten en dieren groter.

De Nederlandse wegen worden echter niet veiliger door dieren dood te schieten. Ze worden veiliger door maatregelen te treffen die effectief zijn. De maatregelen die zeer goed blijken te werken en eenvoudig te realiseren zijn, zijn het aanleggen van brede, open wegbermen én het verlagen van de maximumsnelheid op plaatsen en tijdstippen dat automobilisten het grootste risico lopen. Dit wordt door Rijkswaterstaat, Dienst Weg en Waterbouwkunde, onderschreven. Deze dienst heeft een brochure uitgebracht waarin de verschillende maatregelen uitgebreid worden beschreven (http://www.rijkswaterstaat.nl/rws/dww/home/html/menu5/pdf/DWWwijzer96.pdf).

Omdat rustiger rijden niet alleen beter is voor de dieren, maar ook voor mens en milieu, was dit in 2002 voor verkeersveiligheidsorganisatie 3VO aanleiding om de campagne ‘Rustig Rijden’ te starten samen met de Dierenbescherming en Milieudefensie (zie http://www.dierenbescherming.nl/rustigrijden/infobulletin.pdf).

Kortom, er zijn betere manieren om onze verkeersveiligheid te garanderen. Het doodschieten van reeën is zinloos en zou dan ook direct gestopt moeten worden.



(1) Ook in Nederland is dit onderzoek gedaan bij een populatie reeën, namelijk in Amsterdam. In 1997 besloot het gemeentebestuur van Amsterdam om de jacht op reeën in de Amsterdamse Waterleidingduinen (AWD) te beëindigen. Deze verandering in het beheer is begeleid door onderzoek naar de aantalontwikkeling, de populatiedynamiek en de effecten op het ecosysteem en de omgeving, zoals schade aan gewassen en verkeersveiligheid. In 2002 is door Van Breukelen en anderen over deze effecten gerapporteerd aan het gemeentebestuur. In 2004 is een uitgebreide rapportage verschenen (Van Breukelen en Schoon). De belangrijkste conclusie luidde dat het aantal reeën ondanks het beëindigen van de jacht ongeveer gelijk is gebleven. De populatie is in redelijke tot goede conditie.

Blijf op de hoogte van het laatste nieuws

    Abonneer op de nieuwsbrief