Geen verdere uitmelking van de melkkoe


23 december 2014

De Partij voor de Dieren is verontrust omdat het college suggereert dat de productie per melkkoe nog verder zou kunnen stijgen, hetgeen een verdere ernstige aantasting van het welzijn van koeien zou betekenen. Daarnaast vraagt de partij om een reactie naar aanleiding van het recente advies van de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (WRR), waarin wordt gepleit voor een inkrimping van de veestapel. Ook wil de partij weten wat de huidige melkvee-industrie nog onderscheidt van de traditionele intensieve veehouderij en welk beleid de provincie voert wat betreft mestbassins in het buitengebied. De partij heeft hierover aanvullende schriftelijke vragen gesteld.

Volgens het college hoeft de productiegroei niet automatisch tot een groei van de veestapel te leiden. Kirsten de Wrede, statenlid van de Partij voor de Dieren: “Als het college inderdaad bedoelt dat de productie per koe nog verder zou kunnen stijgen, noem ik dat schokkend.” Iedere melkkoe is nu al een topsporter. Het produceren van ongeveer 25 liter per dag, vier keer zoveel als nodig om een kalf te zogen, leidt ertoe dat de dieren lichamelijk uitgeput raken. Een groot deel heeft chronische klachten als ontstekingen aan poten en uiers en problemen met de vruchtbaarheid . “Qua dierenwelzijn is een verdere groei van de melkproductie per koe absoluut onverantwoord”, aldus de Wrede.

In het advies van de WRR, “Naar een voedselbeleid”, wordt gepleit voor een inkrimping van de veestapel en een verschuiving van dierlijke naar plantaardige producten omwille van ecologie en volksgezondheid. De Wrede: “Wij zijn van mening dat het college een dergelijk gezaghebbend advies niet zomaar naast zich neer kan leggen. Er wordt in dit advies
glashard gezegd dat de productie van vlees en zuivel een onevenredig hoge ecologische impact heeft”.

De huidige melkveehouderij verschilt in niets meer van intensieve veehouderij. De dieren blijven vaak binnen, veevoer wordt geïmporteerd en mest wordt niet op omliggende gronden uitgereden. De partij wil weten of het college er ook zo over denkt en welke consequenties zij hieraan verbindt. Immers, vestiging van nieuwe pluimvee- en varkenshouderijbedrijven zijn aan regels gebonden, de melkveehouderij is dat bijna niet.

Daarnaast wil de partij weten hoe het college denkt over de aan melkvee-industrie gerelateerde problematiek als landschap, volksgezondheid en verkeersveiligheid. Ook wil de partij weten hoeveel bestuursovereenkomsten er al met gemeentes zijn afgesloten die het plaatsen van een mestbassin in het buitengebied mogelijk maken.

Lees hier de schriftelijke vragen

Blijf op de hoogte van het laatste nieuws

    Abonneer op de nieuwsbrief