Staten­com­missie E&M: Biomas­sa­ver­gisting


27 mei 2008

Statencommissie Economie en Mobiliteit
28 mei 2008

Biomassavergisting

(1) Haalbaarheidsstudie Bio-VEC
(2) Noord-nederlandse Oliemolen B.V. in het kader van het ondersteuningsprogramma van het Actieplan Biomassa

Het gaat hier om twee subsidies, die allebei te maken hebben
met biomassa en mest. Subsidies zijn gemeenschapsgeld. De PvdD vindt dat deze vormen van energiewinning dan ook alleen maar gefinancierd moeten worden als ze ook duurzaam zijn. In 2006 is de commissie Kramer vanuit de Tweede Kamer gekomen met een rapport getiteld ‘Criteria voor duurzame biomassa’. De criteria zijn verdeeld in zes thema’s, waarbij de eerste drie voor biomassavergisting ook relevante thema’s zijn: de broeikasgasbalans, concurrentie met voedsel en lokale energievoorziening en biodiversiteit. De PvdD heeft niet kunnen zien en niet kunnen ontdekken dat deze subsidies voldoen aan die duurzaamheidscriteria.

Ik zal dit kort toelichten en beginnen met het voorstel zoals dat oorspronkelijk geagendeerd was onder agendapunt 14: een haalbaarheidsstudie naar een biovergisting expertise centrum (1). Daar gaat het onder andere over mestvergisting. Mestvergisting kan wat de PvdD betreft niet duurzaam genoemd worden, omdat de hele keten van de bio-industrie – diervoeders die overal vandaan komen, ontbossing, voedselverdringing die daarbij hoort, de negatieve invloed op de broeikasgasbalans, methaanemissie, al dat soort zaken- aantoont aan dat dat niet past binnen die duurzaamheidscriteria.

Voorts is te zien dat er zeker ook hier in Groningen vaker voedsel, bijvoorbeeld maïs, wordt verbouwd, niet voor de dieren, maar voor de vergister. Het eten voor de dieren wordt dan weer uit het buitenland ingevoerd. Dat leidt weer tot méér CO²uitstoot.

De tweede subsidie draait om het rendabeler maken van het produceren van biodiesel uit koolzaad, onder meer door het exploiteren van de bijproducten die daarbij vrijkomen (2). De PvdD erkent dat het gaat om een hoogwaardig product als je kijkt naar die yeast extract alternatives. Maar de biodieselproductie uit koolzaad is een eerste generatie biobrandstof en voldoet niet aan de duurzaamheidscriteria. Als wordt gekeken naar maatschappelijke organisaties, zoals Stichting Natuur en Milieu, zeggen deze dat winning van biodiesel uit koolzaad niet gestimuleerd moet worden omdat het een grote bijdrage levert aan het broeikaseffect. De commissie Kramer zegt dit ook, net zoals wat recenter het Milieu en Natuur Planbureau in een rapportage over biodiesel. Daar staat ook in dat met de productie van biodiesel uit onder meer koolzaad de Europese doelstelling niet meer gehaald kan worden zoals die net is beschreven door dhr. Bleker toen het ging over de capaciteit van het hoogspanningsnet. De Tweede Kamer wenst voorrang voor duurzame energiewinning en dit voldoet daar niet meer aan. Al met al is er nog wel wat over te zeggen.

De PvdD vindt dat dit niet valt binnen duurzaamheidscriteria en dat het daarom ook niet voldoet aan de regels die gesteld worden, bijvoorbeeld door de Tweede Kamer. Deze twee projecten zouden niet voor subsidie in aanmerking horen te komen. Eén van de zaken die voor het koolzaad nog op te merken valt, is dat er in een motie Jansen die is aangenomen – er is ook in de Tweede Kamer een hele discussie over geweest – gesproken wordt over koolzaad met een zogenaamd track and trace systeem. Dan is de herkomst ervan te herleiden, zodat men zeker kan weten waar het geproduceerd is en wat de eventuele gevolgen daarvan zijn geweest. Dat zou, wat de PvdD betreft, nog een mogelijkheid zijn om in elk geval die eerste subsidie wel te verlenen.

Help mee aan een betere wereld

    Word lid Doneer