Inbreng Ontwik­ke­lings­visie Eemsdelta


23 januari 2013

De ontwikkelingsvisie Eemsdelta 2030 wordt ons ter bespreking aangeboden met de vraag onze mening hierover te geven.

Wij hebben de stukken met interesse gelezen en zijn van mening dat ecologie en economie in zijn totaliteit wat ons betreft niet in balans zijn. Er wordt vooral gesproken over op welke manier de economie op het gebied van oa chemie en energie kan worden uitgebouwd. Hierbij zal meer rekening worden gehouden met de ecologie en getracht wordt natuur en milieu minder te belasten. Dit wordt een vergroenende economie genoemd.
Het mag u duidelijk zijn dat wij vergroening toejuichen - maar dan graag ook als doel op zichzelf en niet alleen als bijverdienste van een zich ontwikkelende economie.

De visie schetst een aantal mooie beelden voor 2030, die ook de PvdD kunnen bekoren: afscheid van fossiele brandstoffen, duurzame bedrijventerreinen, grootschalige windenergie, zonne-energie wordt steeds gewoner, scheepvaart op schonere brandstoffen. Maar volgens ons vraagt dit om veel scherpere keuzes en scherpere financiering. De visie lijkt te omarmen dat een groene economie de toekomst heeft, echter wij kunnen dit niet rijmen met een deel van de keuzes die nu gemaakt worden. Ik wil er een aantal uitlichten.

Wij missen vooralsnog concrete plannen, zoals hoe bijvoorbeeld het Eems Estuarium in gezonde staat wordt teruggebracht en andere directe acties die ondernomen gaan worden ten gunste van de ecologie in het Eemsdeltagebied, waaronder ook de Waddenkust behoort. Wanneer mogen we, in opvolging van deze visie, de eerste projectuitwerkingen verwachten? Worden er ook rechtstreekse investeringen voor natuurverbetering gedaan?

Wij zijn groot voorstander van verduurzaming van de land- en tuinbouw. Wij hopen dat er mogelijkheden zijn om vooral biologische land- en tuinbouw te stimuleren. In een ware kringlooplandbouw kan er als vanouds geoogst worden uit de natuurlijke hulpbronnen (p. 19) en zal de druk op het milieu afnemen. In de visie staat echter dat de economische structuur wordt versterkt door ruimte te bieden voor verduurzaming, verbreding maar ook schaalvergroting van de landbouw in het algemeen. Dit riekt naar grotere intensieve veehouderijen en grote koeienfabrieken.

Vergroting van landbouwblokken wordt mogelijk gemaakt met als enige eis dat het goed landschappelijk is in te passen in de omgeving, geen woord over dierenwelzijn, leefbaarheid en natuuraantasting. Ons inziens zou een werkelijk visionair project het inrichten van een zone met alleen maar biologische bedrijven zijn, waar geen kunstmest, geen bestrijdingsmiddelen, geen gentechzaden worden gebruikt, waar oog is voor de waterhuishouding en biodiversiteit.

Ook zijn er plannen voor optimaal ingerichte en verkavelde landbouwgronden - dat is funest voor biodiversiteit, immers alle landschapselementen die voor dieren en planten van waarde zijn verdwijnen hiermee. Het volstaat niet om her en der wat kleine natuurgebieden te versterken en op te pimpen, als al het omliggende land ronduit vijandig is voor dieren en natuur. Natuur drijft op verbindingen, waar soorten kunnen migreren. Dat vraagt om boom- en struiksingels, natuurlijke waterlopen, brede akkerranden, stepping stones in de vorm van bossen en plassen. Compensatie elders voor natuuraantasting is dan ook lang niet altijd een oplossing, je kan niet simpelweg alle natuur uit het ene gebied weghalen en anders weer proberen te maken, omdat hoe dan ook de natuur als geheel daardoor verarmt. Graag horen wij hoe de Gedeputeerde dit gaat inpassen in de plannen voor verdere opschaling van de landbouw en glastuinbouw.

Er zullen geen nieuwe kolencentrales meer worden toegestaan, en ook geen kerncentrales, met die toezegging zijn wij natuurlijk blij. Echter de huidige kolencentrale van RWE wordt wel afgebouwd als het aan de provincie ligt. Dit is een enorme investering in het bestendigen van fossiele energie. En laten we niet vergeten dat aardgas net zo goed een fossiele brandstof is, dus de keuze om wel nieuwe gascentrales toe te laten strookt niet met de ambitie om af te stappen van fossiele energie.
Het is schokkend dat in deze visie zonne-energie nog steeds als onrendabel wordt gepresenteerd. Consumenten zijn inmiddels goedkoper uit met zonne-energie dan met energie van het energiebedrijf! ,

Er wordt gesproken over het beperken van de toename van milieudruk. Wij zouden daar willen lezen: het zorgen voor een afname van milieudruk. Zo is de uitstoot van stikstof in de regio al aan haar max. De PAS lijkt een tot nu toe schier onmogelijke opgave, gezien de aanhoudende vertraging, dus extra alertheid is hier op zijn plaats. Voldoen aan de Europese wetgeving om de belasting op natuurgebieden tot onder de kritische depositiewaarden te brengen vergt een enorme reductie. Wij hopen dan ook dat in het in de visie aangekondigde regionale reductieplan stevige keuzes en hoge ambities gepresenteerd gaan worden.

Een verdere doelstelling is dat dankzij goede verbindingen over weg en spoor mensen hun werk goed met het openbaar vervoer kunnen bereiken. Op dit moment is het omgekeerde het geval, in ieder geval als het gaat over het openbaar vervoer. Het openbaar vervoer wordt in onze provincie uitgekleed in niet rendabele gebieden, waardoor de krimp ook in het Eemsdelta-gebied zal worden versterkt. Onze wens is dan ook dat het openbaar vervoer de aandacht zal blijven krijgen die het nodig heeft.

Deze visie roept ook een aantal vragen op. Er wordt gesproken over een op de Noordzee te ontwikkelen haveneiland. Welke impact heeft dit eiland op de natuur in de Noordzee?

Er wordt nog één nieuwe vaargeulverdieping toegestaan in de Eemsdollard, en daarna niet meer. Dus voorlopig verslechtert hiermee de situatie van het estuarium alleen maar - hoe wil men dit gaan opvangen?

In de visie is nog sprake van het aanwijzen van plaatsen voor ondergrondse opslag voor CO2, afkomstig uit de SVIR. Kunt u uitleggen wat hiermee bedoeld wordt?

Afsluitend: er staan zeker mooie intenties in deze visie. Maar als na paginalange mooie beelden eindelijk over de uitvoering gesproken wordt, wordt erkend dat er grote problemen kunnen ontstaan met betrekking tot de instandhoudingsdoelstellingen en de geluid-, licht-, en natuurkwaliteit. De mogelijke 'oplossingen' die worden aangedragen kunnen op vele manieren uitgelegd worden en roepen bij ons vooral alertheid op. Zo lezen wij over "Een aanpassing van de huidige regelgeving", "het experimenteren met regelluwe zone's" - om ook in de toekomst ontwikkelruimte te behouden.
Kan de gedeputeerde aangeven wat hiermee bedoeld wordt?

Help mee aan een betere wereld

    Word lid Doneer