Groninger ganzen­ak­koord


22 oktober 2014

Voorzitter,

De Partij voor de Dieren kan niet instemmen met het zinloos doden en schade toebrengen aan duizenden ganzen. Wij dragen daarom alternatieven aan voor het doodschieten van deze dieren om landbouwschade te beperken en zullen pleiten voor echte winterrust en zomerrustgebieden, ook in het belang van de agrariër, omdat je op deze wijze de dieren kunt concentreren. Afschot werkt namelijk niet om de populatie in te dammen en ook niet tegen landbouwschade.

Maar het had nog erger gekund. In de provincie Friesland is nog maar twee maanden winterrust, in plaats van de vier die hier wordt voorgesteld. En het is tenminste niet toegestaan de dieren te vangen en later te vergassen. Ook heeft de provincie een goede stap gezet met de proef met witte klaver en het zoeken naar alternatieven, echter met dit akkoord verlaat de provincie deze ingeslagen weg.

Om te beginnen wil de Partij voor de Dieren niet spreken over een ganzenakkoord. Aangezien in de nieuwe plannen de belangen van de ganzen, of hun belangenbehartigers, zoals de Dierenbescherming, niet vertegenwoordigd zijn, kan ook niet gesproken worden van een ganzenakkoord maar eerder van een ganzendictaat. Dit dictaat is voor ons niet acceptabel. Het eufemistische ‘bestrijden’ gedurende een groot deel van het jaar, ook in de fourageergebieden, is een grove schending van de Flora- en Faunawet, die stelt dat de provincie de taak heeft om in het wild levende dieren te beschermen. Dat er allerlei knutselwerkjes bedacht zijn om hier onderuit te komen, getuigt volgens ons van weinig respect voor de natuur en haar bewoners. Dat de ganzen notabene zelfs in de fourageergebieden, waar ze toch geacht worden te verblijven als een soort ‘uitgeprocedeerden-opvang’, hun leven niet zeker zijn, vinden wij volstrekt onbegrijpelijk.

Er is nog niet bekend hoe hoog de deelname in fourageergebieden zal zijn onder de nieuwe regels. Hier zal toch eerst duidelijkheid over moeten zijn voordat er nieuw ganzenbeleid wordt gemaakt. Indien niet iedereen deelneemt in fourageergebieden zal door de ontstane onrust het hele fourageergebied minder aantrekkelijk worden en zijn functie kunnen verliezen. Het is meer dan bekend dat als er rust heerst in een gebied, de ganzen er blijven zitten. Dus daar waar ganzen welkom zijn, moet je ze ook niet verstoren en niet willen bejagen. Dat er in de plannen gesproken wordt van winterrust is dus eigenlijk ook incorrect, er mag nog geschoten worden op percelen met kwetsbare gewassen.

Het schieten veroorzaakt immens dierenleed. Omdat er met hagel gejaagd wordt zijn veel ganzen niet direct dood. Of ze ontkomen gewond om vervolgens langzaam te creperen, of ze worden gewond door de jachthond naar de jager gesleurd. Die moet vaak de gans alsnog de nek omdraaien. Tussen de 20 en 35% van de ganzen die in Nederland verblijven heeft hagel in zijn lijf. Ik ben benieuwd of het college maar ook de andere partijen dit een acceptabele situatie vinden.

Wij zijn in ieder geval zeer teleurgesteld door het feit dat er nauwelijks sprake is van het zoeken naar een structurele oplossing. Al jaren wordt dezelfde ineffectieve weg van symptoombestrijding bewandeld. Agrariërs geven aan dat ze ondanks het afschot niet minder schade hebben (1) De populaties nemen niet af door afschot.

Het verhaal is zo helder: voedselaanbod is een bepalende factor voor populatieomvang. Het reduceren van aantallen heeft geen zin (2), de lege plekken worden meteen opgevuld. Door hogere overlevingskansen van de rest van de dieren in de populatie en door een hogere voedselreproductiesnelheid en migratie, heb je als je van de tien acht doodt, er zo weer acht bij. Dit is inmiddels in talloze veldonderzoeken bevestigd. De werkelijke oplossing is werken aan het niveau waarop er een stabiele populatie ontstaat. Dit vereist het beperken van het voedselaanbod, met name in de buurt van broed- en opgroeiplaatsen, en een andere inrichting van het landschap.

Zomerganzen. De Partij voor de Dieren is van mening dat er uitsluitend gansvriendelijke weringsmethoden gehanteerd mogen worden, en dat de rest van de schade geaccepteerd dient te worden. In Groningen zijn vorig jaar 316 zomerganzen en ruim 3000 overwinterende ganzen gedood. Een deel van de winterjacht valt nu weg, maar het is te verwachten dat het aantal gedode zomerganzen fors gaat toenemen. Waarom toch kiezen voor schieten, terwijl in onze provincie de problematiek beperkt is, namelijk 1750 euro in 2012 voor schade door zomerganzen en de schade vrij gemakkelijk op diervriendelijke wijze is op te lossen? Zo zouden de ganzen bijvoorbeeld alleen actief kunnen worden verjaagd en geweerd van de echt schadegevoelige percelen en worden gedoogd op overjarige graslanden. Ook kunnen er, analoog met Flevoland, rustgebieden voor zomerganzen worden ingesteld.

Alternatieven voor de jacht. Om de aantallen ganzen structureel te verlagen kunnen broed- en opgroeigebieden voor ganzen minder geschikt gemaakt worden. Een andere inrichting van weilanden, akkers en natte natuur, ganzenwerende rasters, moderne vogelverschrikkers die werken met licht of geluid. Met name de groene laser is erg effectief, en daarbij treedt geen gewenning op. Ook is er de oude en beproefde waakhond die ganzen van het weiland weg jaagt. Daarnaast moet er een einde komen aan de jacht op vossen. In het Verdronken Land van Saeftinghe wordt de ganzenpopulatie door vossen in toom gehouden en wordt een natuurlijk evenwicht bereikt (3)

Dat daardoor de weidevogelstand afneemt is al lang ontkracht. Zo zijn in de Oostvaardersplassen kieviten zeer succesvol. Vossen worden hier niet bejaagd, maar kiezen liever gans dan kievit op het menu. Ook de ganzenpopulatie zelf heeft géén negatief effect op weidevogels zoals uitvoerig onderzoek van Wageningen Universiteit aantoont (4)

De meeste schade voor boeren wordt veroorzaakt door ganzen die zich rond natte natuurgebieden ophouden. Dit zijn bij uitstek de gebieden waar diervriendelijke regulatie heel goed mogelijk is, zoals ruig grasland bij waterkant. Er zijn plannen om de buitendijkse gebieden in te richten voor bijvoorbeeld de brandgans, dit juichen wij natuurlijk toe. Maar dan is het niet geheel te voorkomen dat die ganzen ook af en toe over de dijk gaan snoepen van wintertarwe. Dat er een klein schadebedrag zal blijven moet geaccepteerd worden. De kosten die nu gemaakt worden voor de jacht kunnen dan prima in het schadefonds.

Dan wordt nog gesproken over het doden van de gedomesticeerde ganzen. Dat is volstrekt onnodig, het zijn er ongeveer 300 en de Dierenbescherming heeft aangegeven deze wel te willen vangen en er een plekje voor te zoeken. Graag een reactie hierop van de gedeputeerde. Nog een aantal vragen voor het College. De conclusies uit de pilot met witte klaver zijn nog steeds niet bekend, die worden eind dit jaar verwacht. Op welke wijze zullen die verwerkt worden, kunnen de plannen tussentijds aangepast worden? Verder horen wij graag van de gedeputeerde hoe de nog resterende €40.000 wordt besteed. Een laatste vraag, het akkoord besluit met te stellen dat indien “de gemiddelde schade hoger wordt dan het beschikbare budget, dan zullen partijen aanvullende maatregelen afspreken en uitvoeren om de schade te reduceren.” Dit klinkt erg dreigend, waar wordt dan aan gedacht?

Tweede termijn.

Zomerganzen mogen nu ook geschoten worden, deze hebben slechts voor 1700 euro schade aangericht in onze provincie. Dat bedrag staat toch in geen verhouding tot het mogen doden van honderden ganzen. Graag reactie van de gedeputeerde. Afschot werkt aantoonbaar niet, het blijft ons bevreemden dat daar dan toch weer op wordt teruggegrepen. Ook nog graag een reactie op het aanbod van de Dierenbescherming om de gedomesticeerde ganzen een plek te bieden.

Help mee aan een betere wereld

    Word lid Doneer