Bijdrage fonds­ver­sterking NOM


3 november 2021

Voorzitter,

De volgende passage uit de voordracht roept vraagtekens op, ik citeer: ‘Ondanks dat de NOM geen gebrek aan liquide middelen heeft, zien wij voldoende kansen om de middelen additioneel in te laten zetten door de NOM. De middelen kunnen een extra bijdrage leveren aan (onder andere) een groenere economie en de energietransitie en sluiten goed aan bij onze eigen (economische) doelstellingen.’ Volgens ons is ‘een bijdrage kunnen leveren aan’ een gemiste kans. Wat de PvdD betreft móeten de middelen een bijdrage leveren aan de vergroening/energietransitie. Uit de brief van de NOM (bijlage 3) blijkt dat het geld hiervoor slechts deels wordt ingezet .

Met het voorstel zoals het er nu ligt zal slechts een beperkt deel ten goede komen aan vergroening en de energietransitie. Is het college bereid er bij de NOM op aan te dringen dat bij elke gebruikmaking van deze extra middelen bindende eisen moeten worden gesteld aan verduurzaming/vergroening? Met andere woorden: Koppel de hulp één op één aan de verplichte afbouw van fossiele brandstoffen.