Bijdrage perspec­tiefnota 2023


22 juni 2022

Voorzitter,

Vorige week kwamen er twee alarmerende berichten in het nieuws.

Een groot aantal klimaatwetenschappers zegt er geen vertrouwen meer in te hebben, dat de opwarming van de aarde kan worden beperkt tot minder dan 2 graden (zoals afgesproken in het klimaatakkoord van Parijs).

Ook werd een grootschalig internationaal onderzoek gepubliceerd waarin gesteld wordt,
dat de dieren op onze aarde alleen nog te redden zijn als de halve wereld beschermd gebied zou gaan worden. Even in snelle vertaling naar onze provincie: monitoring toont aan dat het gros van de aangewezen Groninger soorten, vogelsoorten en insecten onverminderd achteruit keldert.

Tegen deze achtergrond doet de voorliggende Perspectiefnota 2023 alles behalve z’n naam eer aan.

Weliswaar worden in deze nota drie grote transitie-opgaven genoemd, namelijk: energie, gezondheid en landelijk gebied. En het college stelt wel heel makkelijk en optimistisch vast, dat ‘Groningen hiermee bijdraagt aan lokale, nationale en internationale opgaven, ofwel Wereldwijde vraagstukken, Groningse antwoorden’. De Partij voor de Dieren zou hier graag alle vertrouwen in hebben. Maar, het benoemen van een opgave is één, er naar handelen is twee. En helaas, de moed zinkt ons meteen al in te schoenen bij het lezen van de passage in de Perspectiefnota over het faciliteren door de provincie Groningen van het woningbouwplan Suikerzijde Noord van de gemeente Groningen.

Ik citeer: 'Bij de Suikerzijde is een knelpunt ontstaan rondom woningbouw en natuurwaarden, met als gevolg dat er veel juridische procedures aan de orde zijn en de relatie met natuurorganisaties onder spanning staat’. Onze fractie kan hier heel kort over zijn: met een beetje goede politieke wil had dit knelpunt tussen woningbouw en natuur makkelijk kunnen en dus óók moeten worden voorkomen! Een passend voorbeeld waar de provincie direct had kunnen bijdragen aan de transitie-opgaven.

Zo had met een wat andere, meer compacte inrichting van de nieuwe wijk hier zondermeer hetzelfde aantal woningen kunnen worden gebouwd. Het enige wat hiervoor nodig is, is de politieke moed om grenzen te stellen. En wel dat we heel zuinig moeten omgaan met onze schaarse ruimte.

Het is dan ook zeer betreurenswaardig, dat provincie en gemeente hierover niet serieus in gesprek zijn gegaan met de natuurorganisaties. Zij hebben één en andermaal constructieve voorstellen gedaan voor een échte natuurinclusieve woonwijk, d.w.z. een woonwijk met zo veel mogelijk behoud van bestaande natuur. Let wel, het gaat in dit voorbeeld dus niet om geen of minder woningbouw. Het gaat hier enkel en alleen om een goede inpassing van de benodigde woningen waarbij er voldoende natuur- en leefgebied voor dieren overblijft. Dit vraagt om een overheid die aan zo’n woningbouwplan duidelijke randvoorwaarden durft te verbinden én daarmee een grens aan de ontwikkeling van steeds maar meer-meer-meer of groter-groter-groter.

Vragen aan de gedeputeerde:

  1. Bent u bereid om alsnog serieus in gesprek te gaan met de natuurorganisaties om in ieder geval een deel van de voormalige vloeivelden én het unieke weidevogelgebied ‘Oude Held’ te beschermen?

  2. Bent u bereid om uw invloed aan te wenden bij de gemeente Groningen zodat zij opnieuw het gesprek aangaan met de natuurorganisaties?

De Partij voor de Dieren zou graag zien dat de provincie bij élk besluit, bij élk beleidsvoorstel, de transitieopgaven veel scherper voor ogen houdt en niet kiest voor gemak, voor goedkoop, voor maximaal economisch rendement, of voor de weg van de minste weerstand, maar de kaders die er écht toe laat doorwerken in haar beleid.