Bijdrage koers­do­cument provin­ciale omge­vings­visie


21 september 2022

Voorzitter,

De Partij voor de Dieren heeft werk gemaakt van het bestuderen van de Omgevingswet. uit deze nieuwe wet zou een Groninger Omgevingsvisie moeten vloeien die voldoet aan de kaders van deze wet.

Laat ik beginnen met de doelen van de wet.

Het Stelsel Omgevingswet heeft een tweeledige hoofddoelstelling, namelijk het ontwikkel- en het beschermingsdoel.

Voor het ontwikkeldoel is er eigenlijk weinig nieuws onder de zon, dit doel sluit naadloos aan op het jarenlange beleid voor ruimtelijke ordening, economie, mobiliteit, woningbouw, energie, welzijn etc. De grote uitdaging van de Omgevingswet is om serieus invulling te geven aan het beschermingsdoel, dat zich richt op de menselijke gezondheid, en op natuur en milieu met inbegrip van dierenwelzijn.

Het beschermingsdoel is gelijkwaardig is aan het ontwikkeldoel. De wet schrijft verder voor dat de Omgevingsvisie een samenhangend, integraal strategisch plan moet zijn. Doelen en ambities mogen in de Omgevingsvisie onderling niet tegenstrijdig met elkaar zijn. Zo horen in een Omgevingsvisie uitgangspunten te staan voor de manier waarop er met botsende ambities en belangen zal worden omgegaan.

En hier komt nog wat bij!

De Omgevingswet schrijft expliciet voor, dat in een Omgevingsvisie rekening moet worden gehouden met een vijftal (milieu)beginselen, zoals het voorzorgs- en preventiebeginsel. Kort gezegd wordt hiermee bedoelt dat bij allerlei activiteiten stelselmatig wordt stilgestaan bij de vraag hoe negatieve gevolgen voor de menselijke gezondheid én voor het milieu, planten en dieren kunnen worden voorkomen.

Voorzitter, mijn fractie is van mening dat we de wet en daarmee dus ook de hierin opgenomen (milieu)beginselen serieus moeten nemen: deze zullen dus moeten worden betrokken bij de voorbereiding van de Omgevingsvisie.

Vraag aan het college: bent u dit met ons eens?

Het mag duidelijk zijn dat deze beginselen niet vrijblijvend zijn. Ze zullen systematisch aan de orde moeten komen in de Omgevingsvisie. Als schot voor de boeg hierbij alvast wat voorbeelden vanuit mijn fractie:

  1. De beginselen nopen ons om veel meer werk te maken van energiebesparing, een zuinig ruimtegebruik, consuminderen, vasthouden gebiedseigen water/verhoging waterpeil, minder mobiliteit, een actief herstel van biodiversiteit etc.
  2. Een bronaanpak voor stikstof kan maar één ding betekenen, namelijk stoppen met de grootschalige input van stikstof uit krachtvoer en kunstmest.
  3. En meer in het algemeen: als het gaat om de grote milieu- en natuurbelasting door de landbouw wijzen de beginselen maar in één richting, namelijk de eiwittransitie!
  4. Preventie en gezondheid betekent al snel een verbod op intensieve geitenhouderijen;
  5. Een echte keus voor preventie betekent logischerwijs het einde van de gas- én zoutwinning in onze provincie.
  6. Verder betekent preventie in onze optiek een ogenblikkelijk einde aan de plezierjacht.
  7. Het voorzorgbeginsel in relatie tot dierenwelzijn betekent bijv. het stimuleren van schuilstallen.
  8. En preventie betekent bij verkeersveiligheid dat je veel sterker moet inzetten op snelheidsverlaging in plaats van het kappen van bomen langs de weg of het verlenen van een afschotvergunning voor reeën.
  9. En misschien kan bijv. de fractie van GroenLinks uitleggen hoe het beginsel ‘de vervuiler betaalt’ te rijmen valt met de grote geldstromen van de provincie naar vliegveld Eelde?

Voorzitter, onze generatie heeft te kampen met een samenloop van verschillende crises. Al deze crises en problemen zijn ontstaan en/of worden verergerd doordat onze ontwikkeldoelen (economische groei, landbouw, mobiliteit, etc.) bijna altijd in meer of mindere mate op gespannen voet staan met het beschermingsdoel. Als er iets duidelijk is, is het wel dat we met ons beleid voor de fysieke omgeving niet zomaar op dezelfde voet kunnen doorgaan.

Toch creëert het Koersdocument een beeld dat we kunnen blijven doorgaan op dezelfde voet. Een paar voorbeelden.

In hoofdstuk 3 staat dat de focus is gericht op brede welvaart. En op blz. 47 lezen we bijvoorbeeld: ‘Afwenteling van problemen in ruimtelijke zin en op komende generaties voorkomen we’. Onze fractie hoort dan ook graag hóe afwenteling zal worden voorkomen en hóe het streven naar materiële welvaart niet langer ten koste zal gaan van natuur, milieu en dierenwelzijn, in het hier en nu én later en elders.

Voorzitter, dit Koersdocument is zwaar onder de maat.

Een Omgevingsvisie op basis van dit Koersdocument zal niet eens aan de basale wettelijke eisen voldoen, zo wordt er nu met geen woord gerept over de voorgeschreven beginselen. Dit Koersdocument is een optelsom van allerlei beleidsdoelen, waarbij de spanning of tegenstrijdigheden tussen beleidsdoelen onbenoemd blijven of met wat mooie volzinnen worden weggeschreven. Met dit Koersdocument zal het beschermingsdoel er in de Omgevingsvisie heel bekaaid vanaf komen.

Een visie zonder duidelijke keuzes verdient niet de kwalificatie ‘visie’. Dit geldt helemaal voor een Omgevingsvisie waarin we de doelen vastleggen voor 2035 met het oog op 2050. Voor ons als Provinciale Staten is er nauwelijks een belangrijker onderwerp te vinden, dan de komende Omgevingsvisie. Aan ons de taak en verantwoordelijkheid om in deze visie de juiste keuzes te gaan maken, óók als pijnlijke keuzes nodig zijn.

Mijn fractie zal daarom een motie indienen waarin het college wordt opgeroepen zijn huiswerk over te doen.