Bijdrage IPO Kader­brief 2023


18 mei 2022

Voorzitter,

Het Interprovinciaal Overleg behartigt de gezamenlijke belangen van de provincies in 'Den Haag' en 'Brussel'. Dat staat op de website van het IPO. Maar wat zijn nou eigenlijk die gezamenlijke belangen? Onze fractie heeft juist het idee dat het IPO zich helemaal niet voor het belang van onze provincie inzet; sterker nog, het pleit voor bijvoorbeeld belangen die industrie en boeren hebben. Particuliere belangen in plaats van maatschappelijke belangen. Volgens de Partij voor de Dieren is de totstandkoming van die belangen in bestuurlijke overleggen ook niet transparant genoeg.

Hoe denkt dit college de bestuurlijke overleggen transparant te maken richting Provinciale Staten? Zou het college een voorstel op papier willen zetten om de inzet van onze provincie, en de inhoud en uitkomst van de bestuurlijke overleggen met de Staten te delen? Als de Staten het college hier scherper kunnen controleren kunnen we ook meer sturing geven daar waar wij dit nodig achten. Plus dat we beter inzicht krijgen of IPO in onze ogen werkelijk bijdraagt aan die doelen die voor ons belangrijk zijn. Het is, zoals het er nu voorstaat, moeilijk om nut en noodzaak in te schatten.

Wat betreft lobby richting Den Haag en Brussel om middelen los te weken, het vergaren van feitelijke kennis, het bewerkstelligen van innovatie en ontwikkeling, daar mag provincie Groningen wat onze fractie betreft zeker haar bijdrage aan doen.

Afsluitend een korte opmerking over de vermeende tientallen miljoenen euro’s schade die zou kunnen optreden als de haas en het konijn definitief van de wildlijst worden gehaald. Het is treurig dat het IPO zich van dit soort dreigtaal bedient. Wordt hier gehint op het regelen van een provinciale ontheffing voor haas en konijn? De FBE Groningen stelt dat zowel hazen als konijnen, ook als beheer uitblijft, slechts incidenteel voor schade zullen zorgen. Er werden zo’n 1700 hazen per jaar gedood en officieel maar enkele konijnen. Wij vertrouwen er op dat er geen sprake kan zijn van een eventuele provinciale ontheffing als de werkelijke schade niet in kaart is gebracht.