Algemene beschou­wingen voor­jaarsnota


25 juni 2014

Voorzitter,

Geboren in Friesland, in Joure, kwam in na een minder geslaagd intermezzo in Amsterdam, op negentienjarige leeftijd in de stad Groningen om te studeren. Sindsdien heb ik mij hier meer thuis gevoeld dan waar dan ook en ben ik nooit meer weggegaan. Ik houd van Groningen. Van Stad en ommeland, van het land en van de zee, van de mensen en de dieren.

Ik sta hier mede omdat ik wil bijdragen aan een mooie toekomst voor Groningen waar het voor onze kinderen en alle volgende generaties fijn, gezond en veilig leven is. Waar we kunnen genieten van natuur, dieren kunnen zien in bos, water en ’t veld. Waar mensen kunnen werken en wonen zonder daarmee de aarde te overbelasten. Een toekomst waar bevrediging van onze materiële behoeften geen wissel trekt op het land, water en de lucht , met spaarzaam gebruik van wat de natuur ons te bieden heeft zonder roofbouw te plegen. Een Groningen waar de natuur en haar dierlijke bewoners de ruimte krijgen om te herstellen van wat er is weggenomen en vernield. Waar wij onze energie halen uit de onuitputtelijke zon, wind en waterkracht, zodat kolen en gas tot het verleden gaan behoren.

Die toekomst is geen ver-van-mijn-bed show, maar ligt in het hier en nu. De beslissingen die wij in deze Staten nemen, bepalen deels hoe Groningen er vandaag, morgen en in de verdere toekomst voorstaat. Wat er hier in de Staten besloten wordt over landbouw, energie, natuurontwikkeling, wegen en vervoer, om maar een paar zaken te noemen, geeft vorm aan onze provincie. Maar onze beslissingen gaan verder dan de provinciale grenzen behelzen. En helaas moet ik constateren dat de huidige provinciale koers geen vertrouwen biedt dat er keuzes gemaakt worden die ook de lange termijn voldoende bewaken. Denk aan de bloedkolen die in de centrale in Eemshaven worden opgestookt. Denk aan de soja die al die Groningse koeien wegkauwen, waardoor voormalige Braziliaanse oerbosbewoners nu gedwongen zijn als slaaf op plantages te werken. Ik wil vandaag, tijdens deze algemene beschouwingen, u wat meer vertellen over de mondiale gevolgen van de intensieve veehouderij. En over andere verbanden tussen Brazilië en Nederland.

Brazilie is het land waar op dit moment het WK wordt gehouden. Brazilië herbergt ook het Amazonegebied, ’s werelds grootste regenwoud. Niet alleen dit oerwoud, maar praktisch alle oerwouden ter wereld staan onder druk door de groei van de wereldbevolking en ons voedselpatroon, waarbij dierlijke eiwitten in steeds meer landen een groter deel van de maaltijd uitmaken. Om ons vee te voeren wordt er veevoersoja geïmporteerd en voor het verbouwen daarvan wordt op grote schaal regenwoud gekapt. Dit leidt in bijvoorbeeld Zuid-Amerika tot ontbossing van onvervangbare natuurgebieden, waardoor het leven van vele unieke planten- en diersoorten bedreigd wordt. Er zijn al heel veel soorten uitgestorven en een dalende biodiversiteit kan leiden tot in elkaar zakkende ecosystemen. Een voorbeeld daarvan is natuurlijk China, waar op grote schaal akkerbouwproducten met de hand bestoven moeten worden, omdat er geen bijen meer zijn om dat te doen. Sojaplantages leiden ook tot gedwongen landonteigening van de lokale bevolking, die oorspronkelijk in de gebieden leefde waar nu soja verbouwd wordt. Die lokale bevolking, van wie vaak op criminele wijze het land wordt ontnomen, leidt honger, want hun land dat eerst gebruikt werd voor hun eigen voedselvoorziening wordt nu ook gebruikt voor het verbouwen van soja. Rondom deze immense sojaplantages leiden mensen aan gezondheidsproblemen door het overmatig gebruik van landbouwgif. Soja wordt door genetische manipulatie resistent gemaakt tegen landbouwgif, zodat er lekker veel gespoten kan worden zonder dat de plant dood gaat. Gevolgen voor mens, dier en natuur zijn desastreus. De eenzijdige beplanting, ellenlange monoculturen, putten de grond uit. Waardoor weer verdere ontginning nodig is. Dit is ook de praktijk hier in Groningen, gezien er nu ook mensen zijn die gezondheidsklachten krijgen door gifgebruik op akkers.

Het doorbreken van de kringloop van grond-veevoer-dier-mest-grond leidt ertoe dat we hier in Nederland weer met een enorm mestoverschot zitten waardoor grond en drinkwater verzuren. Eutrofiëring van het water is het gevolg, te voedselrijk water, waardoor blauwalg ontstaat. Een bedreiging van ontspanning en recreatie in onze provincie, omdat blauwalg gevaarlijk is en zwemwater ontoegankelijk maakt voor mens en dier.

Terug naar de provincie. De landbouw koerst onder invloed van harde economische wetten af op een steeds verdergaande schaalvergroting. Dit is volgens ons een doodlopende weg. Ondanks het mooie zinnetje “Wij willen koploper worden in de moderne, duurzame landbouw”, dat te pas en te onpas opduikt, is de balans tussen landbouw, omgeving en natuur ver te zoeken. Nu al is het aantal melkkoeien op het gemiddelde Groningse bedrijf meer dan in de rest van Nederland. De grote veehouders nemen alvast een voorschot op volgend jaar, overschrijden massaal het melkquotum en nemen de heffing voor lief. De koeienbevolking van Groningen stijgt exponentieel, maar de dieren krijgen het niet beter. Integendeel. Op megabedrijven worden zij nog verder gereduceerd tot een melkmachine, waar met ingenieuze berekeningen wordt bepaald hoeveel krachtvoer en medicijnen er in gaat en hoeveel stikstof en fosfor er uitgepoept wordt, wanneer er geïnsemineerd en gekalfd moet worden, en wanneer dit melkmachientje lang voor haar natuurlijke levensverwachting vervangen moet worden omdat er een paar liter melk te weinig uitkomt. Haar meest basale natuurlijke behoefte, al grazend haar voedsel bijeenzoeken, wordt ontzegd. Een rubbermat of schuurborstel hier en daar om de boel wat op te leuken, maar het dier heeft een dieronwaardig leven. Er wordt een Groninger Verdienmodel op losgelaten met wat toeters en bellen, maar zolang dit model geen serieus werk maakt van dierenwelzijn, en zelfs weidegang geen absolute voorwaarde is, valt er voor de dieren weinig te verdienen.

Ondertussen kunnen wij in de begroting voor 2015 alvast middelen gaan reserveren om een hele grote kuil te kunnen laten graven. Die melkplas moeten we toch ergens kwijt als blijkt dat de Groningse koeien toch wel erg veel concurrentie krijgen van andere koeien die ook allemaal de wereld van zuivel moeten voorzien.

Er stoppen elke dag een paar kleine veehouders, die de ratrace naar de bodem niet meer bij kunnen of willen bijbenen. De agrarische taart wordt al lang niet meer eerlijk verdeeld. Met de kruimels die overblijven als de grote jongens voorbij gedenderd zijn, kan je geen familie voeden. Dat is toch het tegenovergestelde van de door het College gepropageerde sociaal-economische vitalisering van het platteland? Graag een reactie van het college hierop.

Ondertussen verdwijnt de natuur onder een steeds dikker wordende deken van stikstof, en moeten wij er steeds meer geld tegenaan gooien om de planten en dieren die voorgoed dreigen te verdwijnen uit Groningen nog te kunnen behouden. Want die dalende biodiversiteit is niet alleen in Brazilië aan de orde, maar ook in Nederland: we hebben nog slechts zo’n 16% van de soorten dieren en planten over vergeleken met honderd jaar geleden. Een gevolg van met name ruilverkaveling en verlaging van de grondwaterstand, maar ook het gebruik van gif in de landbouw en monoculturen. Het Wereld Natuur Fonds gaf onlangs te kennen dat er een deltaplan voor biodiversiteit in Nederland moet komen, willen diverse vogelsoorten niet definitief van onze akkers verdwijnen. De weidevogels bijvoorbeeld, alhoewel hun flexibiliteit ook weer niet onderschat moet worden getuige de kop van een artikeltje over verlaten schepen in Groningse havens: als er grutto’s op nestelen, worden ze niet meer opgehaald.

Middels provinciale meefinanciering worden talloze projecten in de landbouw meegefinancierd. Veel geld gaat naar aardappels, biogas uit mest, een pluimveeproject. Hiermee wordt indirect dierenleed, verdere aantasting van de biodiversiteit en gebruik van landbouwgif gefinancierd. Maar in de lijsten in de voorjaarsnota zijn geen projecten te vinden die de biologische of biologisch-dynamische landbouw stimuleren. Het kan zijn dat er geen of weinig aanvragen binnenkomen, maar ligt er dan geen uitgesproken taak om de financieringsmogelijkheden beter onder de aandacht te brengen bij de sectoren die een wérkelijk duurzame landbouw kunnen bewerkstelligen?

Hier willen wij graag een motie over indienen.

In de biologische landbouw wordt bijvoorbeeld geen kunstmest gebruikt, zodat er minder risico is op blauwalg. Ook worden er bij biologische akkerbouw alleen afbreekbare gifsoorten gebruikt, als ze al worden gebruikt en ook dat is beter voor de waterkwaliteit. Nieuws van 5 juni: Volgens het Nationaal Park Drentsche Aa loopt het beekdal als bron voor drinkwater gevaar, omdat er teveel, meer dan het geweest is, gewasbeschermings- en bestrijdingsmiddelen inzitten – vergif dus.

Er wordt voorgesteld om 6 miljoen vrij te maken onder andere door middelen uit de reserves te onttrekken. Het PLG2 moet een half miljoen inleveren. Wij vinden het moeilijk daarmee in te stemmen. Deze gelden zijn hard nodig om in te zetten voor natuur en biodiversiteit in het landelijk gebied, zoals voor de natuurgebiedjes en bossen die buiten de EHS vallen maar wel ecologisch van belang zijn. Samen met GroenLinks dienen wij de motie in, die GL zojuist aan u heeft gepresenteerd.

Dierenwelzijn is helaas alweer nergens onderwerp van het financieel beleid. Dieren worden slechts genoemd in de context van schade en bestrijding. Plaagdieren. Lastige dieren. Slechts één keer wordt melding gemaakt van het feit dat Groningen leefbaar moet zijn voor mens, dier en natuur (p. 91). Groningen wordt echter steeds minder leefbaar voor dieren. Dieren in veehouderij verworden tot instrumenten in uitdijende veefabrieken. Dieren in het wild moeten in postzegeltjesnatuur zien te overleven, en als zij zich daarbuiten wagen worden zij neergeschoten. De dierenwelzijnsnotitie, waar de PvdD om had gevraagd, telde drie kantjes. En jagers kregen meer ruimte om “valwild” dood te schieten. Waar we wel blij mee zijn is de serieuze manier waarop gedeputeerde Staghouwer bezig is met ons voorstel Bijzaken. Een compliment is op zijn plek.

We gaan weer terug naar Brazilië. Daar wordt niet alleen nu het WK gehouden, maar worden in 2016 ook de Olympische Spelen gehouden. Een voorwaarde voor toewijzing aan Brazilië was het schoonmaken van de baai van Guanabara. Deze baai is vervuild met plastic en andersoortig afval, een gevolg van het lozen op riviertjes door de vele sloppenbewoners. De baai is één van de bronnen van de Plastic Soup, een plastic brij van twee maal de Verenigde Staten groot die ronddrijft in de Stille Oceaan, bijeengehouden door zeestromingen. Het plastic wordt geloosd door de industrie, door offshore industrie, schepen en visserij of stroomt via rivieren en kanalen de zee in. Het valt uiteen in kleine deeltjes, waaraan zich zware metalen aan hechten, wordt opgegeten door vissen en vogels en dringt zo onze voedselketen binnen. Groningen is gezegend met een lange kustlijn grenzend aan de unieke Waddenzee. Het Wad is een thuis voor talloze bijzondere dier- en plantensoorten. Bij de provincie horen drie onbewoonde eilanden. Onze Groningse eilanden Simonszand en Rottummerplaat werden onlangs voor het eerst getrakteerd op een laag plastic soep, scherven en korrels. Plastic soup, waardoor de vogels nu in plaats van zeediertjes kleine plastickorrels consumeren. Dagelijks spoelt er plastic aan op de Waddeneilanden, maar het is voor het eerst dat er in grote hoeveelheden microplastics aanspoelen. De situatie is al langer dermate ernstig dat er in de magen van dode zeedieren en vogels vaak grote hoeveelheden plastic worden aangetroffen: de dieren zijn dan verhongerd. Wij zijn ook hierom blij dat de provincie zich, op initiatief van de Partij voor de Dieren schaliegaswinningsvrij heeft verklaard. Van schaliegas kun je namelijk heel goedkoop plastic maken. In de Verenigde Staten worden nieuwe fabrieken uit de grond gestampt waar dit gebeurt. De gevolgen zijn natuurlijk desastreus: nog meer goedkope plastic wegwerpproducten die uiteindelijk in de zee belanden en plastic dat duurzame materialen verdringt. Het is de hoogste tijd dat de gevaren van plastic onderkend worden, dus wij zijn blij dat de provincie haar steentje bijdraagt door projecten om plastic te vervangen door biologisch afbreekbare materialen te ondersteunen, zoals het Beets to Bioplastics project. Wij denken er nog over na of de provincie op andere manieren mee kan werken aan de strijd tegen de Plastic Soep, zoals bijvoorbeeld educatie. Ook in onze provincie wordt scheutig met plastic omgegaan: denk aan de grote lappen plastic die waren neergelegd als voorbehoedmiddel voor de Noordse sterns bij de Eemshaven.

Ook het Lupine project vinden wij een nuttige besteding, alhoewel wij het veel breder bekijken dan alleen als voedsel voor de ouder wordende mens. Van lupine worden geweldige vleesvervangers gemaakt, en inmiddels is eenieder er van doordrongen dat minder vlees consumeren de oplossing is voor heel veel problemen op de wereld.

Ook uit deze voorjaarsnota blijkt weer dat de provincie veel geld uitgeeft om ondernemers aan economisch gewin uit de zee te helpen. Vele tonnen subsidies voor de visserij en de visserij-infrastructuur. Zo werd er onlangs nog anderhalve ton aan de ontwikkeling van een garnalencentrum toegekend. Maar dit zijn wel dezelfde garnalenvissers die proberen in beschermde gebieden van de Waddenzee te mogen vissen. Dus indirect subsidieert de provincie verdere aantasting van de natuur, dat vinden wij volslagen onacceptabel. Daarom dienen wij de volgende motie in.

Wie wil dat er in de toekomst ook nog gevist kan worden zal moeten investeren in herstel van de visstand. In plaats van de marges opzoeken van wat er nog geoogst kan worden zou het doel een schone Waddenzee moeten zijn, die bruist van het leven. Investeer eens een keer in de vissen, in plaats van alleen in de vissers. Die garnalenvissers klaagden over de kleine vangst van de laatste tijd. En opvallend: de garnalen zijn zo klein. Schijnt te komen door de grote hoeveelheid kwallen in de Noordzee, meer dan vroeger, die het zuurstof van de garnaaltjes inpikken. En dat is weer een gevolg van het feit dat de gemiddelde temperatuur stijgt als gevolg van de klimaatverandering, die weer geweten wordt aan de broeikasgassen, waarvan de veeindustrie de voornaamste bron vormt. Maar terug naar de zee: die kwallen zijn er ook zoveel doordat hun natuurlijke vijanden zoals tonijn zijn verdwenen. Gevolg van de visserij.

Als laatste het thema energie, na dit letterlijk bewogen afgelopen jaar. Een deel van de financieel verslechterende situatie heeft te maken met de 45 miljoen die bij de gascompensatiegelden moet worden gelegd. Veel geld, maar dit biedt ook kansen. De Partij voor de Dieren vindt dat alle schade door de bevingen zo snel mogelijk moet worden gecompenseerd en dat er met de hoogste prioriteit gewerkt moet worden aan het definitief dichtdraaien van de gaskraan. Daarom zijn wij van mening dat van die 1,1 miljard compensatiegelden een substantieel deel terecht moet komen bij de sectoren die Groningen aan een gasvrije toekomst kunnen helpen. Het Economic Board krijgt veel middelen tot haar beschikking. Nu is er een prachtige kans om een enorme financiële impuls te geven aan hernieuwbare energie en daarmee ook werkgelegenheid te creëren. Dat is pas echt economisch perspectief voor de toekomst, en maakt dat de gaskraan zo snel mogelijk dicht kan en Groningen vrij van aardbevingen wordt. We kunnen in 15 jaar aardgasonafhankelijk worden. Iedereen is in ijltempo aangesloten toen de gasbel werd gevonden, dat kan ook andersom. Als de politieke wil er is. En die moet er zijn. Mensen voelen zich niet meer veilig in hun huis. Het gaat niet alleen om scheuren in de muur, het gaat om niet meer kunnen slapen.

Hier willen wij graag een motie over indienen, waarin wij GS oproepen bij de verdeling van de gascompensatiegelden de voorkeur te geven aan projecten op het gebied van hernieuwbare energie en dit in te brengen in de De oprukkende globalisering zorgt ervoor dat ons leven sterk vervlochten is met dat van andere wereldbewoners. Dat geldt op het gebied van veiligheid, van klimaat, van financiële stabiliteit, migratie, energie en voedselzekerheidbesprekingen van de Dialoogtafel en het Economic Board. (Motie is aangehouden tot na zomerreces)

Een beschouwelijk einde. Het zijn grote problemen, die wij in Grunn niet zomaar even kunnen oplossen. Maar het wordt wel tijd dat we ons de vraag stellen, hoe we dat dan gaan doen. Hoe we dat tij gaan keren. Huub Dijstelbloem, medewerker Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid en wetenschapsfilosoof aan de UvA, zegt het zo: Technologische innovatie en schaalvergroting gekoppeld aan de uitbreiding van markten genereren een ongekende dynamiek. De negatieve gevolgen zijn duidelijk: broeikasgassen en uitputting van water, natuurlijke hulpbronnen en schaarse grondstoffen tasten het voortbestaan van natuurlijke systemen aan en bedreigen de sociale stabiliteit. Ook de Verenigde Naties waarschuwden onlangs voor vluchtelingenstromen als gevolg van de klimaatverandering. Dijstelbloem vraagt zich af: welke manieren staan ons ter beschikking om tot een ontvlechting te komen van economie, technologie en bestuur? Hoe is het mogelijk ruimte te scheppen voor meer zelfbeheer en zeggenschap over collectieve goederen en meer vormgeving na te streven van technologie en industrie? Marjan Minnesma, directeur van Stichting Urgenda, gaat verder: zij zegt, het gaat erom dat we op basis van andere waarden gaan handelen. Niet méér winst, meer consumptie, méér bouw en een grotere auto. Op je sterfbed, zegt zij, gaat het om liefde, vriendschap en schoonheid – niet over de auto’s die je hebt gehad, of hoeveel winst je hebt gemaakt. Hoe maken we die omslag? Minnesma vraagt zich af of rampen de enige manier zijn om een radicale verandering mogelijk te maken.

Voorzitter, het oplossen van deze vraagstukken is de richting waarin we het schip moeten keren. En dat is niet eenvoudig.. Maar het lijkt me duidelijk dat de transitie van een inefficiënt voedselpatroon dat gericht is op dierlijke eiwitten zal moeten wijken voor meer plantaardige voeding. Dat betekent uiteraard dat de provincie geen intensieve veehouderij en onduurzame visserij moet faciliteren. Voor de Partij voor de Dieren betekent dat ook het integreren van een planeetbreed perspectief in provinciaal beleid. Ik wil pleiten voor mondiaal burgerschap.

Wij stemmen niet in met de voorjaarsnota en de wijzigingen, omdat de balans tussen ecologie en economie te ver te zoeken is.

Tot zover voorzitter.

[

Help mee aan een betere wereld

    Word lid Doneer