Algemene Beschou­wingen bij Voor­jaarsnota


26 juni 2007

Provinciale Staten
27 juni 2007

Onderwerp: Algemene Beschouwingen bij Voorjaarsnota

Voorzitter,

Ik wil tijdens deze Algemene Beschouwingen mijn betoog beginnen met een paar algemeen beschouwende woorden. De Partij voor de Dieren pleit voor een duurzame omgang met onze leefomgeving en mededogen jegens de allerzwaksten in onze samenleving. En dat zijn nog steeds zaken die in het collegeprogramma, en daarmee helaas ook in de Voorjaarsnota, ontbreken. Er wordt op geen enkele manier aandacht aan geschonken aan de bescherming van dieren en het verbeteren van dierenwelzijn. Ook wordt er maar beperkt aandacht geschonken aan natuurbescherming, het behoud van het landschap en duurzaamheid. Het is moreel onacceptabel dat de mens de natuur zo intensief exploiteert dat hierdoor de leefomstandigheden op aarde dramatisch veranderen en de biotoop van de mens en andere levensvormen verslechtert, kleiner wordt of zelfs verdwijnt. Toekomstige generaties zullen met de gevolgen hiervan nog meer geconfronteerd worden dan de huidige generatie. Het is daarom van groot belang dat de mens zichzelf aanzienlijke ecologische beperkingen oplegt. Die
dienen gericht te zijn op het reduceren van het gebruik van ruimte, grondstoffen, energie, planten en
zeker ook dieren. Dit verwachten wij ook van de provincie.

Voorzitter, allereerst de muskusratten. Er zijn weinig voorbeelden waar zoveel geld ondoordacht in het
water wordt gegooid als bij de bestrijding van de muskusratten. Inspelend op angstgevoelens is een
bestrijdingsapparaat gegroeid dat een belang en een doel op zichzelf is geworden. Het is ook wel
duidelijk waaraan de muskusrat het te danken heeft dat er zo’n hoge prijs op zijn hoofd staat. Het
begint al bij de naam van de dieren. Op de menukaart heten ze ‘waterkonijn’, in de bontwinkel heten
ze ‘bisam’ en als het gaat om bestrijding heten ze gewoon ‘rat’. Datzelfde geldt overigens voor de
moerasbever. Toen de moerasbever ontsnapte uit de bontindustrie en men eigenlijk vond dat hij
bestreden moest worden, werd ook zijn naam omgedoopt tot “beverrat”. Beide dieren zijn echter niet verwant met de rat. De muskusrat is verwant met de woelmuis. De beverrat is verwant met
cavia’s en stekelvarkens. Maar het zal u niet verbazen dat het verzuipen van cavia’s en stekelvarkens
niet zo makkelijk geaccepteerd zou worden als het verzuipen van een rat.

Op geen enkele manier is de schade die daadwerkelijk door muskusratten ontstaat, geïnventariseerd en gekwantificeerd en of de kosten van de bestrijding opwegen tegen deze schade die voorkomen wordt. Of die voorkomen wordt, is niet duidelijk. Het is niet gebaseerd op deugdelijk wetenschappelijk onderzoek, maar gebaseerd op een natte vinger in de lucht. Zo hoor je niet met dieren om te gaan en zo hoor je niet met gemeenschapsgeld om te gaan. De huidige wijze van muskusrattenbestrijding lost het probleem niet op en kost de samenleving handenvol geld. Toch zien we dat ook in 2007 de Begroting wordt bijgesteld met bijna € 140.000 extra voor de kosten van de muskusrattenbestrijding. Gezien de discussie die wij op de Dag van de Verantwoording hebben gevoerd, ga ik ervan uit, dat dit extra substantiële geldbedrag wordt uitgetrokken naar onderzoek voor alternatieve en preventieve maatregelen om schade door muskusratten te voorkomen. Ik zou graag van de gedeputeerde willen horen of dat correct is. De Partij voor de Dieren zal hierover met een uitgewerkt voorstel komen.

Voorzitter, in de Voorjaarsnota kunnen we lezen dat de provincie onvoldoende middelen heeft voor het landschap, voor de natuurkwaliteit van het landelijk gebied en voor landschapsontwikkeling en -herstel. Dit is zorgelijk. De provincie heeft het geld wat hiervoor nodig was uitgegeven om Rijks- en Europees geld binnen te halen en het is nog niet duidelijk of daar ook weer geld voor terugkomt. Maar wat doen we als het Rijk er geen geld bij doet? De ambities van de provincie zijn hoog, dat is ook noodzakelijk. De Ecologische Hoofdstructuur is van levensbelang voor de instandhouding van de flora- en fauna. Wij zijn van mening, dat het realiseren van de EHS de hoogst mogelijke prioriteit moet krijgen, ook als de
rijksbijdrage achterwege blijft. De provincie heeft hiervoor een eigen verantwoordelijkheid en zou
hiervoor expliciet geld moeten reserveren in de Begroting. Is het college daartoe bereid?

De provincie heeft een eigen verantwoordelijkheid op het gebied van landschap, natuur en dieren! De provincie hoort zich niet te verschuilen achter de burger, zoals vorige week in de commissie Omgeving en Milieu is gebeurd bij het vuurwerkdebat; de provincie hoort zich niet te verschuilen achter het Rijk, zoals is gebeurd bij de foerageergebieden voor ganzen of, in dit geval, het geld voor het landschap en de natuur. ‘

Eigen verantwoordelijkheid voor het landschap is van belang. Het Natuur en Milieu Planbureau heeft aangegeven dat schaalvergroting in de landbouw de komende jaren alleen maar zal leiden tot een nog meer monotoon landschap in heel Nederland. Het Groninger landschap is meer waard! Het Groninger landschap is bijzonder en daar moeten we trots op zijn, niet alleen als we kijken naar landschappen zoals het Middag Humsterland, het Zuidelijk Westerkwartier, maar ook cultuurlandschappen zoals het Oldambt en de Veenkoloniën. Wij zijn erg benieuwd naar het antwoord van het College op het stuk dat is aangedragen door de werkgroep Oldambt om het Oldambt aan te wijzen als beschermd landschapsgezicht.

Ten slotte wil ik nog iets zeggen over innovatie. Voorzitter, de provincie trekt veel geld uit voor innovatie;
innovatie op energiegebied en innovatie in de agrarische sector. Op zich is dat mooi. In het verleden
hebben veel onderzoeksprogramma’s met betrekking tot agrarische vernieuwing echter geleid tot
slechtere leefomstandigheden voor dieren en grote nadelige gevolgen voor natuur en milieu. Want wie
denkt dat de uitgave van dit geld wordt getoetst op dierenwelzijns- en omgevingscriteria, heeft het
veelal mis. Zo kunnen onderzoeken en actieprogramma’s die een slechter dierenwelzijn als resultaat
hebben, jarenlang worden gesubsidieerd met gemeenschapsgeld. Ik noem bijvoorbeeld programma’s
met aansprekende namen die ook in de Voorjaarsnota staan als “alternatieve verwerking
slachtproducten en puur dierlijke olie”. Alle onderzoeks- en actieprogramma’s zouden volgens de
Partij voor de Dieren daarom getoetst moeten worden op dierenwelzijns- en omgevingscriteria, maar
ook zeker op het gebied van duurzaamheid. Is het college bereid om deze toetsing in te bouwen?

Ten slotte, voorzitter, wil ik nog iets zeggen over het faunabeheer. Helaas is de toegezegde
evaluatie van het Faunabeheerplan nog niet aan de Staten toegezonden. Dat is jammer. Aan het
begin van dit jaar is een conceptevaluatie van het Faunabeheerplan aan verschillende
maatschappelijke organisaties verstuurd. Op basis van deze conceptevaluatie maakt de Partij voor
de Dieren zich echter ernstig zorgen over de toekomst van de in het wild levende dieren in Groningen.
Aangezien er inmiddels al weer de nodige tijd is verstreken sinds de conceptevaluatie naar
maatschappelijke organisaties is verstuurd, verwachten wij dan ook dat de commentaren en reacties
van deze organisaties zijn verwerkt in het definitieve stuk zoals die naar de Staten wordt
gestuurd. Zeker ook de reactie van faunabeschermers en dierenbeschermers zouden wat ons betreft
moeten worden meegenomen in deze definitieve evaluatie. Dat houdt onder meer in dat er ook geld
zou moeten worden gereserveerd voor onderzoek naar alternatieven en preventieve middelen en
initiatieven die boeren hiertoe aanzetten om deze ook te gebruiken. De dieren hebben er recht op.

Voorzitter, de intensieve veehouderij is niet alleen slecht voor de dieren, maar is ook niet goed voor mensen. Er is een grote relatie tussen intensieve veehouderijen en de MRSA-bacterie in ziekenhuizen, zoals in Delfzijl en Stadskanaal. Uit onderzoek blijkt dat de MRSA-bacterie voorkomt bij 39% van de slachtvarkens in Nederland. Ook blijkt een kwart van de varkenshouders besmet te zijn met de MRSA-bacterie. 2,5% van al het varkensvlees dat in de winkels ligt, is besmet met de MRSA-bacterie. Het welzijn van dieren is niet in geld uit te drukken, maar wanneer we alle maatschappelijke kosten meerekenen – inclusief de bestrijding van dierziektes, zoals vogelgriep en varkenspest, inclusief de milieuvervuiling en inclusief de zorgkosten van de MRSA-bacterie en andere resistente bacteriën – wordt de intensieve veehouderij onbetaalbaar. Wij begrijpen daarom niet waarom de bijdrage in de Begroting voor stimulering van biologische landbouw gekort is en daarentegen nog wel allerlei maatregelen voor de intensieve veehouderij en stimulering daarvan zijn opgenomen. Wij roepen het College op om de
ook de maatschappelijke kosten van de intensieve veehouderij in de Begroting op te nemen en de bijdrage voor biologische landbouw te verhogen.

Help mee aan een betere wereld

    Word lid Doneer