Akkoord herstel van vertrouwen, vertrouwen in herstel (gaswin­nings­ak­koord)


10 december 2014

Voorzitter, de Partij voor de Dieren wil iets zeggen over aanscherping van het akkoord, over de gaskraan en de bewijslast bij schade.

We bespreken nu de uitvoering van dit akkoord. En dat gaat niet snel genoeg. Het loopt niet goed met zaken als preventieve versterking en schadevergoeding. Dat moet anders. Het is goed om statenbreed te laten zien dat wij vinden dat het anders moet, daarom hebben wij voornoemde motie ook gesteund. De PvdD staat voorts op het standpunt dat mensen die hun huis al een tijdlang te koop hebben, moeten worden uitgekocht door de NAM voor een billijke prijs. Dat dit tot versterking van de krimp zou leiden is nog maar afwachten en bovendien: de belangen van het individu mogen niet opgeofferd worden voor het bredere belang. Daarnaast willen wij een omkering van de bewijslast: de NAM moet voor de kosten opdraaien, maar laat de overheid de zorgen overnemen van de burgers, door te zorgen voor onafhankelijke vaststeling van de schade en financiering van herstel. En als de NAM van mening is dat de schade niet het gevolg is van aardgaswinning mag zij dat bewijzen in plaats van de burger.

Maar zelfs als er meer spoed achter reparaties wordt gezet, zal dit de grootste problemen in de regio niet oplossen. Die problemen hebben namelijk niet alleen te maken met het helen van scheuren in de muur, die problemen hebben meer te maken met de wetenschap dat als die ene scheur is geheeld, er morgen weer een andere kan zijn ontstaan. Het is de angst voor aardbevingen, de onzekerheid ten aanzien van wat nog komt, de kinderen die met nachtmerries ‘s nachts wakker worden. Dat is het fundamentele probleem en dat is maar op één manier op te lossen, namelijk door de gaskraan dicht te draaien, conform het advies van het Staatstoezicht op de Mijnen.

Wij delven in Nederland ongeveer 80 miljard kuub aardgas, wij verbruiken zelf 40 en de rest wordt uitgevoerd. Je zou zeggen, een flinke financiële aderlating voor de staat, maar in principe moet het kunnen. Toen wij dit laatst noemden in de commissie zei gedeputeerde Moorlag: de kachels zouden in Duitsland uitgaan. En de gevolgen, ook al zouden we voldoende aardgas overhouden, zouden maatschappij ontwrichtend zijn. Maar in hoeverre zijn de aardbevingen niet maatschappij ontwrichtend? Huizen storten in, mensen moeten gedwongen verhuizen, slapen in versterkte schuurtjes, er ontstaan fanatieke actieclubs en het aantal mensen met psychische problemen stijgt.

Die kraan moet dicht. En het is goed om je te realiseren dat Nederland in de jaren 60 in no time werd aangesloten op aardgas. In datzelfde tempo kunnen we het grootste deel van de woningvoorraad en gebouwen zoals scholen en ziekenhuizen los koppelen van het aardgasnet en energieneutraal maken. Dat kan technisch, met smart grids, isolatie, warmtepompen en zonne-energie. In zo’n vijftien jaar tijd kan industrie en gebouwde omgeving aardgasvrij worden, maar dat vraagt onder andere om een upgrading van het huidige energieakkoord, want dat voorziet in nog 50 jaar aardgasgebruik. En stoppen met delven is natuurlijk het mislopen van aardgasbaten. De Partij voor de Dieren is van mnening dat de resterende aardgasbaten moeten worden ingezet voor een snelle energietransitie. In hoeverre wil het college deze boodschap van een snelle energietransitie naar het kabinet overbrengen?

Graag een reactie van de gedeputeerde.

Help mee aan een betere wereld

    Word lid Doneer