Opinie­ar­tikel Anja Hazekamp in Dagblad van het Noorden - Klimaat­pro­bleem ligt op ons bord


12 december 2009

Groningen, 12 december 2009 - In een opinieartikel in het Dagblad van het Noorden wijst Anja Hazekamp, fractievoorzitter van de Partij voor de Dieren, vandaag op de relatie tussen vlees en het klimaat. Hieronder volgt het artikel.


KLIMAATPROBLEEM LIGT OP ONS BORD

Momenteel breken veel regeringsleiders in Kopenhagen zich het hoofd over het oplossen van het klimaatprobleem. Maar is het eigenlijk wel zo ingewikkeld om dit probleem aan te pakken? Volgens de Partij voor de Dieren kan het terugbrengen van de uitstoot van broeikasgassen goedkoop en effectief worden bereikt, wanneer we vaker het lapje vlees laten staan.

Als je in de winkels kijkt, dan lijkt er geen klimaat- of kredietcrisis te zijn. Dure, exclusieve goederen prijken in de etalage. In de supermarkten staan de rollades, biefstukken, kalkoenen en gourmetschotels mooi uitgestald en worden klanten gelokt met prachtige aanbiedingen. En dat is opmerkelijk. Want vlees is het meest milieubelastende onderdeel van onze voeding. Voor de productie van één kilo vlees is zeven kilo graan nodig en tienduizenden liters zoet water. Daarnaast verdwijnt bijna de helft van álle granen die we in de wereld produceren in de magen van kippen, kalkoenen, koeien en varkens. Al dat graan had rechtstreeks gebruikt kunnen worden om mensen te voeden. En bovendien zorgt de veehouderij voor de uitstoot van achttien procent van alle broeikasgassen wereldwijd. Dat is veertig procent meer uitstoot dan alle verkeer en vervoer in de wereld bij elkaar. *

Wie een paar dagen per week geen vlees eet, spaart het klimaat daarmee meer dan met het vervangen van gloeilampen door spaarlampen of het schrappen van een vliegreisje. Als je dit allebei doet, is het klimaat natuurlijk nog beter af.

De veehouderij is verantwoordelijk voor achttien procent van de wereldwijde uitstoot van broeikasgassen. Dat is meer dan alle auto’s, vrachtwagens, vliegtuigen, schepen en treinen bij elkaar, die samen dertien procent uitstoot voor hun rekening nemen. Een Nederlandse koe stoot jaarlijks net zoveel broeikasgassen uit als 70.000 autokilometers. Een vegetariër in een benzineslurpende Hummer is daarmee beter voor het klimaat dan een vleeseter op de fiets.

Wanneer iedereen in Nederland slechts één dag in de week geen vlees zou eten, zou dat al een aanzienlijk verschil maken voor het klimaat. Alle klimaatdoelstellingen van de Nederlandse regering voor huishoudens zouden in één klap zijn gerealiseerd. Die ene dag zonder vlees zou tweemaal zoveel opleveren als het vervangen van alle Nederlands gloeilampen door spaarlampen. Serveren we 3 dagen per week een vleesloze maaltijd, dan kunnen we een besparing realiseren gelijk aan het van de weg halen van 3 miljoen auto’s. Als we op alle doordeweekse dagen het vlees laten staan, levert dat net zoveel besparing op als 32 miljoen keer heen en weer vliegen van Amsterdam naar Nice. En wanneer iedereen vegetariër zou worden in Nederland, dan besparen we meer dan het totale aardgasverbruik voor de verwarming van onze huizen en het warme water voor douche, bad en keuken.

We hoeven dus niet te wachten op de klimaattop in Kopenhagen. We kunnen direct grote stappen zetten om het klimaatprobleem op te lossen.

De enorme vleesconsumptie in het westen is niet alleen een van de hoofdoorzaken voor de klimaatcrisis, maar is ook mede veroorzaker van vele andere mondiale problemen. De productie van één kilo rood vlees kost net zoveel water als nodig gemiddeld nodig is om twee jaar lang dagelijks te douchen. Maar liefst 80% van het landbouwareaal wordt gebruikt voor de veehouderij. Onze biefstuk concurreert met tien borden graan. Bijna de helft van de wereldgraanvoorraad verdwijnt in de magen van landbouwdieren, ook in landen waar mensen zelf honger hebben. Sinds vorig jaar gaan er wereldwijd meer mensen dood aan overgewicht dan aan honger. Zeventig procent van de kap van het tropisch regenwoud hangt direct samen met de veeteelt. De gigantische hoeveelheid mest die door de miljarden landbouwdieren wordt geproduceerd leidt tot grootschalige vervuiling van bodem, water en lucht. En dan laten we het gevaar van voor de mens besmettelijke dierziekten zoals de Q-koorts en de omstandigheden waaronder dieren moeten leven in de bio-industrie nog buiten beschouwing. Mes en vork zijn de machtigste wapens om al deze problemen te bestrijden.

Juist in de decembermaand staan veel mensen stil bij grote maatschappelijke problemen. De kerstgedachte lijkt echter verdwenen als we het kerstmenu samenstellen. In december wordt er zelfs
ruim 2,2 miljoen kilo meer vlees gegeten dan in andere maanden, voornamelijk tijdens de kerstdagen. De meeste dieren op ons bord zijn afkomstig uit grote veefabrieken, waar ze onder erbarmelijke omstandigheden opgroeien. Voor een aanzienlijk deel worden ze ook nog eens onbedwelmd geslacht. Kerst is daarmee een offerfeest geworden waarbij massaal dieren worden geofferd op het altaar van onze consumptiemaatschappij.

Lekkere trek laten zegevieren boven mededogen met hongerende mensen, dieren, natuur en het klimaat getuigt van groot egoïsme. We kunnen allemaal een hapje helpen om grote maatschappelijke problemen beheersbaar te maken en er tegelijk in culinair opzicht fors op vooruit te gaan. Eet smakelijk!

* Alle gegevens in dit artikel zijn terug te zien in de Nederlandse klimaatfilm 'Meat the Truth', waarin de bijdrage van de veehouderij aan het klimaatprobleem te zien is (www.meatthetruth.nl).

Blijf op de hoogte van het laatste nieuws

    Abonneer op de nieuwsbrief