Klimaat­ver­an­dering vraagt om betere bescherming weide­dieren


13 augustus 2021

In de twee voorbije zomers hadden dieren zwaar te lijden van de hitte. Deze relatief koele zomer is een meevaller voor bijvoorbeeld schapen in open weilanden en op dijken. De meest recente klimaatprognoses voorspellen echter meer hete en droge zomers, waar niet alleen mensen maar ook dieren aan overgeleverd gaan worden. Oververhitting bij dieren is een probleem dat al lang speelt, en de urgentie om het aan te pakken wordt alleen maar groter. Wie is hier aan zet?

Samenvattend zijn de dieren slachtoffer van gemakzucht en/of beperkende of ontoereikende regelgeving. De eigenaar van de dieren is natuurlijk eerst verantwoordelijke om het welzijn van zijn dieren te bewaken. Dieren op een dierwaardige manier houden kost geld en tijd, maar niet elke eigenaar is bereid te investeren. Ook lopen eigenaren vaak tegen regelgeving aan van gemeenten en provincie.

In theorie is het verboden om dieren te laten creperen in de hitte. Zowel de Wet Dieren als het daaraan gelieerde Uitvoeringsbesluit houders van dieren schrijft voor dat dieren bescherming moet worden geboden tegen slechte weersomstandigheden, als hitte, maar ook kou, storm en hagel. Het is alleen erg makkelijk om deze wet te ontduiken, want gecontroleerd wordt er nauwelijks.

Qua regelgeving moet onderscheid gemaakt worden tussen hobbymatig en bedrijfsmatig gehouden dieren. Kleine schuilstallen voor hobbydieren worden onder provinciale regels toegestaan, maar de beslissingsbevoegdheid ligt bij de gemeenten. In de praktijk blijkt dat zij het vaak verbieden, om verrommeling tegen te gaan. Dierhouders die hun verantwoordelijkheid nemen lossen dit op door een verrijdbare kar of hok te plaatsen, of zorgen voor beplanting, wat vaak een prima oplossing is voor kleine groepen dieren.

Voor bedrijfsmatig gehouden dieren gelden andere mores, en hier worden vooral schapen de dupe van. De provinciale regels staan geen schuilstallen buiten het agrarisch bouwperceel toe zonder omgevingsvergunning. Maar schapen grazen meestal in weilanden, op dijken of in natuurgebieden ver van het bedrijf van de eigenaar, en worden regelmatig naar andere percelen verplaatst. Gemeenten zijn niet happig op het verlenen van de vereiste vergunning voor permanente schuilstallen, omdat het de openheid van het landschap zou aantasten. Ons inziens moet dierenwelzijn áltijd leidend zijn, anders moet je geen dieren houden. Er zijn genoeg oplossingen die het landschap niet aantasten of zelfs verrijken. Tijdelijke schaduw kan, ook voor grote kuddes, gerealiseerd worden met verrijdbare schuilstallen, schuiltenten en -hutten. Deze mogen zonder vergunning worden geplaatst, zolang ze maar niet langer dan een maand blijven staan. Hiermee kan je de meeste hittegolven overbruggen. Dit vraagt echter om de eerder genoemde daadkracht van de eigenaar.

Een nog betere oplossing is het aanplanten van hagen, struiken en bomen, waar schapen schaduw en beschutting vinden. Goed voor het landschap en de biodiversiteit, goed voor de dieren. Op dijken is dit meestal geen optie, daar zal dus de schapeneigenaar, in overleg met de grondeigenaar en de gemeente, naar passende oplossingen moeten zoeken. Het waterschap heeft de dieren graag op de dijken voor het onderhoud van het gras, maar moet dan ook meewerken aan een oplossing tegen hittestress.

Dieren beschermen tegen extremere weersomstandigheden vraagt om actie op verschillende vlakken:

1. Diereigenaren neem uw verantwoordelijkheid! Een dier is geen verdienmodel, maar een levend wezen waar u zo goed mogelijk voor moet zorgen.

2. Gemeenten moeten verplicht een dierwaardige schuilstalregeling opnemen in hun bestemmingsplannen.

3. Regelverruiming bij provincies, maak dierenwelzijn leidend en groene oplossingen in het landschap mogelijk.

4. Meer en strengere controle door BOA’s en andere handhavers op naleving van de regels voor dierenwelzijn.

5. Als laatste een oproep aan het publiek: maak melding van oververhitte dieren zonder schaduw, bij gemeente of het meldpunt NVWA.