Jaar­re­kening 2006 (Dag van Verant­woording)


22 mei 2007

Provinciale Staten
23 mei 2007

Onderwerp: Jaarrekening 2006 (Dag van Verantwoording)


Voorzitter,

De Partij voor de Dieren staat voor mededogen en duurzaamheid. Dat is beter voor mens, dier, natuur en milieu. Het afgelopen jaar is er veel werk verricht door het College op die punten. Onze complimenten daarvoor. Toch zijn er nog een paar zaken waar wij een aantal opmerkingen over willen maken.

Ik wil beginnen met de muskusratten. De manier waarop we in Nederland muskusratten doden is een van de meest wrede dodingsmethoden ter wereld. Het is bovendien onzinnig, omdat het niet effectief is. Door het bestrijden van muskusratten neemt het aantal dieren niet af en de schade wordt ook niet minder. Integendeel, elk jaar wordt de bestrijding intensiever. Elk jaar komen er meer bestrijders en wordt er meer geld uitgetrokken. En dat terwijl uit onderzoek blijkt dat wanneer de bestrijding van muskusratten minder intensief is of zelfs wordt stopgezet, de populatie meestal niet groeit. In die gevallen waar de populatie wel is toegenomen, is de schade echter niet toegenomen. We
zien dat in de landen om ons heen en we hebben dat ook gezien tijdens de MKZ-crisis, waarbij gedurende een aantal maanden in ons land geen enkele muskusrat werd gedood. Dat heeft niet geleid tot meer muskusratten en dat heeft niet geleid tot meer schade.

De gedeputeerde heeft tijdens de vergadering van de commissie Omgeving en Milieu toegezegd dat hij bereid is om andere effectieve methoden in te zetten om schade door muskusratten te voorkomen. De Partij voor de Dieren zullen deze effectieve methoden bij hem onder de aandacht brengen en we zullen hem aan zijn beloften houden. In de provincie Groningen kost het doden van muskusratten € 82,00 per rat. Dit is een aanzienlijk bedrag dat ook anders kan worden ingezet, zeker omdat het doel wreed en onzinnig is.

Voorzitter, dan de intensieve veehouderij. De fabrieksmatige veehouderij heeft grote gevolgen voor het dierenwelzijn, het landschap en de leefbaarheid op het platteland. Sinds de discussie over POP-2 is gestart, is ons door het College verzekerd dat er geen intensieve veehouderij bij zou komen in de provincie, vanwege verscherpte milieuregels. In de jaren ’90 kon de milieuwetgeving een roze en witte invasie (varkens en kippen) in Groningen echter niet voorkomen. En ook nu kan de milieuwetgeving dat niet. Er zijn wel veranderingen in milieuwetgeving geweest, maar dat zijn geen verbeteringen of aanscherpingen geweest. De Wet Ammoniak en Veehouderij, de stankwetgeving en het stelsel van mestrechten zijn allemaal versoepeld de afgelopen jaren. De beloften die zijn gedaan komen niet overeen met wat er in de praktijk te zien is. De intensieve veehouderij, met name kippen en varkens is zelfs een van de snelst groeiende sectoren in onze provincie.

Naar aanleiding van vragen hierover bij de commissie Omgeving en Milieu zei gedeputeerde Calon echter onomwonden dat het nooit de bedoeling is geweest om de vestiging van de intensieve veehouderij te beperken en dat hij ook bij het nieuwe POP niet van plan is om dat te doen. Sterker nog, er wordt gestreefd naar clustering van varkens en koeienfabrieken. De Partij voor de Dieren is daar erg van geschrokken.

Gedeputeerde Staten blijft maar praten over definities en woorden; wat is een nieuw bedrijf, wat is grootschalig en wat is een invasie? De gedeputeerde spreekt van een roze invasie, wanneer er sprake is van vele nieuwe stallen op hetzelfde moment op dezelfde plaats, zoals in de jaren ’90 in Ommelanderwijk. Nu komen de bouwaanvragen niet tegelijkertijd. Ze komen één voor één. Het eindresultaat is echter hetzelfde. Dit woordenspel van Gedeputeerde Staten is volgens de Partij voor de Dieren vooral bedoeld om de inwoners van Groningen een rad voor ogen te draaien. En de dieren worden daar de dupe van.

Daarom zouden wij graag van de gedeputeerde antwoord willen op de volgende vragen.

Kunt u een overzicht geven van het aantal intensieve veehouderijbedrijven in deze provincie, met name ook van het aantal dat er de laatste anderhalf jaar is bijgekomen? Dan kunnen we zien of we allemaal hetzelfde verstaan onder ‘nieuwe vestigingen’.

Kunt u een aangeven welke milieuregels zijn verscherpt sinds de inwerkingtreding van POP-1 en POP-2?

Kunt u aangeven hoeveel gebieden zijn aangewezen in de provincie Groningen als verzuringsgevoelig gebied in het kader van de Wet Ammoniak en Veehouderij?

Kunt u aangeven wat u bedoelt met clustering van intensieve veehouderij en waar dat plaats moet vinden?

Voorzitter, tot slot wil ik nog ingaan op de Ecologische Hoofdstructuur. Er zijn een aantal problemen binnen de Ecologische Hoofdstructuur. Binnen de Ecologische Hoofdstructuur gelegen gebieden kunnen namelijk ook percelen liggen die onder particulier of argarisch natuurbeheer vallen en een agrarische hoofdfunctie hebben. Het waterpeilbeheer kan daardoor in het hele gebied gefrustreerd worden. Voorbeelden hiervan zijn het Reitdiep, de Koningslaagte en de Ruiten Aa. Als er geen maatregelen genomen worden, dan blijft dit probleem zich ook na 2018 voordoen.

Daarom zouden wij graag van de gedeputeerde willen vernemen of het College van GS bereid is om te inventariseren wat de effecten zijn van agrarisch en particulier natuurbeheer binnen de reservaatgebieden en of zij oplossingen kan aandragen voor nadelige effecten op bijvoorbeeld het waterpeilbeheer.

Help mee aan een betere wereld

    Word lid Doneer