Dieren­wel­zijn­brief


24 april 2013

Voorzitter, mensen houden van dieren. Mensen houden van dieren op uiteenlopende manieren. Sommigen houden dieren. Sommigen fokken dieren. Sommigen eten dieren. Sommigen melken dieren. Sommigen melken dieren volledig uit. Sommigen misbruiken dieren. Sommigen mishandelen dieren. En voorzitter, de oordelen en veroordelingen over onze omgang met dieren lopen zeer uiteen. En daarom heeft de overheid de taak op zich genomen om een algemeen kader te maken over hoe wij dieren moeten behandelen. Er zijn verschillende wetten en beleidsnota’s gemaakt over dieren. En voorzitter, een belangrijk uitgangspunt daarbij was de erkenning van de intrinsieke waarde van dieren. Een belangrijk begrip in dierenbeschermingsland. Daarbuiten iets minder gangbaar. Daarom een kleine toelichting.

Zoals ik zojuist al schetste weten mensen over het algemeen wat de gebruikswaarde en het nut van dieren is. Of juist de schadelijkheid van een dier. Maar voorzitter, dieren hebben ook een eigen waarde. Los van hun nut of schadelijkheid voor de mens. En die eigenwaarde, daar kunnen we niet zonder meer aan voorbij gaan. Het staat in verschillende Europese verdragen, het verdrag van Amsterdam, het verdrag van Lissabon. daarin staat dieren zijn wezens met (bewustzijn en) gevoel. En het staat in verschillende nationale nota’s en wetten opgenomen. En wat betekent dat in de praktijk? Dat we ons realiseren dat we een verantwoordelijkheid hebben naar dieren, en dat we daar ook naar handelen. En voorzitter, het lijkt ons mooi om dit moment te markeren, Dit moment, waarop we een nieuw college hebben, en een nieuwe gedeputeerde dierenwelzijn. Daarom dienen we de volgende motie in samen met GroenLinks

MOTIE intrinsieke waarde

Dat zou een mooi uitgangspunt voor de provincie zijn, om bijvoorbeeld op te nemen in een nieuw addendum bij het collegeakkoord.

Voorzitter, net als in de commissie willen we onze dubbele reactie noemen. Blijdschap; eindelijk een overzicht van de plannen en ambities op dierenwelzijngebied, en onze teleurstelling; het is wel erg mager en nergens concreet. We lezen op dit moment ook wel over dierenwelzijn in provinciale brieven, zoals bijvoorbeeld de brief over dierenwelzijn die nu besproken wordt. Maar daar staat ook in dat de provincie nauwelijks bevoegdheden heeft, en ook geen ambities heeft op terrein van dierenwelzijn. En dat is erg jammer. Want, voorzitter, tot nu toe is het alleen nog maar bij mooie woorden gebleven. Er wordt wel over dierenwelzijn gesproken, maar er zijn nog geen concrete resultaten op het gebied van dierenwelzijn behaald. Laat staan dat dit punt op een meetbare, aanvaardbare of realistische manier is uitgewerkt. Wij vragen daarom nogmaals aan de Gedeputeerde om nu echt werk te gaan maken van dierenwelzijn.

Voorzitter, we delen de mening van het College niet dat de provincie nauwelijks bevoegdheden heeft op het terrein van dierenwelzijn. Natuurlijk mag de provincie geen regels afspreken die strenger zijn dan die van de rijksoverheid. Maar voorzitter, de provincie heeft wel degelijk een taak. De provincie is verantwoordelijk voor het beleid t.a.v. ruimtelijke plannen, zoals veestallen. De provincie is bevoegd gezag als het gaat om jacht en ook het natuurbeleid is een kerntaak van de provincie. Allemaal zaken die rechtstreeks de belangen van dieren raken. Binnen en buiten die terreinen is veel mogelijk. De universiteit van Wageningen heeft dit op verzoek van de provincie Noord-Holland in kaart gebracht. Een goed idee van de provincie. De onderzoekers kwamen met een breed scala aan mogelijkheden om op provinciaal niveau dierenwelzijn te verbeteren. Ik som enkele mogelijkheden op.

- De ontheffingen voor afschot van dieren tegen licht houden? Hoe staat het daarmee? Wanneer kunnen we een nieuw voorstel voor het faunabeleid verwachten?

- Onderzoeken naar alternatieve vormen van schadebestrijding aan gewassen ten gevolge van in het wild levende dieren. Wij zijn blij met het ganzenproject. zitten er nog andere projecten in de pijplijn?

Voorzitter, soms lijkt de intentie van het college goed, maar de uitwerking niet. Denk bijvoorbeeld aan de in het nieuwe collegeakkoord genoemde diervriendelijke, duurzame intensieve veehouderij. Een onmogelijke combinatie. Maar wat wordt daar in de praktijk mee bedoeld door het college? Welke maatregelen horen daarbij, welk budget, welke afrekenbare inspanningen worden gedaan? Om u alvast op weg te helpen dienen wij de volgende motie in, waarin dierenwelzijn een plekje krijgt in de landbouwdialoog.

Motie Dierencoalitie meenemen in dialoog over duurzame landbouw

Voorzitter, in de commissievergadering zei Gedeputeerde Moorlag dat het college geen andere ambities had op het gebied van dierenwelzijn dan in de brief al werden genoemd. Deelt de nieuwe Gedeputeerde dierenwelzijn deze visie en is dat ook nog steeds de ambitie - of beter het gebrek daaraan- van het nieuwe College?

In de commissie is uitvoerig stilgestaan bij reeën. De reeënopvang in Sellingen, die financiële steun krijgt van de provincie. Een goede zaak. Hier kom ik zo nog even op terug. Maar we hoorden ook de roep van verschillende partijen om de mogelijkheden van jagers te verruimen om gewonde reeën dood te kunnen schieten. Opmerkelijk! Enerzijds omdat er grote maatschappelijke weerstand is tegen het afschieten van dieren. Met één uitzondering, daar waar er sprake is van uitzichtloos en ernstig lijden. Dan wordt soms wel geaccepteerd dat een dier snel uit z'n lijden moet worden verlost. En de provincie heeft daar al op ingespeeld door dit in de ontheffing voor reeën op te nemen.

Verruiming van deze mogelijkheden is onnodig en onwenselijk. Ik zal dat toelichten. In 2002 is er met de inwerkingtreding van de Flora- en faunawet het in bezit hebben van inheems dieren verboden. met uitzondering van zieke en gewonde dieren, die mocht men naar een daartoe bevoegde instantie vervoeren. Nadat bleek dat heel veel jagers en stropers met geschoten dode reeën en andere hoefdieren door het land reden - “goh, hij is net overleden”, is de mogelijkheid beperkt en moest er juist voor deze dieren vooraf aan de politie gemeld worden dat het dier was aangereden, en naar welke dierenarts of opvangcentrum het dier vervoerd zou gaan worden.

Om nieuwe mogelijkheden voor misbruik te voorkomen, willen wij de volgende motie indienen.

Motie jagers zijn geen dierenartsen

Een ander verschijnsel langs wegen zijn jachthutten. In toenemende mate zien we zonder bouwvergunning opgerichte jachthutten verschijnen in Groningen. Ook langs zeer drukke autowegen en snelwegen. Jacht, in welke vorm dan ook kan een gevaar opleveren voor de verkeersveiligheid. Dieren die direct in doodsangst de weg opvluchten. Tot enkele dagen daarna zal migratie optreden door vrijgevallen territoria en veranderde populatiesamenstelling.

De gedeputeerde gaf aan dat hij bereid was om hierover te praten met andere wegbeheerders en betrokkenen. We gaan er van uit dat de gedeputeerde inderdaad gaat praten met andere partijen zoals Rijkswaterstaat, de Faunabeheereenheid en met gemeenten om deze locaties in kaart te brengen en ervoor te zorgen dat de nodige maatregelen getroffen worden om de veiligheid voor mens en dier te vergroten.

Motie jachthutten

Voorzitter, versnippering door wegen en achterblijven van maatregelen voor verbinding van natuurgebieden (beiden provinciale taken) veroorzaakt problemen voor in het wild levende dieren. De provincie heeft er daarom goed aan gedaan om de reeënopvang te helpen. Maar er is geen hulp voor andere diersoorten. Er werd heel makkelijk aangegeven dat daar de dierenambulances voor zijn. Maar wie betaalt dat? Dierenambulances vervoeren veel meer dieren dan alleen reeën. Dieren die onze hulp hard nodig hebben. Wie betaalt de opvang van vogels, vleermuizen, egels, eekhoorns en al die andere in het wild levende dieren? Wij vinden dat de provincie ook voor deze dieren iets moet doen.

Het aantal in het wild levende dieren dat in Groningse opvangcentra wordt geholpen is in 5 jaar tijd meer dan verdubbeld. En daarom maken ook de dierenambulances veel meer kilometers dan vroeger. Bijkomend verschijnsel is het kwaliteitsprotocol van het ministerie van Economische Zaken, waardoor veel extra kosten moeten worden gemaakt. De dieren hebben te lijden onder het verdwijnen van natuurgebieden en het aanleggen van wegen. Wij vinden dat wanneer het overheidsbeleid nadelige gevolgen heeft voor dieren in de provincie, dan zou de overheid op z’n minst een deel van de kosten daarvan moeten dragen. Daarom dienen wij de volgende motie in.

Motie financiële regeling dierenopvang

Voorzitter, ik wil mijn betoog afsluiten door dierenwelzijn in historisch perspectief te plaatsen. In de tweede helft van de 19e begonnen mensen zich zorgen te maken over dierenwelzijn. In de eerste wettelijke bepalingen tegen dierenmishandeling uit 1886, was echter niet de bescherming van het

dier zelf het uitgangspunt, maar de kwetsing van de zedelijke gevoelens van mensen. Het duurde ruim een eeuw voordat dit veranderd was. In 1981 verschenen Nota Rijksoverheid en Dierenbescherming waarin deze zedelijkheidsgrondslag verlaten. Vanaf dat moment vormde de intrinsieke waarde het uitgangspunt van het regeringsbeleid ten aanzien van de bescherming van dieren. Hierna volgden de wet op de dierproeven, de Gezondheids- en Welzijnswet voor Dieren en de Wet Dieren, Dat men ook met betrekking tot de in het wild levende dieren uitgaat van deze eigen waarde van de dieren blijkt uit de considerans van de Flora- en Faunawet (2002), waar de intrinsieke waarde wordt erkend.

Laten we daarom niet terug gaan naar de houding uit de 19e eeuw, en niet alleen dieren beschermen omdat we moeten of omdat hun verblijven niet in het landschap passen. Niet allen omdat het gevraagd wordt, maar omdat we het zelf willen en kunnen, omdat het beschermen van dieren vanzelfsprekend is. Gewoon, omdat ze het waard zijn

Dank u wel.

Help mee aan een betere wereld

    Word lid Doneer