Vraag

25 jun. 2026

Vragen over Omgevingsvergunning voor flora- en fauna-activiteit

Groningen, 25 juni 2026

Schriftelijke vragen van de Partij voor de Dieren aan Gedeputeerde Staten over de Omgevingsvergunning voor flora- en fauna-activiteit beheergebied van Waterschap H&A in Groningen en Drenthe 

Geachte voorzitter,

Op 17-06-2026 heeft de provincie Groningen bovengenoemde vergunning afgegeven. Deze vergunning geeft het Waterschap toestemming tot het opzettelijk doden, en het opzettelijk vernielen, beschadigen of wegnemen van nesten, rustplaatsen of eieren van alle wilde vogels en van alle wilde Europees beschermde dieren en planten. In de vergunning lezen wij niets over een voorafgaand ecologisch onderzoek. De aanvraag betreft een afwijking van de gangbare gedragscode. Voor de noodzaak hiervan wordt verwezen naar het voorkomen van belangrijke schade aan gewassen, vee, bossen , visserij of wateren, en het zorgen voor een veilig , leefbaar en bewoonbaar Nederland, zijnde van publiek algemeen belang. Er wordt een alternatievenafweging gegeven, maar hier is geen sprake van ecologische adviezen en onderbouwing, ook wordt niet met onderzoek onderbouwd wat precies de consequenties zijn van minder schadelijke alternatieven. Bijvoorbeeld, ten aanzien van voorlopen en nalopen wordt niet met goede bronvermelding onderbouwd waarom dit slechts geringe meerwaarde zou hebben. 

Hierover hebben wij de volgende vragen: 

In het besluit wordt gesteld dat het nieuw voorgestelde beleid van Hunze en Aa’s beter is voor de biodiversiteit dan het beleid in de gedragscode omdat er minder gemaaid zal worden. De documenten maken duidelijk dat het minder hoeven maaien verband houdt met het klepelen en het niet natuurvrij maken.

Vraag 1: Kan het College uitleggen waarom andere genoemde afwijkingen van de gedragscode noodzakelijk zijn om dit te kunnen doen? In de gedragscode staat immers “Indien het mogelijk is om juist meer vegetatie te sparen is dat uiteraard wel toegestaan binnen de habitatbenadering.”

In de Gedragscode soortenbescherming voor de Unie van Waterschappen staat: “De onderzoeksinspanning is verzwaard, onder andere doordat het locatiebezoek ten behoeve van broedende vogels ook bij gebruik van de habitatbenadering weer noodzakelijk is. Hiervoor is de zogenoemde kaartlagenmethode ontwikkeld.” 

Vraag 2: Kan het college uitleggen waarom het noodzakelijk is hiervan af te wijken om minder te kunnen maaien? Minder maaien zou toch moeten leiden tot minder noodzakelijk onderzoek, waardoor dit goed met elkaar te combineren valt?

Er wordt gesteld op pagina 13 en 19 van de omgevingsvergunning dat afwijking van de gedragscode nodig is omdat anders niet voldaan kan worden aan de wettelijke taak van het waterschap. 

Vraag 3: Kan het College uitleggen hoe het kan dat de gedragscode die door de Unie van Waterschappen zelf is opgesteld, onvoldoende ruimte biedt voor het uitvoeren van die wettelijke taak?

Vraag 4: Kan het College uitleggen waarom ervoor is gekozen om voor soorten die zeer streng beschermd zijn of die slechts op enkele plekken voorkomen, wel aanvullende maatregelen te treffen (p. 9), maar niet voor de soorten met een kleine populatie-omvang of soorten met een zeer ongunstige staat van instandhouding? Worden voor die eerste groep wel negatieve effecten verwacht op de staat van instandhouding en voor die tweede groep niet? Zo ja, wat is de onderbouwing daarvoor?

Wij zien uw reactie graag tegemoet.

Met vriendelijke groet,

Namens de statenfractie van de Partij voor de Dieren

Marije Visser